zondag 5 september 2010

Superheld, superbroer, superzoon

(verhaaltje, waar gebeurd)

‘Zou je een trainingsbroek op de verwarming willen leggen zodat die warm is als ik thuis kom? En ik wil volle melk’ sms’te mijn zoon Youri. Maandagmiddag, 23 augustus, Lowlands zat er weer op, hij zat in de trein en was, met een natte tent, onderweg naar Middelburg. Al meer dan tien dagen weg van huis… Ik nam me direct voor een pan heerlijke soep (met 1 rood pepertje) te maken.

Op vrijdag de dertiende vertrok hij naar Delft voor het Eerstejaarsweekend van de Studievereniging van de faculteit Industrieel Ontwerpen en aansluitend de OntvangstWeek (OWEE) van de Technische Universiteit. Vol idealen hoe hij zijn eigen toekomst vorm gaat geven. Een koffer, een plunjezak, een rugzak en de kampeerspullen voor Lowlands. Omdat het thema van het weekend iets met superhelden te maken had nam hij een stoer plastic zwaard, een stuiterbal, een waterpistool, ballonnen, permanent markers, een Vikinghelm en nog het een en ander mee. Ook een wit T-shirt met de tekst: Ik ben een held.

Deze tekst had zus Femke met heel veel liefde en toewijding voor hem op het shirt geschreven want hij had gezegd dat zij dat beter kon dan hij. En ja, hij is en blijft haar superbroer & held!

Vrijdag de dertiende. Vanuit de trein kwam al snel het eerste berichtje: ‘Ik ben het kettingslot voor de fiets vergeten.’ Ach, gossie, dacht ik eerst. Maar direct daarna: goed zo, dit mag je nu heldhaftig zelf gaan oplossen. Ik had onlangs de schitterende zee aan fietsen gezien bij het station van Delft, het leek me al een hele toer om überhaupt je fiets terug te vinden. De volgende dag berichtte hij dat de fiets was gepimpt en bijzonder herkenbaar was geworden. En dat het daar supergezellig was. Over een nieuw kettingslot zei hij niets, dat sprak gewoon vanzelf.

Vanavond is hij weer thuis. Voor eventjes dan. Kinderen zijn nooit jouw eigendom, je hebt ze te leen, ik weet het wel, maar toch…

Vanmorgen, tijdens het werk, dwaalden mijn gedachten steeds af naar de mooie aflevering van Zomergasten met Paul Verhoeven. Het was gisteravond laat geworden. Een gedreven filmregisseur, een boeiend verteller en intrigerende filmfragmenten. Daarvoor had ik het interview in de VPRO-gids gelezen waarin hij openhartig over zijn emoties vertelt. Ik citeer: Mijn grote verdriet is eigenlijk een filosofisch verdriet, over dat alles te gronde gaat. En dat niks zin heeft. Dat het eigenlijk allemaal voorbij gaat, dat je iedereen kwijtraakt en uiteindelijk jezelf ook. Het universum zit zo in elkaar, dat wat je ook doet en wat je ook verzint, het gaat één richting uit. Het leven zit buitengewoon onhandig in elkaar. Paul Verhoeven had ter afsluiting een prachtig filmfragment gekozen: de animatiefilm Father and Daughter van Michael Dudok de Wit, bekroond met een Oscar in 2001. Het sfeervolle prentenboek Vader en Dochter ken ik wel, een verstild portret over afscheid nemen. Juist de keuze voor dit fragment trof mij, als niets dan zin heeft dan heb ik toch, in die tussentijd, wel een mooi beroep gekozen, anders had ik dit boek niet herkend.

Paul Verhoeven heeft twintig jaar gewerkt aan een boek over Jezus. Desondanks is zijn grootste angst die voor het onbekende, heeft hij dreigende dromen en nachtmerries over het hierna. Het was interessant om te zien dat ook en groot filmregisseur elke dag stilstaat bij de vraag naar de zin van alles en de vraag wanneer en hoe het doek zal vallen.

Ik denk aan al die prentenboeken die ik heb voorgelezen, hoe zinvol en gezellig dat was. En hoeveel boeken Youri zelf heeft gelezen, tot enkele jaren terug het gamen in beeld kwam.

Na het werk fiets ik even naar de Drukkery. Wanneer zoonlief straks de deur uit is heb ik meer rust en tijd om te lezen, hoop ik stiekem. En waarom jezelf dan niet alvast trakteren op een mooi boek. De nieuwe roman van Dimitri Verhulst reken ik even later af. De laatste liefde van mijn moeder is de titel. Het is wel heel toevallig dat in dit verhaal de nieuwe liefde van de moeder Wannes heet. Mijn vader werd ook zo genoemd (Joh, Jewannes, Wannes Kasse) en de derde naam van mijn zoon is Jowan. Alsof het zo moest zijn! Nee, hij is niet gedoopt, een beetje vernoemen vond ik wel eerbiedig. Ai, ai, denk ik dan, mijn moeder is al acht jaar de weg kwijt, maar hemelen, welnee! Zij kan blijkbaar geen afscheid van haar kinderen nemen of ze wacht ergens anders op, ze kan het niet meer onder woorden brengen. ‘ Ssst…’ hoor ik een stemmetje zeggen, ‘denk bij Dimitri Verhulst eens aan al dat heerlijke Belgische bier, Leffe triple, Grimbergen triple, dan smaakt de dag veel beter’.

Vanavond is Youri weer thuis. Dan zal ik een gezonde maaltijd verzinnen. Nu kan dat nog. Bij Albert Heijn vul ik het mandje overvol met fruit, volle melk, mozzarella, olijven (met piment), verse soepgroenten, tripeltjes, en, nou ja, vooruit dan maar, twee zakken chips! Bij de kassa vraag ik de koopzegels want dan geef ik hem straks, als hij daar zelf een koelkast heeft, een vol zegelboekje mee. Eerlijk gezegd heb ik al een vol boekje klaarliggen en de tweede is bijna vol. En dan gaat het mis, als ik mag afrekenen kan ik nergens, maar dan ook helemaal nergens, mijn portemonnee vinden. En die had ik in de boekhandel nog in mijn handen gehad. Zonder boodschappen, letterlijk met lege handen, verlaat ik de Albert Heijn. Terug naar de boekwinkel. Niets gevonden natuurlijk, helaas! Kwijt, gewoon verloren. Als een grote meid ga ik eerst de betaalpasjes blokkeren, ING en Rabobank. Vervolgens toch maar aangifte doen van vermissing, je weet nooit. Ben ik al meer dan tien dagen bezorgd dat er spullen van mijn zoon verdwijnen, sta ik daar zelf aangifte te doen! Mij wordt gevraagd of ik mijn rijbewijs nu mis. Zou best kunnen, geen enkel probleem, ik ben geen held, ik durf al jaren niet meer te rijden. ‘En uw ID, mevrouw, zat dat in uw portemonnee?’ Ik heb werkelijk geen idee, echt niet. Had ik nou naast mijn paspoort ook een ID? Langzaam begint er echter een stekend, jeukend en pijnlijk besef in en rond mijn hoofd te gonzen en te zoemen, het besef dat ik niet alleen mijn portemonnee kwijt ben maar nog heel veel meer. Ik raak de grip kwijt, er schijnt me iets te ontvallen. Er verdwijnt iets in kleine zwarte gaten en het is buiten zo zonnig en warm, de lucht zo mooi helderblauw! Het lijkt of ik opeens de hoofdrol speel in Eindspel, een theaterstuk in mijn eigen Nazomerfestival. Waar ben ik en hoe lang moet ik nog?

Het vreemde is dat het missen van de inhoud, het geld en al die pasjes mij eigenlijk niet zo veel kan schelen, die bonuskaart kan me gestolen worden. Maar… ik was zo gehecht aan de portemonnee zelf: het vertrouwde zachte, soepele en warme leer met daarbinnen dan een schatkamer aan mogelijkheden… ‘Ssst,’ hoor ik weer dat stemmetje, ‘stil maar meissie, denk aan die tripeltjes, aan die bitterzoete, volronde smaak, die gouden kleur en vooral aan die warme afdronk.’ Ja, denk ik dan, die monniken lazen wel meer dan twintig jaar over Jezus en in de tussentijd brouwden ze er toch iets moois van. Always look on the bright side of life…

Nog een paar uur en dan is Youri thuis. Eerst zelf maar naar huis, even resetten bij een beker sterke koffie. Uit de fietstas haal ik de twee Zeeuwse vlaggetjes die ik voor mijn zoon (en een vriend) heb gekocht, Luctor et Emergo, ik worstel en kom boven. Kunnen de jongens mooi in Delft mee zwaaien. Of achter in een kast proppen in afwachting van een geschikt moment.

Dan gaat de telefoon. Een medewerkster van de boekwinkel, de portemonnee is door een Duitse toeriste gevonden, in het halletje voor in de winkel. Wat een opluchting!

Toch nog snel boodschappen gedaan voor een snelle maaltijd, die pan soep komt er een andere keer wel. Aan het einde van de middag hoor ik het vertrouwde geluid van een thuiskomer bij de achterdeur. Hij gooit de tassen met vuile was in de bijkeuken en aait de poezen die kopjes komen ‘halen’. Vervolgens neemt hij een uitgebreide douche. ‘Ik had eigenlijk niet zo veel zin in soep hoor’, zegt hij even later. En: ‘Wat leuk, die vlaggetjes, ik stond vorige week bijna op het punt zo’n vlaggetje te kopen, mam’. Echte helden kopen nog geen vlaggetjes, denk ik dan, daar moeten eerst veel grotere rampen voor gebeuren.

’s Avonds, met een tripeltje, (nou ja, twee dan) kom ik tot rust. Het had ook anders kunnen aflopen, ik heb geluk gehad besef ik. Verliezen en vinden, hebben en houden, het hoort er allemaal bij. Ik ben zomaar dankbaar voor wat ik heb. Want waar vind je nou een zoon die op een warme augustusdag vraagt of je zijn trainingsbroek op de verwarming wilt leggen zodat die lekker warm is als hij thuis komt? Wie heeft er in de zomer de verwarming aan? Ik niet hoor. Zijn vraag en vertrouwen geven mij echter een warm gevoel van binnen en ook al weet ik dat het herfst wordt, dat gevoel wil ik voorlopig niet kwijt. En hij mag dan met volle teugen van het studentenleven gaan genieten, ik koester mijn glas triple-bier, jawel, vanwege de goede afloop en de warme afdronk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen