maandag 17 januari 2011

Hier is... Adriaan van Dis, in Middelburg


‘Ik geloof in de hoop omdat er niets anders opzit’ Met deze verklaring besloot Adriaan van Dis zijn bezoek aan Middelburg, een bezoek dat de geschiedenis van de SLAZ in zal gaan als bijzonder indrukwekkend.
Vrijdag 14 januari was Adriaan van Dis te gast in de Nieuwe Kerk om te vertellen over zijn nieuwe roman Tikkop die zich met name in Zuid-Afrika afspeelt. Meer dan 300 bezoekers, een frisse kerk, een heldere interviewster Lidewijde Paris en een boeiende verteller met een warm hart. Adriaan van Dis bezocht Middelburg eerder in 1988, de Stichting Literaire Activiteiten Zeeland (SLAZ) was toen nog in oprichting.
Tikkop is een roman over verraad, maar ook over vriendschap en liefde voor een taal en een land. Het vertelt de geschiedenis van twee blanke mannen – de Nederlander Mulder, die we al kennen van De Wandelaar (2007) en de Zuid-Afrikaan Donald – die als student betrokken raakten bij het internationale verzet tegen de Apartheid. Na veertig jaar halen ze de banden weer aan en verkennen hun gevoelens van weleer: er is een liefde gedeeld, er zijn vrienden verraden, idealen verloochend. De werkelijkheid van het nieuwe Zuid-Afrika lijkt anders dan de droom van toen.
De in Parijs wonende Mulder vestigt zich een tijd in de Kaap, waar Donald zijn strijd voortzet in een verstikkend vissersdorp. De lokale bevolking voelt zich aan alle kanten verraden: hun visrechten zijn verkwanseld door corrupte leiders, er is geen werk en hun kinderen vluchten in de tik – een goedkope drug die je geheugen, je gevoel, je geweten weg vreet. Juist over deze drie dingen, gevoel, geweten en geheugen gaat de roman. Mulder en Donald ontfermen zich over een talentvolle verslaafde, een tikkop in het Afrikaans, die zij een nieuwe toekomst willen bieden – die jongen, Hendrik, moet alles goedmaken. Maar het is een gedoemde poging die een echo is van hun naïeve idealisme in de jaren zeventig.

Adriaan van Dis vertelde uitvoerig over zijn ingewikkelde verhouding met de taal en de politieke situatie in Zuid-Afrika. Een kort verslag geven van deze avond is lastig, nou ja, voor mij dan. Zie deze tekst maar als een sfeerimpressie want ik hink-stap-spring een beetje.

Zijn fascinatie voor Zuid-Afrika is alom bekend en begon met een studie Zuid-Afrikaans. ‘Een overspelig Nederlands’ noemde hij die taal eerder. De keuze voor deze taal had een diepere reden en vooral, vanwege zijn afkomst, met zijn kleurgevoeligheid te maken. Zoon van een Indische familie die werd opgevoed in de sfeer van een verzwegen leed. Over zijn jeugd schreef hij o.a. in Indische Duinen (1994) en Familieziek (2002).
Voor van Dis was het taalgebruik in de poëzie van Breyten Breytenbach een symbool van verandering, met name een gedicht over diens huwelijk met een Vietnamese waarmee hij de Zuid-Afrikaanse ‘ontugwet’ overtrad. Van Dis constateerde echter dat ook dichters als van Wyk Louw, die ‘fout’ waren, deze taal gebruikten en toch ook heel goed konden schrijven. Wat hem in het Afrikaans boeit is derhalve de kleurgevoeligheid van de sprekers van die taal, vanaf de periode dat van Jan Van Riebeeck in 1652 de eerste Nederlandse nederzetting aan de Kaap stichtte. De taal die zich verspreidde via de Khoikhoi (Hottentotten) die later als goedkope arbeidskrachten gingen werken bij Europese boeren in de kaapkolonie. In Tikkop zegt Donald: ‘Kijk, hier is mijn taal ontstaan: een bastaardtaal, gevoed door slaaf en boer…ik kan niet zonder…daarom het ek teruggekom, na die bron, na die Kaap, waar ek my ore laat wandel’ En: onze vissers leven een heel oud leven hier, rond en afgesleten als de rotsen. Zij spreken een prachtig Afrikaans, ze halen de mooiste woorden uit hun netten op, ook al lezen en schrijven ze zelden of nooit. Maar hun woorden passen niet meer in deze tijd. Hun taal is besmet, onze taal is besmet.
In Tikkop speelt hij met de schijnbare vrolijkheid van het Afrikaans. Ik hou ervan en schreef er al eerder over, o.a. in: Barbecuen in blote kont op een kloteberg, een tekst van Gert Vlok Nel. In Tikkop ontdekt de verslaafde jongen Hendrik de werking van een oven: Zijn moeder roosterde vlees buiten op een vuur, zei jij. Maar dit, dit was beeldbraai, net televisie.

Uitgebreid ging Adriaan van Dis in op de politieke situatie in Zuid-Afrika, waar hij al eerder indringend verslag van deed in de met de Nipkow-schijf bekroonde serie documentaires voor de VPRO-televisie Van Dis in Afrika, 2008. Het gekloofde land waar een nieuwe elite de eigen clan boven de ander stelt, de triomf van de zwarte rijken. De bevolkingsgroepen helpen elkaar, onder het motto: weer een vijand minder. De constatering dat vroeger alles beter was, democratie niet voor arme mensen is. Nuance! We gingen om de hoop te laten zien maar wat heb je aan een microwave wanneer deze in de verpakking blijft wegens gebrek aan elektriciteit? Goede scholing en geen banen, hoe valt dat te rijmen?
De rijke blanken die zich schamen voor hun land maar niet zonder kunnen. Het wankelen tussen zwart en wit in deze regenboognatie. De coloureds die niet eens een eigen taal hebben. De blanken die emigreren naar Australie omdat, zoals tannie Rosa zegt, de streek met het jaar verkleurd en zo zwart wordt’ (zie p.112). Het weten dat het nog zes generaties duurt voor de bevolking klaar is met de apartheid omdat Afrika een eigen ritme heeft. De blanken die deep down leven met de angst hier niet te mogen zijn.
Was het WK voetbal in 2010 een visitekaartje voor Zuid-Afrika? Laten we zeggen van ja, zegt van Dis, en hopen dat de kloof arm/rijk minder wordt. Feit is dat het stadion, vanaf de zwarte wijk op een uur afstand rijden, leeg staat. Het onderhoud vreet het budget voor de sport op maar grootheidswaanzin hoort bij globalisering… Adriaan van Dis zag liever glas in de ramen van scholen en betere schoolboeken. Moet je Shakespeare daar trouwens behandelen of de voorkeur geven aan Afrikaanse literatuur?

Tikkop is een tragisch boek maar vrolijk opgeschreven, aldus van Dis. Met het thema angst van blanke mensen in een veranderende wereld. Vreemden in eigen land. Het verschil tussen schuldgevoel en verantwoordelijkheid. Interessant is hoe het de Chinezen wel lukt in Afrika, waardiger counterparts dan Europeanen omdat de taal die zij spreken gebaseerd is op handel, terwijl de Europese toon bevoogdend is en gebaseerd op hulp. Africa will be a Chinese Colony, zou zo maar kunnen gaan gebeuren…
Hoe zit het met zijn morele verontwaardiging anno 2011? Toch anders dan in de reisroman ‘Het Beloofde Land’, (1988) maar Zuid-Afrika is natuurlijk zelf ook veranderd. De morele dilemma's voelen ongemakkelijk, wanneer Mulder (volgens van Dis tien procent van Dis zelf) zichzelf weerspiegeld ziet in een ruit dicht hij zichzelf een typering toe: LUL.
Apartheid blijkt wel in de regels afgeschaft maar niet in de praktijk. Meer dan 50 procent van de kinderen tussen de 14 en 20 jaar zijn verslaafd aan Chrystal Meth, oftewel Tik. Maar de Afrikaanse taal bloeit meer dan ooit, er is nog nooit zoveel gepubliceerd in die taal als nu.
Veranderingen moeten van de Zuid-Afrikanen zelf komen. Veelvuldig verwees van Dis naar een artikel in de Volkskrant van 14 januari waarin de Afrikaspecialist Richard Dowden hoopvolle ontwikkelingen ziet in het continent. Ook de moderne media bieden hoop, dankzij de mobiele telefoon gaat de visser de zee op als hij weet wanneer de koelwagen komt. Dankzij internet kunnen dorpelingen zien dat er een andere wereld is en zelf in verzet komen tegen hun corrupte leiders.
Conclusie zou kunnen zijn: laat de boel de boel, maar, geeft van Dis toe, diep in hem zit nog steeds een opgewonden standje. Inmiddels is hij begonnen aan een nieuw project, tegelijkertijd met de voorbereiding voor een televisiedocumentaire over Indonesie is hij begonnen aan een boek over zijn moeder en haar jeugd op Sumatra. De eerste zin heeft hij al: Mijn moeder is een leugenaar en ik was haar zoon. Mijn gevoel na deze avond, en ik spreek honderd procent de waarheid is: met zo’n zoon mag je de waarheid liegen: in hoeverre van Dis en Mulder dezelfde persoon zijn is feitelijk niet relevant.
Aan het eind van de avond in de Nieuwe Kerk besloot Adriaan van Dis met het voorlezen van een geloofsbelijdenis, een citaat uit De Wandelaar met o.a. deze regel:
'Ik geloof in de hoop omdat er niets anders opzit'
En ik weet zeker dat van Dis daarin gelijk heeft want zonder hoop geen leven. Tot slot, van mij, een gedeelte uit het Zuid-Afrikaanse volkslied dat woorden bevat van vijf van de elf officiële talen van Zuid-Afrika:

Uit die blou van onse hemel,
Uit die diepte van ons see,
Oor ons ewige gebergtes,
Waar die kranse antwoord gee,
Sounds the call to come together,
And united we shall stand,
Let us live and strive for freedom,
In South Africa our land
(kranse = rotsen)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen