zaterdag 8 januari 2011

Reynier de Muynck : ons houvast heet landschap


Begin november mocht ik, tijdens de open atelierdagen, een kijkje nemen in het kunstenaarsleven van de Goese kunstschilder Reynier de Muynck. Al bij aankomst, welkom geheten door een schilder die Zeeuwse knopjes als sieraad draagt, voelde ik mij direct thuis. Nu, twee maanden later, wil ik alsnog iets over deze veelzijdige Zeeuwse kunstenaar vertellen.
Maar eerst: op de site van Reynier de Muynck is een prima overzicht te vinden van zijn werk, ook het boek “Op Goese Gronden” kan ik iedereen aanraden. Deze publicatie geeft een uitgebreid portret van het leven en werk van Reynier en bevat veel mooie afbeeldingen van zijn schilderijen. Zijn leven en werk zit vol met contrasten, dit gevarieerde landschap is bijzonder boeiend. Wil je kennismaken met de persoon van de kunstenaar, kijk dan even naar het korte interview op Omroep Zeeland, uitgezonden op 5 november 2010.
Hij doet wat hij doet, omdat hij niet anders kan, omdat ie vindt dat het zo moet, dat hij moet schilderen zoals ie schildert’. Hij schildert altijd, deze gedrevenheid deelt hij met de andere Zeeuwse kunstenaar Johnny Beerens.
Reynier de Muynck , in 1952 geboren in Middelburg, groeit op in Goes in een artistiek en vooruitstrevend milieu. Al vroeg tekent hij zo levensecht mogelijk maar vult de werkelijkheid aan met zijn eigen fantasie. Puber in de tijd van de provobeweging: hij zet zich af tegen van alles en nog wat. Deze rebelse kant kan ook gezien worden als een strijd voor acceptatie en waardering. Blote vrouwen schilderen, op blote voeten door de stad lopen, lang haar, in de duinen slapen. Zijn eerste tentoonstelling in Kortgene (1971) bevat schilderijen die aan het werk van Jeroen Bosch doen denken. Na een periode India wordt zijn werk beïnvloed door de wereld van Oosterse mystiek, spiritualiteit en filosofie. Geestverruimende middelen prikkelen de zintuigen en hij schildert zijn dromen en hallucinaties van zich af. Met de fijne penseel tot op de milimeter geschilderd.

Na 1984 volgt de periode van de grote draperieën. Hiervoor al schilderde hij jassen die aan het werk van Jopie Huisman doen denken. Nu echter worden oude kleren afgeworpen. Zelf zegt hij over deze periode dat hij zijn collectief geheugen inruilt voor een persoonlijk geheugen. Niet meer de weergave van mystieke ervaringen, nu het ‘covered-uncovered’. Lappen stof die, als het doek in een theater, het toneel erachter slechts laten raden. Een ascetische wereld. Zijn werk wordt monumentaler en wereldser.
De fresco’s zijn weer een ander verhaal. Fijn geschilderd, idyllisch. Een verloren Arcadia, het heimwee van een romanticus naar de Romeinse en Griekse wereld, de klassieke fantasieën.
Beroemd uit deze periode is het portret van Hans Warren, in opdracht van uitgeverij Bert Bakker gemaakt. Gevoelig en toch ook omgeven door een bepaalde onrust.
Hans Warren schrijft daarover op 24 september 1986 in zijn Geheim Dagboek:
Vanmiddag zijn we even bij Reynier de Muynck geweest om te zien hoe het portret vordert dat hij van me maakt. Ik kijk schuin omhoog met veel te brandende ogen, m’n neus wipt op het schilderij een beetje en in mijn oor lijkt een kleine vulva te zitten. Mijn schedel vertoont een vreemde afplatting, als was ik familie van Echnaton. Rondom me is een wonderlijk landschap: een Griekse tempel achter me, voor me verwaaide Italiaanse pijnbomen, een dreigende wolk”

De veelzijdigheid van Reynier de Muynck is onvoorstelbaar. Je kunt via zijn bescheiden site kennismaken met de muurschilderingen, gewoon doen! De schildering op het plafond van Theater De Wegwijzer in Nieuw en St. Joosland is in Zeeland heel bekend. Vervolgens de geschilderde reliëfs, deze tonen de beeldtaal van bekende en onbekende culturen. Magisch-realistische doeken maar ook een schilderij van een enkele tulp. Stillevens van bloemen, portretten, het interieur van zijn atelier. Fascinerend blijven altijd weer zijn de afbeeldingen van jassen en andere kleding. Hij ziet hoe het licht gedurende de dag van toon verandert. De schemer is het tijdstip dat de blauwe schaduwen ontstaan. En, in 2010 ineens een hype, de Zeeuwse knoppen zijn echter al jarenlang een schilderonderwerp van Reynier de Muynck.

Na 2002, wanneer een periode van ziek zijn wordt afgesloten, schoongewassen en leeg door de chemo, lijkt het innerlijke landschap te zijn veranderd. In een interview zegt hij: ‘Er kwam een soort lichtheid over me heen. Ineens zag ik het nut niet meer van het schilderen van blote meiden. 'Zelf stil en rustig geworden' volgt er later een periode waarin twee thema's centraal staan: de natuur en toch weer de vrouw. In die twee pure vormen komt de schoonheid van de schepping tot zijn volste recht, vindt Reinier. Het is mooi om te zien hoe Reynier de Muynck in 2010, na een tijd stillevens te hebben 'gedaan', weer een andere weg is ingeslagen met het Zeeuwse landschap als inspiratiebron; de rust, de leegte en de stilte. Gefascineerd door de rechte lijnen. De kaarsrechte banen, zoals koolzaadvelden, die door het landschap lopen, knalgeel en bijna lichtgevend. Ook is hij op zoek naar andere composities, hij gooit de horizon naar boven omdat het ook gaat om het vlas of het graan. Dijkjes met daarachter het Veerse Meer en de zeilen die door het landschap varen.

Zoveel wegen begaan, zoveel reizen gemaakt en dan 'stilstaan' in het Zeeuwse landschap. Overal houvast gezocht en gevonden en nu hier. Steeds weer komen wij thuis.


In 2007 kwam ik dit landschap tegen. Achter het dijkje ligt het Veerse Meer. De horizon naar boven, niet helemaal recht maar het gaat mij toch om de lijnen. Het deed mij denken aan de schilderijen van Antoine Mes. Nu ook aan Reynier de Muynck en aan een gedicht over houvast en landschap.
De dromende schapen vullen het landschap met zachtheid en rust.



Johanna Kruit schreef het volgende gedicht, te vinden in de bundel ‘Voorheen te Orisande’. Het gedicht ‘Woonplaats’ is ook als ansichtkaart uitgegeven door Plint, het beeld is van Dick van Arkel en heeft als titel ‘Watersporen’.

Woonplaats

Ons houvast heet landschap. Wij planten
de dagen vol bomen en dromen van dijken
en duinen die als we stranden nog lijken
op wat we bewaren. Wij sparen gedachten

en spannen steeds samen. Het noemen
van namen als vogel of wind overbodig
voor wie zal beamen dat alles wat nodig
is staat waar het hoort. Zoemen van

camera’s blijft achterwege. Wij zeven
de kleuren, belichten de tijd die te ver
voor geluid als een stralende ster
op ons afkomt. Het aldus verkregen

gebied dat we opslaan is houvast.
steeds weer komen wij thuis.

afbeelding atelier en schilderij Rondje Veersemeer Polder, 2010 + Blauwe draperie, 1992 (met toestemming van Reynier de Muynck).
foto schapen in landschap: Anke Nijsse, 2007
ansichtkaart van Plint, de tekst valt helaas nogal weg bij het scannen. De verfspatten horen wel bij het landschap!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen