maandag 7 maart 2011

Konijntjesbrood - een surrealistisch prentenboek van André Sollie


Een wit konijntje, de koningin wil heel erg graag een wit konijntje baren! Lentekriebels en onmogelijke verlangens? Over dit onderwerp verscheen onlangs bij Uitgeverij Querido een bijzonder prentenboek: Konijntjesbrood. Een heerlijk voorleesboek, voor kinderen vanaf ca. vier jaar, van de Vlaamse schrijver, dichter en illustrator André Sollie. Een surrealistisch kleinood over (onmogelijke) verlangens.

Een koning en een koningin zijn in blijde verwachting van een kindje. De buik van de koningin stond vol verlangen naar een konijntje:

Een wit konijntje, lief en zacht.
Tralala, met lange oren...
Ik wil dat het nog deze nacht

- vier witte pootjes! - wordt geboren.

In zijn hart en hoofd koestert de koning voor een troonopvolger echter andere dromen:

Een konijntje? Je vergist je, schat.
Een eekhoorn met een rode staart!
Dat hadden we toch afgesproken?
Ik wil dat je een eekhoorn baart.

In de toekomst wil de koning voor het koningsdiertje paddenstoelen plukken: eekhoortjesbrood! De koningin is het daar niet mee eens: Konijntjesbrood! Dát moet je plukken! Hoor je me? Konijntjesbrood! Grote eetbare paddenstoelen met bruine hoed met daar bovenop twee mooie konijnenoren!

In dit prachtige prentenboek gaat het er niet om of het een jongen of een meisje wordt, zoals we eerder zagen in het vertederende Mejuffrouw Muis krijgt muisjes van Elle van Lieshout en Marije Tolman (Lemniscaat, 2010). Het wordt een wit konijntje met grote ogen of een rode eekhoorn. Later misschien overal konijnenkeutels in het paleis of het bed onder de knabbelnoten en overal vieze modderpoten. Tussen koning en koningin wordt een strijd geleverd, gekibbeld om de eigen droom in stand te mogen houden. Je zin doordrijven of water bij de wijn doen, dit thema zal altijd met kinderen besproken kunnen worden. Kinderen zullen het grappig vinden om mee te fantaseren over het toekomstige koningskindje. Hoe het uiteindelijk afloopt verklap ik natuurlijk niet, het is voor de hand liggend, verrassend en voor jonge kinderen helemaal goed.
André Sollie schreef zelf de tekst. Deze is grappig, origineel en een beetje bizar. Maar het zijn vooral de prenten die tot de verbeelding spreken. André Sollie haalt al zijn teken- en illustratietalent uit de kast. Collages met wonderlijke beelden die soms zelfs een beetje eng en vervreemdend kunnen zijn. Tegelijkertijd zie je in bijna elke collage een associatie met een beeld van zachtheid, tederheid of romantiek. De collages zijn op verschillende niveaus te bekijken, je ontdekt steeds nieuwe details. Het resultaat is een kunstzinnig prentenboek, door Uitgeverij Querido in de prospectus van dit voorjaar zelfs gepresenteerd als een surrealistisch prentenboek. Wat betekent dit? Voor de opbouw van het kunstwerk, in dit geval de collages samen met de tekst, maakt de kunstenaar de visuele verbeelingskracht los van het verstand en de logica. Zo kunnen droombeelden en associaties uit het onderbewuste het irrationele uitdrukken. Verlangens worden niet altijd op ratio en logica gebouwd.

Multitalent André Sollie ontving de driejaarlijkse Cultuurprijs Vlaanderen (2007). Hij valt met bijna elk prentenboek in de prijzen. Samen met Ingrid Godon won hij de Gouden Griffel 2001 voor het prentenboek Wachten op matroos. Verder een Boekenpluim voor de illustraties in Dubbel Doortje. Voor de Zomerzot, zijn laatste boek, ontving hij in 2010 de Boekenpauw, een jaarlijkse Vlaamse prijs voor het best geïllustreerde kinder- of jeugdboek.

Naar verwachting komen er vast meer koningskindjes… Over hoe het later zou kunnen zijn met deze en andere kindertjes die nooit ruzie hebben heeft André Sollie al nagedacht.

Uit: Tikken tegen de maan: 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen (2010) het gedicht 'Wij'. Tekst en illustratie zijn van André Sollie

Wij

Mijn vader en mijn moeder
zijn allebei nog thuis
Ze wonen al die jaren
in één en 't zelfde huis.

En wij, dat zijn de kinderen,
wij wonen bij ze in.
wij zijn met andere woorden
een heel gewoon gezin.

We doen ook alles samen,
zijn altijd bij elkaar.
Dat vinden we, hoe heet dat,
gezellig ja. Vandaar.

En alles wordt besproken,
we praten heel wat af.
Zo hebben we nooit ruzie
en krijgen we nooit straf.

We zijn dus heel gelukkig.
Tevreden, blij; dat wel.
En blijven samen hopen
op ooit een fikse rel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen