zondag 3 maart 2013

Het nieuwe land - Het verhaal van een polder die perfect moest zijn / Eva Vriend



Mijn grootvader was één van hen. Een Walcherse landbouwer die in 1949 toestemming kreeg om in de Noordoostpolder een bedrijf te starten. In mijn jeugd logeerde ik regelmatig op de boerderij aan de Vollenhoverweg bij Marknesse en ik koester mooie herinneringen aan die periodes. In de aflevering Superboeren van het programma Andere Tijden (NTR/VPRO 13-01-2013) kwam het thema aan de orde dat de kans om een boerderij te krijgen slechts voor weinigen was weggelegd. Met belangstelling las ik vervolgens Het nieuwe land - Het verhaal van een polder die perfect moest zijn van Eva Vriend. Ik hoopte meer over de beginperiode van mijn grootouders in de Noordoostpolder te weten te komen, wat er zoal speelde in die tijd en hoe de sfeer was. Dit is zeker gelukt, het boek is buitengewoon informatief. 

In Het nieuwe land -Het verhaal van een polder die perfect moest zijn (Uitgeverij Balans, 2012) beschrijft historica en journaliste Eva Vriend (1973) uitvoerig de selectieprocedure die de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders hanteerde. De vragen die zij wil beantwoorden zijn: Werkt dat? Kan dat zomaar? Is een samenleving maakbaar? Ontstaat er een ideale maatschappij bij strenge selectie?
Haar grootvader was één van de uitverkoren ‘superboeren’ die vanaf 1952 in de Noordoostpolder een bijdrage mocht leveren aan het creëren van deze ideale maatschappij, haar vader volgde hem later op. Dat heb in nou nooit begrepen, waarom jouw opa eigenlijk ooit een boerderij heeft gekregen? Hij was toch niet zo’n heel bijzondere boer? Of was hij zo’n ruilverkavelingsklant? vraagt een buurman van haar ouders. De verhalen over de toewijzingsprocedure leven nog steeds, littekens blijven jeuken, vragen over het waarom niet toegelaten zullen onbeantwoord blijven. Van alle bezoeken en gesprekken zijn destijds gedetailleerde verslagen gemaakt, deze zijn om privacyredenen bij de opheffing van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders vernietigd. Op enkele tientallen na, zo blijkt nu achteraf. Eva Vriend viel het geluk ten deel in de archieven documentatie terug te vinden waaruit ze veel gunstige en ongunstige beoordelingen min of meer discreet citeert. De afgewezenen kregen uiteindelijk van de Rijksdienst een korte, zakelijke brief waarin de reden voor hun afwijzing helaas nooit werd vermeld.

De verhalen over het zware werk van de pioniers zijn alom bekend. In 1942 valt de Noordoostpolder droog: 48.000 hectare braakgrond kan klaar gemaakt worden voor de eerste bewoners. Aan de rand van de polder komen speciale barakkenkampen waar de polderwerkers gehuisvest worden. Greppels graven voor de drainage: negen uur per dag spitten op een uitgestrekte kale vlakte zonder beschutting tegen wind, zon of regen. De arbeiders zijn blij als er eens een vliegtuig over komt, want dan hebben ze het idee toch niet helemaal verlaten te zijn. Klei, klei en nog eens klei. En vergeet de muggen niet. Ruim 50 procent houdt het binnen een maand voor gezien. De jonge boeren onder deze pioniers volharden. Hun drijfveer is de gedachte: Als we nou maar goed ons best doen, dan beloont de Rijksdienst ons vast met een boerderij.
Medewerkers van de Rijksdienst dragen speciale schoenen om niet in de modder weg te zakken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaan de werkzaamheden gewoon door. De NOP blijkt als Nederland Onderduikers Paradijs zijn vruchten al af te werpen - de rietvelden bieden beschutting aan de mannen die de verplichte tewerkstelling in Duitsland ontlopen - maar ontkomt aan het einde van de oorlog niet aan razzia’s.
Vanaf 1947 tot in de jaren tachtig worden er jaarlijks een groot aantal kleinere en grotere boerderijen toegewezen. In de Flevopolder gaat de uitgifte door tot 1999, pas dan is alle poldergrond echt helemaal op. Eva Vriend heeft vele bestuurders, familieleden, landbouwers en andere betrokkenen gesproken. De verhalen zijn door haar persoonlijke betrokkenheid boeiend en levendig beschreven, ze maken Het nieuwe land voor mij tot een nieuw te ontdekken wereld. Nadruk ligt echter op de impact van de selectieprocedure op de afgewezen pioniers, ruimte voor succesverhalen is er amper terwijl je die ook wel eens wilt horen. De Rijksdienst is er hoe dan ook in geslaagd om één van de modernste en productiefste landbouwgebieden ter wereld vorm te geven. 

Er was grote belangstelling voor de Noordoostpolder;  in 1951 waren er 3018 kandidaten op 135 beschikbare boerderijen. Degenen die na de eerste selectie over bleven kregen bijna allemaal thuis bezoek, onaangekondigd want dat werkte het best. Niet alleen boeren maar alle nieuwe polderbewoners, middenstanders, onderwijzers, vaklieden gingen door de selectiemolen. Onder leiding van super selecteur Bram Lindenbergh, van Zeeuwse afkomst, werden de kandidaten met de juiste poldermentaliteit en pioniersgeest uitgekozen. Belangrijk uitgangspunt bij het maken van de nieuwe samenleving was de verdeling tussen de zuilen: een derde protestant, een derde katholiek en een derde openbaar. Het ‘met elkaar’ van de oorlog veranderde in ‘let op elkaar’. Daarnaast ontstonden er subtiele en minder subtiele standsverschillen tussen de 48-hectareboeren, de boeren met 36-hectare, 24-hectare, 12-hectare en de arbeiders. Ook standsverschillen qua type bedrijf, boeren die alleen akkerbouw hadden, waren zogenaamd beter. Sociologen hebben er vele studies aan gewijd. De positie van de vrouwen was een onderwerp apart, hier had ik graag veel meer over willen lezen. Mijn vrouw heeft melkbussen vol gehuild, zij kon niet wennen vertelt een bewoner aan Eva Vriend.
Rietkraag bij Oostvaardersplassen Aquarel Ronald Schuurman, omstreeks 1980
Door het lezen van Het nieuwe land van Eva Vriend komen herinneringen boven aan het logeren bij mijn super grootouders en aan de periode dat ik later in Lelystad-Haven woonde. Als kind genoot ik al van de busreis van Zwolle naar Marknesse, het open landschap, alsof je beter kon ademhalen wanneer je de polder binnenkwam. Het perfecte vakantieadres: een gezellige, lieve oma die krentenbrood bakte. Een creatieve en wijze opa die ons meenam naar de grenzen van zijn land, naar het Voorsterbos of ons de vaarten liet zien waar gevist kon worden. Zwemmen bij Blokzijl of naar de markt in Emmeloord of Vollenhove. Veel bloemen en een moestuin met groenten en fruit. Ooms die van stoere motoren hielden maar ook van krielkippen en kwarteltjes. Tantes met schilderstalent en spannende verhalen, alles klopte gewoon. Mijn grootouders hadden hun 'landschap' gecreëerd met negen kinderen, liefde was hun gave, opdracht en anker. Tranen hoor, wanneer de vakantie er weer op zat.

Later woonde ik enkele jaren in Lelystad-Haven vlakbij de huisjes op het werkeiland waar vroeger de pioniers bivakkeerden. De directrice van de bibliotheek, waar ik als hoofd van de jeugdafdeling werkte, vertelde hoe daar via de werkhaven kisten met boeken werden bezorgd, leesvoer was destijds meer dan welkom bij de pioniers. Lelystad-Haven: ook daar de polderluchten, de meeuwen, de ruimte. Genieten van het fietsen bij de Oostvaardersplassen of langs het IJsselmeer. Kruiend ijs in de winter, vogels, koolzaadvelden, grote landbouwmachines, rechte akkers en wegen, fietsen in zon, wind en regen. Familie in Dronten en Marknesse waar altijd de deur openstond…
Zwanen bij het IJsselmeer, 1984
Teruggekeerd naar Zeeland maar toch, in alle seizoenen af en toe heimwee naar het nieuwe land. Het zal wel in de familie zitten...

Foto medewerkers Rijksdienst: Archief Nieuw Land
Foto's uit eigen collectie: Rietkraag bij Oostvaardersplassen, Zwanen bij het IJsselmeer

Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen