zondag 25 april 2010

Marinus Boezem: de wind in de populieren

Zaterdag 24 april werd in Drvkkery ‘De Wind’ gepresenteerd, het 131e deeltje van de Slibreeks, de Zeeuwse serie literaire kleinoden. Het is een kunstenaarsboekje van Marinus Boezem. Deze Middelburgse kunstenaar, zichtbaar blij en vooral vereerd met het verzoek voor een deeltje in de Slibreeks, heeft voor de uitgave teruggegrepen op zijn werk van de zestiger jaren. Toen al verkende hij de grenzen van de kunst, onderzocht of er ook een andere context mogelijk was dan kunst op witte wanden. Door de idealen en het optimisme van de jaren ’60 werden visies op kunst op losse schroeven gezet. De beeldhouwkunst bestond tot deze tijd uit concrete, tastbare objecten uitgevoerd in steen, hout, brons, ijzer, aluminium of kunststof. Hij verzette zich tegen deze traditionele vorm en gaf de sculptuur een andere gedaante door gebruik te maken van het weer, vond zijn inspiratie o.a. in weerkaarten, plattegronden en daarbinnen weer de grillige dwarsverbanden, zocht een kunst die over het leven ging, die te vertellen was in het café, kunst die doorgegeven kon worden. Grenzen van de kunst werden overschreden door bij een tentoonstelling in het Stedelijk museum (1969) kussens en witte lakens uit de ramen te hangen, te laten wapperen in de wind. Hij plaatste elders tafeltjes met dunne witte tafelkleden die golfden ten gevolge van een luchtstroom veroorzaakt door een ventilator.
Een ander voorbeeld van deze conceptuele kunst waar de wind een rol in speelde: hij bestelde in 1969 een piloot die boven de haven van Amsterdam de naam Boezem in de lucht neerzette met condensatiestrepen. Zo werd het universum tot kunst verklaard, even gesigneerd, totdat de wind kwam en deze letters weer langzaam wegblies.
Ironie en relativering spelen een rol. Van dit project zijn drie foto’s ingestuurd voor de Biënnale in Parijs, het comité weigerde echter deze als beeldende kunst te zien, men vond het fotografie en de foto’s hingen daar later wel maar dan bij de toiletgroepen.
Het motto, het voornemen of de wensdroom, zegt Marinus Boezem, is: ‘Leeg zijn mijn handen’, met zo weinig mogelijk voorwerpen kunst maken en een andere context zoeken.
Zo heeft hij van de lucht zijn handelsmerk gemaakt en maakt hij de wind, die op zichzelf dan wel onzichtbaar is, zichtbaar in zijn vele projecten. In het bijzonder vormgegeven boekje ‘De Wind’ wordt dit ongrijpbare verschijnsel voelbaar, tastbaar, hoorbaar, zichtbaar, bespreekbaar gemaakt. Zelfs de keuze van het papier was belangrijk, criterium was dat het op de juiste wijze moest ritselen bij het bladeren. Verrassing: er is ook een geluidssculptuur in het boekje verwerkt! Waarom de tekst met informatie over de Slibreeks en over Marinus Boezem bij het openslaan ogenschijnlijk op zijn kop staat begrijp ik niet helemaal, Marinus Boezem zal wel zeggen: “Het is de wind, mijn kind, die heeft door de eeuwen heen wel meer concepten veranderd”.
Marinus Boezem raadt de aanwezigen van harte aan om naar zijn project De Groene Kathedraal in Zuidelijk Flevoland te gaan. Vanaf 1996 is deze Kathedraal, een unieke vorm van landschapskunst, opengesteld voor bezoekers en is te zien hoe hij de plattegrond van de kathedraal van Reims tweemaal op ware grootte heeft vormgegeven, eenmaal door aanplanting van 178 Italiaanse populieren (Populus nigra ‘Italica’) en eenmaal door de aanplanting van eiken- en beukenhagen. Ga daar, bij stil weer of zware storm, luisteren naar de wind en neem de tijd.
De Kathedraal symboliseert het menselijk verlangen om al het aardse achter te laten en het spirituele te zoeken. Het project is ook een metafoor voor het feit dat er pioniers zijn begonnen, elke beschaving begon ooit met het bouwen van een kathedraal, een gebedsruimte.
Vorig jaar om deze tijd was ik daar, samen met een heel goede kennis. Zij woont in de Flevopolder, verloor haar lieve man in 2005. Ze gaat vaak naar De Groene Kathedraal om daar rust en berusting te vinden en om op deze plek met haar man te praten omdat ze zijn aanwezigheid daar voelt. Het ritselen van de bladeren is troostgevend en de wind gaf ons ook iets terug: een zeldzaam mooi vogelnestje, het geluk lag even voor het oprapen!
Ik vertelde dit aan Marinus Boezem en hij reageerde verrast: hij verzamelt zelf ook allerlei vogelnestjes die in zijn tuin aan het Molenwater naar beneden komen vallen, ook hij is gefascineerd door de structuur, de variatie aan materialen en de dwarsverbanden in deze nestjes.
Wanneer deze schat van een vrouw weer in Middelburg komt zal ik haar meenemen naar een ander kunstwerk van Marinus Boezem: Het Podio del Mondo per l’Arte (1976) op het Damplein om daar op het wereldpodium van de kunst te praten over tegenwind, de kunst van het verder leven, haar schilderkunst en hoe de wind wellicht weer meezit.

De Groene Kathedraal

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen