maandag 19 november 2012

Slik op de weg - De Zeeuw achter de suikerbiet


'Slik op de weg, loof op ’t land, ’t is peetied in Zuud-Beveland'*. Bestonden er al liedjes die een ode aan de suikerbiet ‘bezongen’, nu is er sinds kort ook een aardig boekje aan gewijd. De suikerbietenteelt in Zeeland is dit jaar het onderwerp van het boekenweekgeschenkje van De Week van het Zeeuwse Boek. In Slik op de weg - De Zeeuw achter de suikerbiet geven Tiny Polderman (tekst) en Karin den Boer (fotografie) in woord & beeld een mooi inkijkje in de wereld van de bietenoogst. In de inleiding komt de geschiedenis van de Zeeuwse suikerbietenteelt aan de orde, vervolgens vertellen vijf landbouwers, een loonwerker en een vrachtrijder over allerlei aspecten van de bietenteelt, van zaaien tot aan de oogst. Omdat vrijwel iedere Zeeuw vroeg of laat in het seizoen met eigen ogen de groei van dit landbouwgewas kan volgen en in het najaar de slik op de weg kan tegenkomen is het voor velen interessant om kennis te nemen van allerlei wetenswaardigheden. Weet je dat Noord-Beveland ook wel Peeland wordt genoemd? Of dat elke suikerbiet goed is voor 17 suikerklontjes? En neem bijvoorbeeld het verschil tussen de biologische bietenteelt op het bedrijf Loverendale-Ter Linde in Oostkapelle en de teelt op andere bedrijven. Waar de eerste zonder kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en gewasbescherming een mooie oogst binnenhaalt gaat het er bij andere bedrijven vaak anders aan toe. Bietentelers kunnen nu gebruik maken van GPS-systemen, hiermee zijn ze in staat kaarsrecht in te zaaien en te oogsten, ook ’s nachts. Ook berekent de computer tevens nauwkeurig de hoeveelheid chemische gewasbescherming. Sommige sproeidoppen van de sproeiarm, die ca. 33 meter lang is, worden automatisch afgesloten om overlap (dubbel sproeien) te voorkomen, bijvoorbeeld bij onregelmatig gevormde percelen.
Over de geschiedenis van de bietenteelt valt veel te vertellen. In feite hebben we de bietenteelt te danken aan de afschaffing van de slavernij. Na de afschaffing van de slavernij steeg de prijs van suikerriet waardoor bietsuiker uitgroeide tot een aantrekkelijk alternatief. Na de Franse Revolutie werd door Napoleon van 1806 tot 1814 alle handel tussen het Europese continent en Groot-Brittannië verboden; de invoer van suikerriet werd vrijwel onmogelijk gemaakt en de prijs steeg enorm. Napoleon kreeg interesse in nieuwe landbouwproducten en nam maatregelen om de bietsuikerindustrie te bevorderen. Volgens een decreet uitgevaardigd in 1811 moest een bepaald oppervlak aan landbouwgronden met suikerbieten worden beplant. Aan het departement Monden van de Schelde werd 1000 ha opgelegd. Er ontstonden fabriekjes voor de verwerking van de suikerbieten. In Zeeland werden er in 1812 twee opgericht, te weten in Zierikzee en in Middelburg. Ze waren maar korte tijd in bedrijf, de fabriek in Zierikzee ging failliet en in Middelburg kwam de eigenaar Emmery vroegtijdig te overlijden. In Zeeland kreeg de suikerbietenteelt een grote impuls na de terugval van de meekrapteelt in 1870.
Het vervoer van suikerbieten in Zeeland is een onderwerp op zich. Naast het vervoer over land en via de vele bietenhaventjes verliep het transport ook per tram. De oudste Zeeuwse tramlijn, Middelburg-Vlissingen  werd in 1881 opengesteld. In 1906 kwam de verbinding Middelburg-Koudekerke-Domburg tot stand. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen brachten de beroemde bietentransporten veel geld in het laatje. Het transport is natuurlijk veranderd, de vrachtrijders anno nu werken tijdens de bietencampagne dag en nacht. Er zit geen druk achter, de peefabriek in Dinteloord die 30.000 ton bieten per dag verwerkt, is altijd open. Maar, zegt de vrachtrijder, het is jammer dat er een mentaliteitsverandering optreedt. Vroeger was het voor de boer een feestje. Dan kreeg je koffie en koeken, zelfs midden in de nacht.
Mangel oftewel voederbiet
Uit mijn jeugd herinner ik me de bijzondere sfeer rondom de bietenoogst heel goed, al heel vroeg leerden wij wat aanpakken was. Het begon al voor de zomer wanneer we vader moesten helpen met ‘peejen verdunnen’. Op onze knieën kropen we over het land om overtollige plantjes weg te halen, er moest om de  ± 30 cm een gezond en sterk plantje of een klein bosje plantjes blijven staan. Soms hielpen we bij het onkruid wieden: vuulte kappen. Bij de oogst werden wij wederom ingezet, de jongens hielpen bij het zwaardere werk, ook het opruimen van slik op de weg. Leerzaam was wel, wie eenmaal met een peeriek door zijn laars had gestoken liep zijn verdere leven rond met een litteken van deze eerste levensles: er bestaan gevoelige tenen en rubberen laarzen zijn zachter dan klompen. De transportjes van koffie, boterhammen en koek waren meer een vrouwentaak, hoewel wij ook op het land moesten meehelpen. Het was een gezellige maar ook spannende tijd. Het weer was onvoorspelbaar: novemberstormen, regen en zonnige dagen, het wisselde per dag en met dichte mist zag je geen biet. Je werd er ook winterhard van. Zelf vond ik de voederbietenoogst veel leuker! Mangels waren kleurrijker om te zien en de oogst werd bewaard voor veevoer in de winter. In de mangelmeulen werden deze fraaie bieten dan tot hapklare brokken gemalen. Wat het vervoer betreft herinner ik mij dat de bieten met tractor en wagen naar de Loskade in Middelburg werden gebracht, de vracht werd daar bemonsterd en gewogen op de weegbrug. Voor 1963 was de haven van Veere het vertrekpunt van de transporten per binnenschip.
Jammer dat in Slik op de weg - De Zeeuws achter de suikerbiet de Zeeuwse dialectwoorden weinig aandacht krijgen, juist in deze woorden liggen mijn zoete herinneringen. De bekendste woorden zijn: sukerpeejen, peeriek, peeland, peefabriek, peeloof, peekoppen, peemes, mangelmeulen, peespae, peetied. Ook peeborden is een woord uit mijn jeugd: de verhogingen van planken aan de wagen voor het vervoer van de bieten.
Slik op de weg – De Zeeuw achter de suikerbiet is voor mij een feestje van herkenning. Een aanrader voor wie meer wil lezen over bietenoogst & bietenpulp, suikergehalte & tarra, schuimaarde & zware klei, bietenrassen & bietencampagne, bietenzaad & vroege of late bieten, bietentransporten & de suikerfabriek. De foto’s van Karin de Boer geven een prima beeld van de mens achter de suikerbiet. Mijn vader was ook zo’n Zeeuw achter de suikerbiet. Een hardwerkende man die later, bij zijn kinderen op feestjes of ‘op de koffie’ altijd moeite bleef houden met de klontjes van rietsuiker. Als eerbetoon aan hem wil ik deze foto van mijn vader met mijn lezers delen.

Jo Kasse levert zijn bieten aan voor inscheping naar de peefabriek. Veere, ca. 1960
  Copyright foto: Jonkheer W.L. den Beer Poortugael, Veere
*tekst liedje is van Du Driefstang

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen