donderdag 14 oktober 2010

Marinus Boezem : A volo d'uccello - In vogelvlucht

Er zijn momenten dat ik mijn vader zo mis, hij overleed in 2002, al heb ik soms het gevoel dat hij als een vogeltje om mij heen vliegt en vanaf mijn schouder meekijkt naar mooie tentoonstellingen, hij had wel iets met de natuur en met graan… Vogelvoer met zonnebloempitten, mais en tarwe erin, op de vloer van plavuizen in De Vleeshal in Middelburg, en negentien witte duiven. De betekenis van dit project, geloven in iets of niets, daar hadden we een lang gesprek over kunnen voeren...

Voor het project In vogelvlucht heeft Marinus Boezem de plattegrond van de basiliek van Assisi met vogelzaad uitgetekend. Negentien witte duiven mogen deze voorstelling in de loop van enkele weken opeten: de architectuur vliegt als het ware naar het licht. Het project symboliseert de zoektocht van de mens naar spiritualiteit, de persoonlijke innerlijke ervaring ten opzichte van een hogere werkelijkheid. Nico Out geeft in zijn bespreking van deze tentoonstelling (PZC, 30-09-2010) aan dat Marinus Boezem in feite de vraag naar het bestaan van God stelt, is zijn aanwezigheid oneindig in tijd en ruimte of is ‘hij’ slechts een tijdelijk verschijnsel voortgekomen uit de menselijke verbeelding?
Negentien witte duiven? Wanneer ik begin oktober in de Vleeshal rondloop zijn er nog veertien over, één was er 'onwel' geworden, een aantal is ontsnapt en ‘niemand weet precies hoe dat is gegaan…’ Onlangs is er wel een duif voor de ingang van de Vleeshal gesignaleerd. Half oktober is het aantal weer aangevuld tot achttien, de duiven komen van een regionale duivenhouder. Het vogelvoer is nog steeds hetzelfde voer, dus niet aangevuld, al zijn de meest favoriete granen er inmiddels uitgepikt.

In vogelvlucht verwijst eveneens naar het gedachtegoed van Franciscus van Assisi waarbij de vogels de verbinding tussen hemel en aarde vormen. Ook komen witte duiven in middeleeuwse schilderijen vaak voor als boodschappers, de belichaming van de Heilige Geest.
In het werk van Marinus Boezem zijn veel betekenislagen, voer voor kunstrecensenten en omdat ik dat niet ben citeer ik Nico Out nogmaals: De plattegrond belichaamt de idee van het aan God gewijde bouwwerk met als extra dimensie de relatie tussen de vroegere gotiek van Assisi en de late van Middelburg. Een overbrugging van tijd, plaats en ruimte èn een tegenstelling: de basiliek is aan God gewijd, de Vleeshal was een overdekte markt. De spanning tussen de geometrie van de gotiek en de onregelmatigheid van de natuur is het leitmotiv dat aan de basis van veel projecten van Boezem ligt.
In de Vleeshal is ook de editie A volo d’uccello te zien. De genummerde en gesigneerde editie (70 x 100 cm, zie afbeelding) is te koop. En er is een multimedia-installatie: op het dak van het atelier van Marinus Boezem in Middelburg is in 2010 eveneens een plattegrond van de basiliek van Assisi uitgetekend en via een webcam werd het proces gevolgd: duiven en vele andere vogels vlogen af en aan. In De Vleeshal is een montage van deze beelden te zien. Interessant is echter de vraag wat er met de plattegrond van vogelvoer op het terras na de opening van de tentoonstelling op 18 september is gebeurd. Op de website van De Vleeshal is te zien hoe het zaad ging ontkiemen, dit proces levert werkelijk prachtige beelden op, het is online te volgen. Broeder Franciscus en vader Jewannes zullen 'van bovenaf' genieten van het groeiproces van deze 'groene kathedraal', mag ik hopen.
Wanneer ik De Vleeshal bezoek vraag ik me af wie de foto heeft gemaakt die in de PZC bij het artikel van Nico stond, ik tel wel negen duiven. Het lukt mij echt niet om voedsel pikkende duiven te fotograferen, ze zitten hoog in de vensters en vliegen af en toe rond. De lichtval zorgt voor een mooie, bijna sacrale, sfeer.
Dit project en het vogelvoer op de plavuizen deed mij aan mijn vader denken. Tijdens zijn laatste dagen, omgeven door zonnebloemen en familie, was hij nog bezig met de opbrengst van zijn land en belangstellend naar oogst, tarra en tarwe. Tot het moment dat in de vroege ochtend van 2 augustus een deur langzaam openging en hij, als een duif, naar het licht vloog.


foto's editie en dakterras: zie website De Vleeshal
foto's van duiven en voer op de plavuizen, zelf gemaakt.

Voor wie meer wil weten over een recente uitgave,
zie mijn eerdere berichtje over De Wind in de populieren

maandag 11 oktober 2010

Drvkkery & Literatuurfabriek : Het zomerlezen voorbij

Soms worden schietgebedjes wèl verhoord; in de Drvkkery is het nieuwe programma van De Literatuurfabriek gelukkig weer gestart. Met het onderwerp ‘Het zomerlezen voorbij’ begon op 1 oktober een reeks van acht bijeenkomsten die plaatsvinden op één vrijdagmiddag per maand van 15.30 tot 17.30. En voor wie wil een wijntje en gesprekken na.
Omdat ik onverminderd enthousiast ben over De Literatuurfabriek en mij nu voor de vierde keer heb aangemeld, wil ik iets vertellen over mijn ervaringen en over deze eerste bijeenkomst.
De Literatuurfabriek biedt een inspirerend programma vol nieuwe en oudere boeken, interviews met schrijvers, discussies over literaire ontwikkelingen, themabijeenkomsten en altijd het onderdeel ‘vers van de pers'. Voor zover ik weet is het een uniek programma in Zeeland en ver daar buiten. Top-10 boeken worden besproken en daarnaast wordt het veld verbreed met romans die ook de moeite waard zijn. De bijeenkomsten worden geleid door Frank van Doeselaar, (docent Nederlands, hoopt te promoveren op het werk van Thomas Rosenboom) en Lidewijde Paris (literair journaliste, staat aan de leiding van Uitgeverij Ailantus). Frank brengt vooral de Nederlandse literatuur over het voetlicht, Lidewijde besteed daarnaast ook aandacht aan de wereldliteratuur. Samenwerking met de SLAZ (Stichting Literaire Activiteiten Zeeland) is elk jaar aan de orde.

Hoogtepunten van de afgelopen jaren waren o.a. het etentje en de SLAZ-lezing met Thomas Rosenboom, de bespreking van het thema ‘de openingszin in een roman’, de bijeenkomst over poëzie waarin deelnemers openhartig vertelden welk gedicht in hun leven veel indruk maakte, houvast gaf en waarom. De vraag ‘wat maakt een boek tot literatuur?’ komt regelmatig aan de orde. Ook aandacht voor het soms vergeten genre van het korte verhaal. Internationaal bekende schrijfsters als de Zuid-Afrikaanse Dido (Een ander ik) en de Amerikaanse Elisa Albert (Waarom deze avond anders is) waren te gast in Middelburg. De sfeer in de bijeenkomsten is bijzonder, de ruim dertig deelnemers zijn geïnteresseerd in boeken en laten zich graag inspireren door de verhalen en tips van anderen.

In de eerste bijeenkomst met het thema ‘Het zomerlezen voorbij’ werd aandacht besteed aan wat we in de zomer zoal gelezen hebben. Natuurlijk, veel detectives en literaire thrillers. Vervolgens, een impressie: Julia (Otto de Kat), Sprakeloos (Tom Lanoye), De Toverberg (Thomas Mann), Mama Tandoori (Ernest van der Kwast), Elegant als een egel (Muriel Barbery). Titels van Philippe Claudel, o.a. Het kleine meisje van meneer Linh, Alles waar ik spijt van heb. Vervolgens titels van Hella Haasse, Selma Lagerlöf, Gewassen Vlees (Thomas Rosenboom), De laatste liefde van mijn moeder (Dimitri Verhulst) en Vlaamse auteurs als Geertrui Daem en zelfs Boerenpsalm van Felix Timmermans. En, eerlijk gezegd, we kozen ook wel eens boeken die achteraf tegenvielen.

Het aardige is dat iedereen zo verschillend leest, sommige deelnemers zijn page-runners, anderen lezen langzaam, één lezer leest hap-snap het boek door, leest het einde van het verhaal en gaat dan pas rustig zitten om vanaf het begin van het verhaal te genieten.
Alle deelnemers aan De Literatuurfabriek krijgen, ter voorbereiding op volgende bijeenkomsten, het boek De rest is stilte van de Chileense schrijfster Carla Guelfenbein en alvast Norwegian Wood van de Japanse auteur Haruki Murakami. Een open toegangsbewijs voor een SLAZ-avond volgt nog alsook een boek van de wintergast. Zou zomaar Adriaan van Dis kunnen zijn, als interessante gasten worden ook Dimitri Verhulst, Margriet de Moor en David Mitchell genoemd. We wachten af want tussen droom en daad staan altijd praktische bezwaren, overvolle agenda’s en kostenplaatjes in de weg en nog veel meer!

In de eerste Literatuurfabriekbijeenkomst staat het pitchen van boeken centraal. Het overzicht van de aanraders is ook te zien op de site van de Drvkkery:
1. Soldaten huilen niet (Rindert Kromhout): historisch jeugdboek, tijd van Virginia Woolf en de Bloomsbury Groep, opkomend facisme in de jaren 20 van de vorige eeuw.
2. Bloemen in de sneeuw (Gregor von Rezzori): psychologische roman over teloorgang van de Oostenrijks-Hongaarse cultuur. Secundaire memoires: via portret van vijf personen wordt het leven van de schrijver beschreven. Mooi, prachtig vertaald, poëtisch.
3. Graphic novel van Marc Legendre over Reynaert de Vos. Weergaloos getekend.
4. Niets (Janne Teller): prachtig en tamelijk schokkend jongerendebuut, leeftijd minstens 14+
5. De accabadora (Michela Murgia): beauty van een boekje! Poëtisch geschreven verhaal over een oude vrouw, een weduwe en haar dochter op Sardinië, thema is o.a. euthanasie.
6. Blauwe engel (Francine Prose); tragikomische roman over de mores van het universiteitsleven, verliefde docenten en leerling, een puzzel aan herhalingen en spiegelingen, mooi boek over het schrijfproces op zich.
7. Mama Tandoori (Ernest van der Kwast); leuk, heel leuk!
8. De laatste liefde van mijn moeder (Dimitri Verhulst): tragisch, komisch en hilarisch.
9. Mevrouw Verona daalt de heuvel af (Dimitri Verhulst); parel van de Vlaamse literatuur.
10. Blinde wereld (Ellen Heijmerikx): debuutroman, coming-of-age roman: meisje tracht zich te ontworstelen aan Noorse Broederschap
11. Ik was Amerika (Gustaaf Peek): bijzonder, apart, aangrijpend, tot op het bot geschreven roman over Nederlandse man die eerst in dienst van de nazi’s was, gevangen werd genomen en terechtkwam in een krijgsgevangenkamp in Texas. Goed geschreven roman van internationale klasse!
12. Slimme mannen (Manu Joseph): mooi beeld van India, leest als een vrolijke, snelle Voskuil en het kantoorleven wordt bijzonder geestig beschreven.

Ik wil alvast een titel op de lijst voor de volgende bijeeenkomst voorstellen, een prachtig jeugdboek: De Hemel van Heivisj van Benny Lindelauf.

Na twee uurtjes Literatuurfabriek fiets je naar huis met ideeën voor minstens twintig te lezen boeken. Geen van deze titels lees ik op dit moment. Naast mij zat een ‘cursiste’ die de nieuwste roman van David Mitchell net gelezen had en dit een geweldig boek vond, gewoon super! Uitgegeven door Ailantus (een uitgeverij met lef!) en al eerder uitgebreid besproken in De Literatuurfabriek. In een column in de PZC gaf Ernst Jan Rozendaal aan dat dit boek gewoon de Zeeuwse Boekenprijs hoort te winnen. Dit ‘schietgebedje’ gaat niet verhoord worden want het boek is niet ingezonden voor de prijs en vertaalde boeken doen dit jaar (nog) niet mee. Tijdens de Kinderboekenweek heb ik mijzelf maar eens getracteerd op De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet van David Mitchell. En inderdaad, als je eenmaal begonnen bent in deze roman van meer dan 600 bladzijden verlang je naar een herfstvakantie met een weeralarm (dat achteraf heel erg onnodig was) zodat je heerlijk binnen mag blijven en even zoet mag zijn met een prachtig boek.

zondag 3 oktober 2010

Kriebelalfabet & Metamorphosis Naturalis : Wim Hofman & Johannes Goedaert

In opdracht van het CBK Zeeland in Middelburg maakten acht illustratoren – geboren en/of woonachtig in Zeeland - in het kader van de Kinderboekenweek 2010 een poster met als thema Middelburg. Eén van de illustratoren is Wim Hofman (Oostkapelle 1941, woont en werkt in Vlissingen).
Wim Hofman maakte, geïnspireerd door de vroegere centsprenten, een nieuwe prent. Het is een dierenalfabet met als uitgangspunt kleine kriebelende wriemelende beestjes. ‘Want al zijn ze nog zo klein, we zullen weten dat ze er zijn.’ De prent verwijst naar de Middelburgse schilder en verzamelaar Johannes Goedaert (1617-1668), tekenaar van de metamorfose van insecten. Er zijn diverse publicaties over deze Zeeuw verschenen.
Laurens J. Bol publiceerde o.a. in het Zeeuws Tijdschrift (1996, nr. 2) een uitgebreid artikel: Johannes Goedaert (1617-1668) schilder-entomoloog. Het artikel Johannes Goedaert : de ontdekker van de metamorfose van insecten van Veronica Frenks is te vinden in het Zeeuws Tijdschrift, 2008, nr. 1/2.
Wie was Johannes Goedaert? Een in Middelburg geboren (fijn)schilder/entomoloog met oog voor het kleinste detail en een groot kenner van de insectenwereld. Hij was lid van het Sint Lucasgilde. Een belezen man, hij kende zijn klassiekers. Een late humanist, hij was gelovig maar had de onafhankelijke, speurende geest van een natuuronderzoeker. Behalve insecten schilderde hij ook landschappen, vogels, bloemstillevens, wilde en gekweekte planten. Johannes Goedaert is beroemd geworden omdat hij als eerste de gedaantewisseling van insecten vastlegde. Zijn boek in drie delen Metamorphosis Naturalis is de weergave van ruim vijfentwintig jaar studie. Het verscheen niet in het Latijn maar in het Nederlands en tot op de dag van vandaag is het goed te lezen, ook al wordt met een 'uyl' een gewone vlinder bedoeld. In 1662 verscheen het eerste deel over ‘den oirspronck, aerd, eygenschappen ende vreemde veranderinghen der wormen, rupsen, maeden, vliegen, witjes, byen, motten en dierghelijcke dierkens meer.’

Als een veldbioloog onderzocht Johannes Goedaert de feiten met als doel wetenschappelijke kennis over de natuur te vinden. Hij woonde in Middelburg aan het Molenwater en kon via de Koepoort de akkers en de weiden, de hoven en de hoeven van het liefelijke eiland bereiken. Hij hield van de duinstreek, Westhove, en de vergezichten over het eiland. Hij verwonderde zich over het ‘klein gedierte’ dat hij overal tegenkwam,’ inde bosschen, op de velden, inde hoven, huysen, ja allesints rontom ons inde locht’. Hij bewaarde de insecten onder glas, in potten, flessen en in benen en houten doosjes, samen met hun natuurlijke voedsel. Hij vermeldde nauwkeurig op welke datum hij een bepaalde rups had gevangen, wanneer die zich verpopte en op welke dag de vlinder uitkwam. Ook van muggen en kevers bestudeerde hij minutieus de ontwikkeling. Het was pionierswerk en, achteraf bezien, hij vergiste zich ook wel eens. Bekend is zijn vergissing in het voorwoord van Metamorphosis Naturalis waar hij beschrijft hoe uit twee dezelfde rupsen geheel verschillende dieren ontstonden: “Want van de eene rupse heb ick bevonden dat voort-gekomen is een schoone boter-kapelle met vier vleughelen – maer uyt de andere twee en tachentig kleine vliegen, welcke alle van boven uyt het lijf uyt-gekropen zijn.” Dat laatste had hij ook werkelijk gezien. Hij wist alleen niet dat er buiten zijn waarneming om andere eitjes in gelegd waren.
Kenmerkend is zijn verwonderde beschrijving van zijn waarnemingen: “Het is een vermaeck om aen te zien hoe heerlick dese Rupse van coleuren is, ende vande Natuyre geteykent is, waarom ick hem de Mervelie genaemt hebbe.” Hij gebruikt veel lovende woorden: schoon, zeer schoon, uitermaten zeer schoon, noyt schoonder ghesien, gansch heerlijck zonder weerga…
Natuurlijk dreef hij ook spelden door de bewonderde boter-kapelle, “opdat hy syne coleuren niet soude afvliegen” Het doorgestoken diertje “leefde alsoo nog sonder eten” vier dagen lang, meldt hij dan laconiek.
Voor de tijdgenoten van Johannes Goedaert was zijn werkwijze bijzonder en verschafte deze een andere kijk op de wereld. Bloemen, de leliën des velds, werden al eerder afgebeeld maar het tekenen en schilderen van insecten was nieuw, deze werden toch eigenlijk als tekens van bederf of verderf gezien. Voor Goedaert waren deze beestjes eenvoudig de wonderen Gods. Nieuw was het inzicht dat ieder insect een stadium was in een individuele ontwikkelingsgang. Johannes Goedaert was een typische zeventiende-eeuwse wetenschapper, zijn instrumenten waren de loep en het blote oog. Op andere terreinen werden juist door nauwkeurige waarneming met andere instrumenten en experimenten belangrijke gegevens ontdekt. Een beroemde tijdgenoot van Goedaert is Jan Swammerdam, deze ontleedde de diertjes en maakte gebruik van de microscoop.
De Middelburgse schrijver, theoloog en natuurfilosoof Johannes de Mey vertaalde de werken van Goedaert in het Latijn en in het Frans, in Frankrijk was er bijzonder veel belangstelling voor de publicaties. Er is ook een Engelse en Latijnse vertaling uit de zeventiende eeuw bekend van de Britse entomoloog Martin Lister.
Maria Sibylla Merian (1647-1717) kreeg als 15-jarig meisje het werk van Goedaert in handen. Linnaeus verwijst dikwijls naar afbeeldingen van Goedaert en heeft zelfs enige namen als soortnaam van onze Zeeuw overgenomen.
Met het Kriebelalfabet (en ander werk)kan Wim Hofman nu ook vermeld worden als iemand die in de voetsporen van Goedaert is getreden. En wie 'a' zegt moet ook 'b' zeggen, het alfabet is er, de b van beeld moet nog komen. Ik hoop dat wij, natuurliefhebbers, in de toekomst de illustraties van de Metamorphosis Naturalis digitaal kunnen raadplegen, dat zou schoon zijn, gansch heerlijck zonder weerga...

Illusstratie : Boeket in Chinees vaasje, Johannes Goedaert


Tip: bezoekt u het Zeeuws Museum, zie Stilleven met boeket rozen in een vaas, 1640-1668. Olieverf op paneel, collectie Zeeuws Museum

Een mooie, gesigneerde, uitgave van het Kriebelalfabet zal binnenkort te koop zijn in Galerie 'De Vier Gemeten' in Middelburg.


Exemplaar uit de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek

woensdag 29 september 2010

Leestip: De laatste liefde van mijn moeder / Dimitri Verhulst


Alles van waarde is weerloos. Deze dichtregel van Lucebert bleef mij volgen tijdens het lezen van De laatste liefde van mijn moeder, de nieuwe, tragikomische en autobiografische roman van Dimitri Verhulst. Tijdens het lezen heb ik vaak naar de ontroerend mooie foto van de schrijver gekeken die op de achterkant van de boekomslag staat en dan dacht ik steeds: oh boy, waarom toch? Home Is Where My Children Cry. Een jeugd die anders had kunnen en moeten zijn.

Het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig van de vorige eeuw in een kleinburgerlijk milieu in Vlaanderen. In feite beschrijft het een levensfase die voorafging aan De helaasheid der dingen. Lezers die dit boek kennen of de boekverfilming hebben gezien kunnen zich deze omgeving direct voorstellen.

Moeder Martine, fabrieksarbeidster, niet al te slim en veel te dik, is gescheiden van de alcoholische en gewelddadige vader van haar zoontje Jimmy. Met haar nieuwe minnaar Wannes, ook fabrieksarbeider, en de elfjarige Jimmy gaat ze met een georganiseerde busreis naar een hotelletje in het Zwarte Woud. Deze eerste vakantie verloopt anders dan gepland, de sfeer wordt vilein beschreven: in de eetzaal kijken dode herten- en zwijnenkoppen de familie verwijtend aan. Jimmy verneemt deze week dat zijn moeder zwanger is. Hij verzet zich tegen de rol die zijn 'stiefvader' wil spelen, deze wenst dat Jimmy hem aanspreekt met 'vader' of 'pa' en dat is voor Jimmy ondenkbaar omdat hij alleen al het woord vader associeert met geweld. Zich voor de buitenwereld schijnheilig voordoen als een nieuw gezin, een tabula rasa, gaat Jimmy veel te ver. 'De tijd zal komen dat ik zal doen alsof jij niet bestaat', zegt Wannes aan het einde van de vakantie. En die tijd komt.

De laatste liefde van mijn moeder is een min of meer autobiografische roman. In interviews geeft Dimitri Verhulst aan dat de verhalen echter niet letterlijk genomen mogen worden. Zijn moeder heeft hem eerder voor de rechter gedaagd, na zijn debuut De kamer hiernaast (1999) waarin hij haar portretteerde als een monsterlijk dikke vrouw. En de ‘nonkels’ laten zich ook niet graag beledigen. Feit en fictie lopen door elkaar en dat maakt het lezen van deze roman boeiend. Over Jimmy lezen we: Hij handelde in verzinsels zomaar om te zien wat het gaf als hij iemand anders was (p. 57). Meer en meer was Jimmy over zijn afkomst gaan liegen: zijn vader was geen drinkende janlul met een luizenbaantje, maar een gerespecteerd iemand.

Over de relatie met zijn moeder zegt Dimitri Verhulst in een interview in de VPRO-gids: op een gegeven moment zei mijn moeder dat ze een leven zonder geschiedenis wou beginnen, een nieuwe start nemen. Ik paste niet meer in dat leven, dus ze heeft mij aan de deur gezet. Ik was toen twaalf, dertien jaar. Sindsdien heb ik mijn moeder nooit meer gezien, tot op de dag van vandaaghet is wel iets wat verteld mag worden omdat het de verdomde werkelijkheid is.

Vanaf zijn jeugd was er de rationele keuze om haar niet te missen, een overlevingsstrategie. Toch schrijft hij met mededogen over de Martine die ooit overwoog zelfmoord te plegen maar verslaafd raakte aan televisieseries waarmee ze zichzelf een vluchtweg plaveide. Favoriete serie was Home Is Where My Children Cry. Haar hele karakter was gebouwd op schaamte, om haar afkomst, haar kleurloosheid, haar stukgeslagen meubilair, haar zuipende echtgenoot, de treurige huurhuisjes die ze zich maar net kon veroorloven. In Duitsland, in de bus, ontdekt ze dat ze het dagdromen niet is verleerd. Haar zuinigheid wordt mild spottend beschreven. Parfum vindt ze eigenlijk een camouflagemiddel, een geurtapijt waaronder men z’n eigen stank kon vegen. Jimmy zou haar toch een parfum willen geven met de naam de laatste liefde van mijn moeder. Na p. 180 komen we bij het beste deel van de roman, wanneer de moeder terugkijkt op gebeurtenissen uit haar eerste huwelijk waar Jimmy getuige van was. Een intens schrijnend verhaal en omdat Jimmy qua uiterlijk als twee druppels water op zijn echte vader lijkt ziet ze in hem het spiegelbeeld van een rotzak. Martine wil haar verleden vergeten, wanneer Jimmy tijdens de vakantie niet mee wil spelen in de tv-soap die zijn moeder voor ogen staat, is er geen plaats meer voor hem.

In het laatste deel van de roman (deel II) is Jimmy een 91-jarige filosoof die op een ontmoeting wacht met de laatste liefde van zijn moeder, zijn twaalf jaar jongere halfbroer, die hij nooit heeft ontmoet. Over dit gesprek komen we niets te weten, het zou zich ook in zijn fantasie kunnen afspelen. Met zijn inwonende verzorgster en een konijn dat in zijn kamer rondhuppelt (knipoogje naar Rosenboom?) bereidt hij zich voor op de ontmoeting, er is al aangebeld. Hij overdenkt zijn leven, wat er zoal rammelde aan zijn kindertijd. Zijn moeder heeft hem aan zijn lot overgelaten maar hij is de strijd aangegaan door op een zulkdanige eclatante wijze te leven dat zijn moeder er niet in slagen kon zijn bestaan te negeren… op een dag zou zijn naam haar in het gezicht slaan. (p. 230, 231). Misschien werd hij om deze reden schrijver/filosoof. En: te redden valt er natuurlijk niets. Wat kapot was blijft kapot. Ja dus, alles komt te laat, ieder woord van troost, elke blijk van begrip. Jaren zijn verdampt en kunnen nooit meer goed gemaakt worden. Deze ontmoeting en daarna mogen alle boeken toe.

De sfeer in het laatste hoofdstuk doet denken aan de romans De gloed van Sandor Marai en Alles waar ik spijt van heb van Philippe Claudel. Helemaal anders, maar toch...

Deze roman is lastig te vergelijken met voorgaande romans. Critici vinden het verhaal minder poëtisch, niet zo hilarisch. Het zou originaliteit missen en het komt niet snel op gang. Te weinig diepgang, te veel aandacht voor de beschrijving van het decor. Ik ben geen recensent, wel een gelukkige lezer. De vraag in hoeverre het verhaal autobiografisch is blijft mij intrigeren. Ik had ook meer willen lezen over het leven van Martine en Wannes en over het leven van Jimmy als filosoof, alle fans willen altijd meer lezen. Misschien is dit het verhaal dat verteld moest worden en laat de stijl zich simpelweg vormen door het thema. Verhulst beschouwt deze roman als een scharnierboek in het kleine oeuvre dat zich aan het vormen is. Ik heb buitengewoon genoten van de taal die Verhulst gebruikt, ook al tempeestte het halvelings aan de kust van België en in zijn jeugd. De 'ontdekkingen' in de jaren '80, zoals de opmars van McDonalds, zijn mooi ironisch neergezet. Uiteindelijk worden alle personages toch begripvol en met een glimlach beschreven. De laatste liefde van mijn moeder blijft voor mij een interessante roman. Omdat alles van waarde weerloos is en je als lezer blijft hopen dat de liefde van de moeder er toch zal zijn.


zondag 19 september 2010

Bout en Moertje: samen sterk in Zeeland

Vorige week, tijdens mijn ontbijt, onder het genot van een koffie verkeerd, viel mijn oog op een berichtje in de PZC. Goeiemorgen, lees ik dit nou goed, dacht ik, en ik was meteen klaarwakker. Scoop trekt in bij bibliotheek. Ton Brandenbarg en Dick van den Bout presenteren een mooi plan voor intensieve samenwerking. Geweldig, toch een samenwerkingspartner gevonden, bij een vorige optie ging de film niet door. Ik heb gelijk een visioen van een schitterend gebouw van Beeld en Geluid, ik zie grote kleur- en raakvlakken en een toekomstig samenspel met steeds wisselend zonlicht. En ik heb ook direct de titel van een prentenboek in beeld…

In de plannen die gisteren naar buiten kwamen, worden de medewerkers van Scoop volgend jaar gehuisvest op de tweede verdieping van het pand aan de Kousteensedijk, vermeldt de krant. En nog wel met 65 fte! Dat is nog mooier, het lijkt me gezellig want toevallig woon ik daar ook al. Ik heb een sleutel van mijn kantoor met daarbinnen een bureaustoel, een prullenbak, mijn pc, post-its, een snoepjespot, perforator en puntenslijper. Een werkplek met een groene oase aan planten en vanuit dit kantoor exploreer ik mijn resultaatgebiedje. Een kamer met uitzicht op daken vol kiezels en regenplassen, mooie heldere luchten en op dit moment de prachtig kleurende bomen van de Blauwedijk. Mijn vitale platteland en stedelijk gebied ineen. A room with a view of zou deze plek ineens een krimpregio zijn geworden? Wat wordt het vooruitzicht?

Inmiddels heb ik de notitie met het motto Samen sterk in Zeeland gelezen en, oh, wat staan daar mooie woorden in voor een ontluikende relatie. Ik ben er diep door geroerd. Verkenning van mogelijkheden, verbinden, dwarsverbanden, verrassende perspectieven, meerwaarde, stimuleren van leefbaarheid en ontmoeting, vruchtbare wisselwerking, kennisoverdracht, synergie, evenwicht top-down/bottum-up, nieuw elan. En dat allemaal samen, samen, samen!

Ik voel nu al vlinders in mijn buik en waarom niet gelijk beginnen met, wat zal ik kiezen, kennisoverdracht. Want weet je, samenwerken moet je al vroeg leren, dat echte vrienden alles voor elkaar doen is een mooi streven. In het prentenboek Bout en Moertje van Nicole de Cock komt dit thema aan de orde en ik citeer hier een gedeelte uit een recensie van NBD/Biblion:

Ezel Bout en muis Moertje horen bij elkaar, zoals hun namen al aangeven. En, zoals het echte vrienden betaamt, doen zij alles voor elkaar. Op de royale illustraties over steeds twee pagina’s van dit oblong prentenboek is te zien wat Moertje allemaal voor Bout doet. Onvermijdelijk volgt tenslotte de vraag wat Bout eigenlijk voor Moertje doet. Dat laat de laatste, tekstloze pagina zien, die de vriendschap tussen die twee onderstreept. Een echte vriendschap zonder ‘voor wat, hoort wat’. De mooi verzorgde uitgave met eenvoudige tekst en fijne pentekeningen, ingekleurd met zacht aquarel, heeft een grote zeggingskracht...
Wie dit verhaaltje wil lezen kan het kopen, lenen of reserveren want ik vertel hier verder niets over de inhoud, bij prille relaties is het prikkelen van de nieuwsgierigheid een 'must' en 'part of the game'.
Ja, het kan heel mooi gaan worden met Scoop en de Zeeuwse Bibliotheek. Met bouten, moeren, liefde voor het vak en vriendschap kan een hechte constructie gesmeed worden met een mooi kleurenpalet want echte vrienden doen alles voor elkaar!

dinsdag 14 september 2010

Don Quichot, de Man van La Mancha in Middelburg


Vorige week in Middelburg de prachtige musical De Man van La Mancha gezien. Het thema van deze voorstelling geeft stof tot nadenken. Wie was Don Quichot (of Quixote), wie was Cervantes? Waarom deze voorstelling bij de nieuwe toerit van aquaduct Dampoort van de N57? En waarom is juist deze musical zo goed gekozen?

De roman Don Quichot verscheen in 1605 in Madrid en behoort tot de beroemdste verhalen uit de wereldliteratuur. Want wie kent hem niet, de dolende ridder Don Quichot die met zijn paard Rossinant en zijn schildknaap Sancho Panza, met zijn muilezel, allerlei bizarre avonturen beleeft. Hij wil tot ridder geslagen worden en hij besluit verliefd te worden op jonkvrouwe Dulcinea van Tobosa, een boerenmeisje en kroeghoertje.

Door het lezen van te veel ridderromans is de fantasie van Don Quichot volledig op hol geslagen en wil hij de roemrijke daden van vroeger ridders evenaren, hij beleeft de werkelijkheid als avonturen die hij in zijn boeken heeft gelezen. Een dromerige idealist in een al te realistische omgeving. Hij wil de reuzen verslaan maar in werkelijkheid vecht hij tegen windmolens. In een ander verhaal zijn de reuzen grote wijnzakken die hij aardig lek steekt. Bij het zien van een processie wil hij de voorname dame (het Maria-beeld), die volgens hem zeer tegen haar zin wordt ontvoerd, bevrijden. Hij gaat het gevecht aan met kuddes schapen die hij voor vijandelijke legers houdt, zou zelfs met leeuwen willen strijden. Don Dwazerik alias de Ridder van de Leeuw, een gekke dwaas of een dwaze gek?

Altijd leuk om de verhalen te herlezen dus mijn oude exemplaar (zie boven) van zolder gehaald en herlezen. Tip: voor de jeugd vanaf 10 jaar is in de bibliotheek te leen De heldendaden van Don Quichot, het meest uitgebreid echter is De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, de mooie vertaling van Barber van de Pol.

Miguel de Cervantes Saavedra (1547) was 58 jaar toen Don Quichot in druk verscheen, hij is er niet rijk van geworden. Aan het begin van zijn loopbaan reisde hij, in dienst van een kardinaal, naar Rome. Later werd hij gewoon soldaat bij de Spaans-Venetiaanse galeienvloot, raakte gewond, werd gevangengenomen en als slaaf naar Algiers gestuurd. Na meer dan vijf jaar kwam hij vrij. Hij werd belastinggaarder en leerde de economie, de armoede en de intimidatie van de rechtlijnige Inquisite goed kennen, de weg naar de brandstapel was in die tijd geen lange weg. Het was niet verwonderlijk dat de lezende bevolking graag de schijnwerkelijkheid van de ridderromans zocht. Cervantes haatte deze verhalen omdat ze aan de werkelijke problemen voorbijgingen. Deze haat gaf hem de kracht om met zijn kennis, vaardigheid en bewogenheid een schitterende roman tegen de ridderromans te schrijven, een roman waarin met subtiele humor de misstanden benoemd werden. Ironisch genoeg schreef hij deze verhalen in de gevangenis waar hij wegens vermeende onrechtmatigheden was beland. Hij verloor de moed nooit. In alle verhalen en dialogen zijn spreekwoorden en gezegden ingevlochten. Geen leed is zo zwaar dat het een heel leven duurt. Of: alle stormen waardoor wij geteisterd worden zijn slechts bewijzen dat het weer spoedig zal opklaren.

Voor iedereen geldt: je kunt niet tegen windmolens vechten, je kunt het asfalt niet verslaan. Je moet gewoon blijven geloven in onmogelijke dromen.

Dit hoopgevende thema heeft de Stichting Vrienden van Theater de Wegwijzer geïnspireerd om de musical De Man van La Mancha naar Middelburg te halen.

Voor het zien van dit lokatietheaterproject was mijn ervaring met de inbedding van de N57 in mijn gedachten niet zo positief. Eerlijk gezegd verkloot het nieuwe tracé de plattegrond van mijn Walcherse Arcadia, het landschap van mijn vader en van mijn jeugd. Het doorkruist een gebied van mooie jeugdherinneringen of komt daar te dicht in de buurt. De sfeer van het binnendoor fietsen naar Veere, rond deze tijd het slik op de weg vanwege de bieten en de mangels. Het Kanaal door Walcheren waar we leerden zwemmen en moesten oppassen voor de stieren op de dijk. Langs het jaagpad bramen plukken met mijn moeder, ware heldendaden werden daar verricht met emmertjes en laddertjes. De volgende dag werden de opgelopen schrammen gekoesterd en getoond. De eerste zoen op de dijk… Ook ben ik realistisch, het verkeer in Middelburg wordt steeds drukker en het natuurgebied bij Veere compenseert veel; een prachtig vogelgebied langs het kanaal. En weer volop bramen!

Op de avond van de voorsteling werden mijn buurvrouw en ik begeleid door twee dolende ridders die ook al geen beeld van de werkelijkheid bleken te hebben, we kwamen aan de Veerse kant van de tunnel terecht want zij wisten zeker dat het daar moest zijn!

Als een verdwaalde jonkvrouw kwam ik toch nog precies op tijd aan en werd ik welkom geheten door Peter Faber. Hierna beleefde ik een zeldzame avond die voor mij een beetje berusting in de situatie bracht. Met zo’n vierhonderd toeschouwers kijken naar het mooi belichte toneel aan de voet van de tunnelingang van het nieuwe aquaduct is al heel bijzonder. Elementen uit de wegenbouw als decorstukken, brandende fakkels, een uitzicht op de stad met hiervoor passerende treinen. Vervreemdend maar ook zo vertrouwd: de hijskraan van Melis en de shovel van Rasenburg die in het stuk een functie hebben. Het weten dat een collega in het koor meezingt en een andere collega technische medewerking verleent. Prachtige muziek, goed verstaanbaar toneel. Wat mij vooral is bijgebleven is het gevoel van saamhorigheid: er met zijn allen iets moois van willen maken maken! Peter Faber als Don Quichot, Ruud Hermans als Sancho Panza, cabaretière Sophie van Hoytema als Aldonza/Dulcinea, de dansers van Stichting Dansz, het orkest ONDA uit Nieuw en St. Joosland o.l.v. ‘de Vrouw van La Mancha’ Cora Dellebeke, het koor Pontifex, de vele amateurtoneelspelers! De rol van pastoor zo goed gespeeld door Ron Lubbersen. De barbier zo leuk vertolkt door Piet de Kam die ook eventjes het Zeeuwse dialect gebruikte, dit werd door het publiek enorm gewaardeerd. Mooie rol ook voor de speler die Don Quichot tot ridder mocht slaan, de hertog/herbergier Jora Möhlman.

Het was een prachtig theaterstuk met als enige minpuntje de m.i. totaal overbodige verkrachtingsscène, dit gedeelte verstoorde de intimiteit van de avond en het was in de teksten al meer dan duidelijk geworden hoe men zich het leven van een kroeghoertje kon voorstellen.

Ook deze Aldonza legt zich trouwens niet neer bij het leven zoals het is en vecht uiteindelijk voor een leven zoals het zou kunnen zijn, ze besluit dat ze echt de edele jonkvrouw Dulcinea wil worden.

Dat de voorstelling in Middelburg grote indruk heeft gemaakt op het publiek is zeker. De waarachtigheid, zuiverheid, eerlijkheid van het stuk draagt bij aan een saamhorig accepteren van het feit dat die tunnel er nu eenmaal komt, we zitten allemaal in dezelfde trein of in hetzelfde bootje, als we onze dromen maar houden komt het wel goed. Het geluk laat bij tegenspoed altijd een deurtje open waardoor je kunt ontsnappen. Laat die deur een tunneltje zijn, aan de andere kant is het licht en nog een lange weg te gaan door nieuwe landschappen.

Trudi Wams en Arnout Schop, dank jullie wel voor deze richtingwijzer.

Meer informatie en foto’s: zie www.demanvanlamancha.nl

zondag 5 september 2010

Superheld, superbroer, superzoon

(verhaaltje, waar gebeurd)

‘Zou je een trainingsbroek op de verwarming willen leggen zodat die warm is als ik thuis kom? En ik wil volle melk’ sms’te mijn zoon Youri. Maandagmiddag, 23 augustus, Lowlands zat er weer op, hij zat in de trein en was, met een natte tent, onderweg naar Middelburg. Al meer dan tien dagen weg van huis… Ik nam me direct voor een pan heerlijke soep (met 1 rood pepertje) te maken.

Op vrijdag de dertiende vertrok hij naar Delft voor het Eerstejaarsweekend van de Studievereniging van de faculteit Industrieel Ontwerpen en aansluitend de OntvangstWeek (OWEE) van de Technische Universiteit. Vol idealen hoe hij zijn eigen toekomst vorm gaat geven. Een koffer, een plunjezak, een rugzak en de kampeerspullen voor Lowlands. Omdat het thema van het weekend iets met superhelden te maken had nam hij een stoer plastic zwaard, een stuiterbal, een waterpistool, ballonnen, permanent markers, een Vikinghelm en nog het een en ander mee. Ook een wit T-shirt met de tekst: Ik ben een held.

Deze tekst had zus Femke met heel veel liefde en toewijding voor hem op het shirt geschreven want hij had gezegd dat zij dat beter kon dan hij. En ja, hij is en blijft haar superbroer & held!

Vrijdag de dertiende. Vanuit de trein kwam al snel het eerste berichtje: ‘Ik ben het kettingslot voor de fiets vergeten.’ Ach, gossie, dacht ik eerst. Maar direct daarna: goed zo, dit mag je nu heldhaftig zelf gaan oplossen. Ik had onlangs de schitterende zee aan fietsen gezien bij het station van Delft, het leek me al een hele toer om überhaupt je fiets terug te vinden. De volgende dag berichtte hij dat de fiets was gepimpt en bijzonder herkenbaar was geworden. En dat het daar supergezellig was. Over een nieuw kettingslot zei hij niets, dat sprak gewoon vanzelf.

Vanavond is hij weer thuis. Voor eventjes dan. Kinderen zijn nooit jouw eigendom, je hebt ze te leen, ik weet het wel, maar toch…

Vanmorgen, tijdens het werk, dwaalden mijn gedachten steeds af naar de mooie aflevering van Zomergasten met Paul Verhoeven. Het was gisteravond laat geworden. Een gedreven filmregisseur, een boeiend verteller en intrigerende filmfragmenten. Daarvoor had ik het interview in de VPRO-gids gelezen waarin hij openhartig over zijn emoties vertelt. Ik citeer: Mijn grote verdriet is eigenlijk een filosofisch verdriet, over dat alles te gronde gaat. En dat niks zin heeft. Dat het eigenlijk allemaal voorbij gaat, dat je iedereen kwijtraakt en uiteindelijk jezelf ook. Het universum zit zo in elkaar, dat wat je ook doet en wat je ook verzint, het gaat één richting uit. Het leven zit buitengewoon onhandig in elkaar. Paul Verhoeven had ter afsluiting een prachtig filmfragment gekozen: de animatiefilm Father and Daughter van Michael Dudok de Wit, bekroond met een Oscar in 2001. Het sfeervolle prentenboek Vader en Dochter ken ik wel, een verstild portret over afscheid nemen. Juist de keuze voor dit fragment trof mij, als niets dan zin heeft dan heb ik toch, in die tussentijd, wel een mooi beroep gekozen, anders had ik dit boek niet herkend.

Paul Verhoeven heeft twintig jaar gewerkt aan een boek over Jezus. Desondanks is zijn grootste angst die voor het onbekende, heeft hij dreigende dromen en nachtmerries over het hierna. Het was interessant om te zien dat ook en groot filmregisseur elke dag stilstaat bij de vraag naar de zin van alles en de vraag wanneer en hoe het doek zal vallen.

Ik denk aan al die prentenboeken die ik heb voorgelezen, hoe zinvol en gezellig dat was. En hoeveel boeken Youri zelf heeft gelezen, tot enkele jaren terug het gamen in beeld kwam.

Na het werk fiets ik even naar de Drukkery. Wanneer zoonlief straks de deur uit is heb ik meer rust en tijd om te lezen, hoop ik stiekem. En waarom jezelf dan niet alvast trakteren op een mooi boek. De nieuwe roman van Dimitri Verhulst reken ik even later af. De laatste liefde van mijn moeder is de titel. Het is wel heel toevallig dat in dit verhaal de nieuwe liefde van de moeder Wannes heet. Mijn vader werd ook zo genoemd (Joh, Jewannes, Wannes Kasse) en de derde naam van mijn zoon is Jowan. Alsof het zo moest zijn! Nee, hij is niet gedoopt, een beetje vernoemen vond ik wel eerbiedig. Ai, ai, denk ik dan, mijn moeder is al acht jaar de weg kwijt, maar hemelen, welnee! Zij kan blijkbaar geen afscheid van haar kinderen nemen of ze wacht ergens anders op, ze kan het niet meer onder woorden brengen. ‘ Ssst…’ hoor ik een stemmetje zeggen, ‘denk bij Dimitri Verhulst eens aan al dat heerlijke Belgische bier, Leffe triple, Grimbergen triple, dan smaakt de dag veel beter’.

Vanavond is Youri weer thuis. Dan zal ik een gezonde maaltijd verzinnen. Nu kan dat nog. Bij Albert Heijn vul ik het mandje overvol met fruit, volle melk, mozzarella, olijven (met piment), verse soepgroenten, tripeltjes, en, nou ja, vooruit dan maar, twee zakken chips! Bij de kassa vraag ik de koopzegels want dan geef ik hem straks, als hij daar zelf een koelkast heeft, een vol zegelboekje mee. Eerlijk gezegd heb ik al een vol boekje klaarliggen en de tweede is bijna vol. En dan gaat het mis, als ik mag afrekenen kan ik nergens, maar dan ook helemaal nergens, mijn portemonnee vinden. En die had ik in de boekhandel nog in mijn handen gehad. Zonder boodschappen, letterlijk met lege handen, verlaat ik de Albert Heijn. Terug naar de boekwinkel. Niets gevonden natuurlijk, helaas! Kwijt, gewoon verloren. Als een grote meid ga ik eerst de betaalpasjes blokkeren, ING en Rabobank. Vervolgens toch maar aangifte doen van vermissing, je weet nooit. Ben ik al meer dan tien dagen bezorgd dat er spullen van mijn zoon verdwijnen, sta ik daar zelf aangifte te doen! Mij wordt gevraagd of ik mijn rijbewijs nu mis. Zou best kunnen, geen enkel probleem, ik ben geen held, ik durf al jaren niet meer te rijden. ‘En uw ID, mevrouw, zat dat in uw portemonnee?’ Ik heb werkelijk geen idee, echt niet. Had ik nou naast mijn paspoort ook een ID? Langzaam begint er echter een stekend, jeukend en pijnlijk besef in en rond mijn hoofd te gonzen en te zoemen, het besef dat ik niet alleen mijn portemonnee kwijt ben maar nog heel veel meer. Ik raak de grip kwijt, er schijnt me iets te ontvallen. Er verdwijnt iets in kleine zwarte gaten en het is buiten zo zonnig en warm, de lucht zo mooi helderblauw! Het lijkt of ik opeens de hoofdrol speel in Eindspel, een theaterstuk in mijn eigen Nazomerfestival. Waar ben ik en hoe lang moet ik nog?

Het vreemde is dat het missen van de inhoud, het geld en al die pasjes mij eigenlijk niet zo veel kan schelen, die bonuskaart kan me gestolen worden. Maar… ik was zo gehecht aan de portemonnee zelf: het vertrouwde zachte, soepele en warme leer met daarbinnen dan een schatkamer aan mogelijkheden… ‘Ssst,’ hoor ik weer dat stemmetje, ‘stil maar meissie, denk aan die tripeltjes, aan die bitterzoete, volronde smaak, die gouden kleur en vooral aan die warme afdronk.’ Ja, denk ik dan, die monniken lazen wel meer dan twintig jaar over Jezus en in de tussentijd brouwden ze er toch iets moois van. Always look on the bright side of life…

Nog een paar uur en dan is Youri thuis. Eerst zelf maar naar huis, even resetten bij een beker sterke koffie. Uit de fietstas haal ik de twee Zeeuwse vlaggetjes die ik voor mijn zoon (en een vriend) heb gekocht, Luctor et Emergo, ik worstel en kom boven. Kunnen de jongens mooi in Delft mee zwaaien. Of achter in een kast proppen in afwachting van een geschikt moment.

Dan gaat de telefoon. Een medewerkster van de boekwinkel, de portemonnee is door een Duitse toeriste gevonden, in het halletje voor in de winkel. Wat een opluchting!

Toch nog snel boodschappen gedaan voor een snelle maaltijd, die pan soep komt er een andere keer wel. Aan het einde van de middag hoor ik het vertrouwde geluid van een thuiskomer bij de achterdeur. Hij gooit de tassen met vuile was in de bijkeuken en aait de poezen die kopjes komen ‘halen’. Vervolgens neemt hij een uitgebreide douche. ‘Ik had eigenlijk niet zo veel zin in soep hoor’, zegt hij even later. En: ‘Wat leuk, die vlaggetjes, ik stond vorige week bijna op het punt zo’n vlaggetje te kopen, mam’. Echte helden kopen nog geen vlaggetjes, denk ik dan, daar moeten eerst veel grotere rampen voor gebeuren.

’s Avonds, met een tripeltje, (nou ja, twee dan) kom ik tot rust. Het had ook anders kunnen aflopen, ik heb geluk gehad besef ik. Verliezen en vinden, hebben en houden, het hoort er allemaal bij. Ik ben zomaar dankbaar voor wat ik heb. Want waar vind je nou een zoon die op een warme augustusdag vraagt of je zijn trainingsbroek op de verwarming wilt leggen zodat die lekker warm is als hij thuis komt? Wie heeft er in de zomer de verwarming aan? Ik niet hoor. Zijn vraag en vertrouwen geven mij echter een warm gevoel van binnen en ook al weet ik dat het herfst wordt, dat gevoel wil ik voorlopig niet kwijt. En hij mag dan met volle teugen van het studentenleven gaan genieten, ik koester mijn glas triple-bier, jawel, vanwege de goede afloop en de warme afdronk.