maandag 25 oktober 2010

Leestip: De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet / David Mitchell

Oost, west… Na een lange reis keert Jacob de Zoet op maandag 3 november 1817 terug naar Zeeland. Ruim zeventien jaar heeft hij gewerkt op Deshima, een Nederlands eilandje bij Japan, en aan het einde van deze originele historische roman reist hij via Rotterdam, met een beurtschip naar Veere, waar niemand de weergekeerde Domburger herkent. Per rijtuig is het maar een halfuurtje naar Vrouwenpolder, maar Jacob gaat liever lopen alvorens hij aanklopt bij zijn zuster Geertje. De zondag daarop beluistert hij alweer een preek in de kerk van Domburg. En al snel rijdt naar Middelburg voor ontmoetingen met de directeuren van handelshuizen en importbedrijven, er worden contracten getekend. Na zijn vijftigste wordt hij gekozen in de gemeenteraad van Middelburg. Deze Zeeuwse gegevens maken het lezen van De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet van David Mitchell (1969) tot een avontuurlijke reis waarvan het einde het ‘beste’ gevoel geeft van eindelijk weer thuis komen, althans dat is mijn persoonlijke ervaring als Zeeuwse, ik ben geboren in Veere en woon in Middelburg. Eind 1799 vertrekt Jacob de Zoet, afkomstig uit Domburg, het neefje van de pastorie, naar het Deshima, een hoog ommuurd, waaiervormig, kunstmatig eilandje, naar Jacobs schatting zo'n tachtig passen breed en, net als het grootste deel van Amsterdam, gebouwd op verzonken palen. Het is de verste handelspost van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en vanaf 1641 het kattenluik tussen Japan en de westerse wereld. Als jonge griffier (klerk) moet hij de corruptie aantonen van het vorige opperhoofd. Dat valt niet goed bij zijn landgenoten die ook hun graantje meepikten, maar het brengt hem de vriendschap van een Japanse tolk Ogawa. Jacob de Zoet raakt in de ban van de Japanse vroedvrouw Orito, U bent wonderschoon, die bij hoge uitzondering, als dank voor het redden van de baby van de plaatselijke magistraat, mag studeren bij de Nederlandse chirurgijn en botanicus Marinus op Deshima. Het feit dat de liefde uiteindelijk niet ‘geconsumeerd wordt’ doet niets af aan de spanning van deze roman. Verraad, bedrog en vertrouwen, liefde en lust, schuld en geloof, moord en corruptie, integriteit en geloof spelen allemaal een rol in dit fantastische verhaal waarbij Mitchell volop gebruik maakt van de methode genre hopping. Avonturenroman, historische roman en liefdesgeschiedenis, een geo-politieke thriller, inclusief aanvallende Britse oorlogsschepen, met daartussen in een ‘gothic adventure story’ als Orito bevrijd moet worden uit het horrorklooster, het huis der zusters in het heiligdom op de berg Shiranui, waar de ‘nonnen’ worden bevrucht om hun baby’s te offeren in ruil voor het 'eeuwige leven' van de monniken. Wat Japan betreft: democratie was destijds niet de bloem die in Japan groeide. Jacob de Zoet en Orito zijn de belangrijkste personages in deze roman die overigens druk bevolkt wordt door allerlei andere interessante personen, van kruidenvrouw tot ontsnapte monnik. Jacob is de rechtlijnige klerk, gelovig, integer, optimistisch, strenger en braver dan de mensen om hem heen, ‘too good to be cool’, een onverzettelijke Zeeuw die zich staande houdt in de slangenkuil van Deshima. Mijnheer Dazûto of mijnheer 'Dommeburger' wordt hij ook wel genoemd. De fantasie en het vertelplezier vieren hoogtij. De roman is weergaloos van stijl, taal en verbeelding. De sfeer van het onbekende Japan, het leven aan boord van de schepen, het machtsspel en de corruptie wordt in geuren en kleuren beschreven. Ruwezeebonktaal, formeel taalgebruik, handelstaal, medische terminologie, poëtisch taalgebruik, het wisselt elkaar steeds af. Mitchells meerstemmigheid is scherp als altijd, hij voert wetenschappers uit oost en west net zo overtuigend op als het zooitje ongewassen zeelui. Het taalgebruik van Rafferty, het hulpje van de scheepschirurgijn en Arie Grote is echt geweldig. Indrukwekkend is tevens de stem die Mitchell aan de slaven en bedienden geeft, slaven hebben geen bezit, slaven zijn bezit. Het verhaal van de slaaf van Meester Fisher is een hoogtepunt in deze roman. Kenmerkend voor de stijl is het gebruik van veel dialogen, dit nodigt uit tot lezen en doorlezen. Interessant voor Zeeuwse lezers is de vraag hoe Zeeuws deze roman in werkelijkheid is. Mitchell’s bijzondere dank gaat o.a. uit naar Peter Sijnke van het Zeeuws Archief in Middelburg. Maar… Met de werkelijkheid maak je geen goede roman, zegt hij in interviews. Een bezoek aan Middelburg, het zien van VOC-panden en een huis met de naamAlles is omgekeerd’, (Spanjaardstraat 47) bracht hem op het spoor van het personage Jacob de Zoet. Zo’n soort huis zou de Zoet in Middelburg bewoond kunnen hebben… In werkelijkheid zijn de memoires van Hendrik Doeff een belangrijke bron van informatie geweest. Deze Hendrik was ‘opperhoofd’ (hoogste bewindvoerder) van Deshima, de handelspost voor de kust van Nagasaki, van 1803 tot 1817. Prachtig materiaal, maar vervolgens door Mitchell zeer vrij gebruikt. Archiefmateriaal, de Dagregisters van Deshima, en vele andere documenten zijn veranderd in een fictief verhaal. Op de vraag wat Jacob de Zoet tot een echte Zeeuw maakt antwoordt David Mitchell in een interview bij Omroep Zeeland: Jacob de Zoet geeft nooit op, zijn geloof geeft hem kracht en het zout zit gewoon in zijn bloed. We komen Zeeuwse namen tegen zoals Wisse maar of Abraham van Doeselaar echt heeft bestaan?, het kan zomaar een knipoogje naar een bekende zijn. En de tante van Marinus, Lidewijde Mostaart, de scherpzinnige en gulzige verslindster van het woord, zou ze echt bestaan hebben? Grappig is de dialoog tussen Marinus en Jacob (p. 41): ‘Ik kom uit Domburg, mijnheer, een kustplaatsje op Walcheren, in Zeeland.’ ‘Walcheren, zegt u? Ik ben eens in Middelburg geweest.’ ‘Toevallig heb ik mijn opleiding in Middelburg genoten, dokter.’ Marinus laat een blaffende lach horen. ‘Ik wist niet dat er in dat volslagen cultuurloze gat, dat broeinest van slavenhandelaren, opgeleid kon worden.’ ‘Misschien dat ik de komende maanden uw opinie over de Zeeuwen enigszins zal kunnen opvijzelen…’ Voor Zeeuwse lezers zou het interessant zijn wanneer David Mitchell eens het een en ander zou willen vertellen over het gebruikte archiefmateriaal. Ik hoop dat de Stichting Literaire Activiteiten Zeeland en het Zeeuws Archief hem volgend jaar kunnen uitnodigen. Hij zou een ideale wintergast zijn voor Omroep Zeeland… Tot slot: Deze roman, uitgegeven door Ailantus, is niet alleen een aanrader voor de winteravonden maar ook een echt herfstboek. Interview-fragmenten zijn te zien op de site van Ailantus. De engelse titel: The Thousand Autumns of Jacob de Zoet verwijst naar de omschrijving die Japan in de oudheid van zichzelf gaf als het Land van de Duizend Herfsten. Het slaat een mooi bruggetje naar de hoofdpersoon, die na zijn aanvaring met de Hollandse bewindvoerders en zijn onbeantwoorde liefde voor een Japanse vroedvrouw al heel jong in de herfst van zijn leven komt. Dat die herfst schitterend werd, en wel in de gemeenteraad van Middelburg, maakt de roman voor Zeeuwen en niet-Zeeuwen heel bijzonder. Over de omslag: het kaartje van Deshima is gebaseerd op de prachtige kaart van de Platte Grond der Nederlandsche Factorij op het Eiland Desima bij Nangasaki.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen