zondag 7 oktober 2012

Tentoonstelling in de Vleeshal: Architecture without building (Yona Friedman en Jean-Baptiste Decavèle)

Middelburg, De Vleeshal

Neem jouw ideeën, eigen (kunst)werk, foto’s of andere objecten mee naar de Vleeshal. Zo luidt de oproep van architect Yona Friedman aan de Middelburgers (inwoners, kunstenaars, ondernemers, studenten, kinderen en anderen). De oorspronkelijke functie van De Vleeshal komt volgens deze kunstenaars zo weer tot leven: een sociale ontmoetingsplaats waar ideeën ontstaan en gedeeld worden. Dit thema spreekt mij wel aan.
Speciaal voor De Vleeshal heeft Yona Friedman een ‘museum iconastase’ getekend. Jean-Baptiste Decavèle heeft deze tekening vertaald naar een driedimensionale module van 500 metalen ringen, een ruimtelijke structuur waarin kunstwerken gepresenteerd kunnen worden. Wat had ik dit graag opgebouwd zien worden, het is een staaltje creatief vakmanschap. Medewerkers van het Zeeuwse Las- en Constructiebedrijf  J. van Belzen en het team van de Vleeshal hebben een mooie ‘klus’ geklaard bij de realisatie van dit artistieke project. De 500 ringen zijn met ijzervlechtdraad en tape aan elkaar verbonden, de tijdelijkheid van de verbinding is daarmee een belangrijk gegeven. In dit ‘museum iconastase’ is een video geplaatst. We zien Yona Friedman die in zijn Parijse atelier zijn idee over het uit ringen opgebouwd ruimtelijk frame uitlegt.

Yona Friedman:  Architecture without building, 2012
 Een ‘museum iconastase’, wat wordt hiermee bedoeld? Het architectonische begrip iconostase refereert aan de wand van beelden die in een (byzantijnse) kerk de scheiding vormt tussen altaarruimte en het schip. Op deze wand zijn verschillende panelen met verscheidene iconen te vinden. Friedman nodigt nu de Middelburgers uit om hedendaagse iconen zoals ‘beelden’ of kunstwerken in zijn museum - de ruimtelijke structuur van 500 ringen – onder te brengen. Van elk  voorwerp wordt een foto gemaakt, deze foto’s worden wellicht basismateriaal voor een toekomstig film- of fotocollageproject van Jean-Baptiste Decavèle. Inwoners die iets komen brengen kunnen in een boek beschrijven wat ze inbrengen en waarom. Verrassend is dat tijdens de tentoonstelling (tot 16 december) ook Jean-Baptiste Decavèle voorwerpen, zoals kartonnen dozen, aan de structuur toevoegt, een kunstwerk zelf moet gaandeweg veranderen is hun overtuiging.
Met Yona Friedman (Boedapest, 1923) haalt de Stichting Beeldende Kunst Middelburg (SBKM) één van de belangrijkste denkers binnen de architectuurgeschiedenis van de twintigste en eenentwintigste eeuw naar Middelburg. Friedman schreef en illustreerde meer dan vijftig boeken over zijn onderzoek naar architectuur, ecologie en taal. In een tijd waarin kwesties op het gebied van stedelijkheid, mobiliteit, globalisering en migratie steeds belangrijker werden, bedacht hij visionaire concepten als ’mobiele architectuur’, de ‘ruimtelijke stad’ en ‘uitvoerbare Utopia’s’ die nog altijd actueel zijn. Het toeval wil dat momenteel bij de 13de Architectuurbiënnale in Venetië verwante thema's volop in de belangstelling staan; niet de architecten en stedenbouwkundigen maar vooral de gebruikers staan centraal. Friedman is een architect die van mening is dat architecten eigenlijk overbodig zijn. Men bouwt steden (iconen) voor de eeuwigheid, terwijl de werkelijkheid het bestaan van de eeuwigheid steeds tegenspreekt. Zijn concept over Mobiele architectuur gaat uit van constructies die het aardoppervlak op zo weinig mogelijk punten raken, constructies die kunnen worden ontmanteld en verplaatst en altijd aangepast kunnen worden aan de individuele gebruikers. Onderdelen van een huis als bouwpakket bij een bouwmarkt kopen zou ideaal zijn, de individuele gebruiker kan dan inpluggen in een frame. Zijn focus op tijdelijke huisvesting met een maximum aan flexibiliteit komt voort uit zijn compassie met dakloze vluchtelingen waarmee hij werd geconfronteerd in Europa, Israël en Afrika. Friedman’s ideeën beperken zich niet tot de architectuur. Zijn betrokkenheid is veel breder en behelst ook andere vakgebieden zoals sociologie, economie, wiskunde, informatie-technologie, urbanisme, beeldende kunst en film. Hij is daarbij altijd uitgegaan van principes die uiteindelijk leiden tot individuele vrijheid. Zijn opvattingen draagt hij voornamelijk uit d.m.v. manifesten, publicaties, colleges, tekeningen en maquettes..Er zijn slechts weinig ontwerpen van hem gerealiseerd. Sinds enkele jaren werkt Friedman samen met Jean-Baptiste Decavèle (Grenobele, 1961), met wie hij ideeën rondom architectuur, films, archieven, fotografie, voorstelling van ruimtes en landschappen uitwisselt..
De Vleeshal, de kleurrijke vensters
Naast de ingenieuze structuur van de 500 metalen ringen zien we in De Vleeshal dat de vensters zijn bedekt met Yona Friedman’s ‘glas-in-lood’, gemaakt van tussen plexiglas geklemde kleurige plastic tasjes. Ze laten het licht vrolijk gekleurd binnenvallen op de met elkaar verbonden stalen ringen.
Als bezoeker ervaar ik een nieuwe verbinding: het subliem gefilterde kleurrijke licht gaat prachtig samen met de koele en stoere metalen constructie die nagenoeg de gehele ruimte van De Vleeshal vult. Een bijzondere ervaring die fotografisch nauwelijks laat vastleggen.
Het uitgangspunt van Architecture without building is, volgens de tentoonstellingsbrochure, ‘te beginnen bij de inhoud’. Er is een behoefte om iets te laten zien, er is een ruimte, een architectuur voor nodig. Architecture without building wil dienend zijn voor iets anders zonder zich aan te passen aan De Vleeshal. Dienstbaar aan de Middelburgers. De tentoonstelling is tot 16 december te zien, op deze laatste dag zal zichtbaar zijn welke ideeën de inwoners hebben aangeleverd. Zelf wil ik, binnen de architectuur van dit blog, enkel beelden met mijn lezers delen. Beelden van hoe mooi het in de Vleeshal kan zijn.

De Vleeshal: kunsten & nissen

De Vleeshal, 2012


De Vleeshal, beelden

Detail venster Vleeshal, 2012
Detail venster De Vleeshal, 2012

zaterdag 29 september 2012

De Literatuurfabriek 2012-2013: een sfeer impressie


 

Met de eerste bijeenkomst van De Literatuurfabriek is, voor mij althans, het nieuwe literair seizoen in Middelburg begonnen. Vanaf september tot juni presenteren Frank van Doeselaar (docent Nederlands) en Lidewijde Paris (uitgeefster, literair journaliste, expert buitenlandse literatuur) een boeiend literatuurprogramma in de Drvkkery, veelal op de vrijdagmiddag van 15.30 tot 17.30. Alweer de zesde jaargang en met zo’n 40 deelnemers in no time volgeboekt. In het programma wordt aandacht besteed aan een scala aan onderwerpen, van poëzie tot Russische literatuur, van debutanten tot hypes en aanverwante uitgeverszaken, aan de steeds terugkerende vraag wat literatuur nou eigenlijk is, het verschil tussen literaire thrillers en de roman, publicaties in de luwte, in de marge, aan de zijlijn of in het middelpunt. Boekenweek, literaire prijzen, pareltjes en klassiekers. En er komt een wintergast, wie dat wordt is nog geheim… Eerdere gasten waren Thomas Rosenboom, Annejet van der Zijl en Adriaan van Dis. Deelnemers aan de Literatuurfabriek krijgen alvast twee te bespreken kerntitels mee, dit jaar zijn dat: Bittere bloemen van Jeroen Brouwers en De meester en Margaritavan Michail Boelgakov. We gaan natuurlijk ook Vijftig tinten grijs van E.L James bestuderen, we houden van kleurrijke discussies.
Literatuurfabriek, waarom deze naam? Allereerst een verwijzing naar de geschiedenis van het pand van boekhandel De Drvkkery, waar vroeger Uitgeverij den Boer gehuisvest was en tevens de Provinciale Zeeuwse Courant van de persen rolde. Productie en processen: ook lezen is een actief proces, hetzelfde geldt voor het schrijven. Wereldwijd wordt er op grote schaal literatuur 'geproduceerd' en wij, lezers, hebben het er maar druk mee om de literaire productie enigszins te volgen. De achtergrondinformatie en de tips van Frank en Lidewijde en de feedback van de deelnemers helpen uitstekend bij het maken van een keuze.
Dit jaar begon, als voorafje, met een uitnodiging voor de film Being Flynn, gebaseerd op het levensverhaal van Nick Flynn, dit in het kader van het programma Film en Literatuur van Film by the Sea. Het onderwerp boekverfilmingen komt elk jaar vele malen aan de orde met een brede waaier aan lees- en kijktips.
Het thema van de openingsbijeenkomst in de Drvkkery luidde: Van literatuur naar literair variété? Centraal stonden de romans Bonita Avenue van Peter Buwalda (weergaloos meeslepend, een droomdebuut volgens HP/De Tijd) en VSV van Leon de Winter (5 sterren notering volgens een recensent in de Volkskrant, het aanbevolen boek voor de zomervakantie!). De moeite waard? De meningen zijn verdeeld. De sfeer bij De Literatuurfabriek nodigt gelukkig al jaren uit tot onvervalste kritiek, zowel positief als negatief, maar dit terzijde. Leon de Winter voert in VSV het romanpersonage Theo van Gogh op, daar begint het al mee. Andere personages zijn bv. Job Cohen en Bram Moscovitch. Is dat wel chique? Wat zit daar achter? Hartje zomer ontmoette ik Leon de Winter op Schiphol, hij was daar zelfs ’s nachts aan het signeren. Zodra ik op de cover las dat Theo van Gogh figureerde in de roman VSV heb ik hem maar eerlijk gezegd dat ik deze Nederlandse ‘materie’  thuis wilde laten, mijn belangstelling ging op dat moment meer uit naar lectuur en literatuur over een zonnig Midden-Amerika. Later heb ik deze roman wel geleend en gelezen: literair vermaak, een opeenstapeling van onwaarschijnlijkheden, snel gelezen, snel vergeten. De stijl is een beetje afgekeken van De ontdekking van de hemel. Niet meer dan een kwajongensboek? Een ongemakkelijk gevoel blijft hangen want de relatie Van Gogh - De Winter was bijzonder complex. Is de Winter niet zelf de kwade jongen?
Bonita Avenue van Peter Buwalda scoort beter in de groep, hoewel? Grote bewondering voor het vakmanschap maar sommige lezers geven aan dat er voor hen geen doorkomen aan was. Waarom dat zo is heeft, volgens de docenten, onder meer te maken met de gebruikte literaire technieken. Er is geen duidelijke hoofdstukindeling. Het verhaal wordt verteld vanuit drie perspectieven via drie personages (Sigerius, Aaron en Joni) maar qua taalgebruik lijken ze op elkaar omdat Buwalda  dezelfde sfeer aan metaforen gebruikt. In mijn vorig jaar gesigneerde exemplaar staat: Voor Anke! Hopelijk lees je het nog uit… Peter Buwalda. Jawel, ik hoop het ook.
Elke bijeenkomst van de Literatuurfabriek eindigt met de bespreking van recent verschenen titels en andere leestips. Voor ieder wat wils. ‘Maar’, zegt één van de deelnemers, ‘ik leef maar één keer en eigenlijk  heb ik thuis nog twee meter boeken staan die ik voor ik ga hemelen eerst wil lezen…’
Een keuze uit de leestips: Alle titels van Leon de Winter, Anne Frank leeft en woont op zolder  (Shalom Auslander), Het onvermijdelijke toeval (Martin Mosebach), Aarde (David Vann), In tijden van afnemend licht (Eugen Ruge).
Zelf wil ik daar de verhalenbundels van Sanneke van Hassel aan toevoegen. Haar lezing in de Zeeuwse Bibliotheek (11 september) was boeiend, haar verhalenbundels IJsregen (2005), Witte Veder (2007), Ezels (2011) en haar roman Nest (2010) zijn bijzonder lezenswaardig. Liefhebbers van het rijk en eigenzinnig genre van het korte verhaal zullen genieten van het recent verschenen Naar de stad. Samen met Annelies Verbeke stelde zij deze dikke bundel (479 p.) samen. Een internationaal gezelschap van 39 auteurs, van Tobias Wolff tot Haruki Murakami, leverde een bijdrage.
Volgens uitgeverij De Geus zijn het natuurlijk de mooiste korte stadsverhalen van de twintigste eeuw. Sanneke van Hassel vertelde in Middelburg dat het nog niet meeviel om de verhalen te selecteren, zo ruim was het aanbod. Gelukkig had uitgeverij De Geus hier begrip voor, vandaar deze prachtige bundel.
Kiezen kan wel eens lastig zijn, wat te lezen, er verschijnt zoveel… Wordt het de verhalenbundel Zondig in Zeeland met 26 prikkelende verhalen of Ons leven met Reve van Teigetje & Woelrat? Tijdens de volgende bijeenkomst van De Literatuurfabriek staat Simon Vestdijk en zijn oeuvre in het middelpunt van de belangstelling. ‘De man die sneller schrijft dan God kan lezen’, zo typeerde Adriaan Roland Horst hem. Allerlei romans komen dan ter sprake, maar de nadruk ligt op Ivoren wachters, De koperen tuin en met name de Anton Wachterroman Terug tot Ina Damman.
Als er tijd voor is… Zelf keer ik terug naar de halve meter voorraad in mijn boekenkast. Met plaid en warme Noorse sokken nestel ik mij op de bank en lees eindelijk Baltische Zielen van Jan Brokken. Een portret van 27 markante mannen en vrouwen uit de geschiedenis van Estland, Letland en Litouwen. Indrukwekkende levensgeschiedenissen. Wat een meesterwerk! Een luistertip hierbij: Serenity: the beauty of Arvo Pärt. Verder lees ik tussendoor allerlei verhalen van Jelle Brandt Corstius die binnenkort te gast zal zijn in de Zeeuwse Bibliotheek. Verhalen over Rusland en Moskou, over de kleine landjes in de Kaukasus en andere verre oorden. Hij zal ongetwijfeld zijn recente Universele Reisgids voor Moeilijke Landen onder de aandacht brengen. Zo kunnen wij mooi meeliften, eigenlijk is elk boek een reis apart. Laat de winter maar komen.

 

vrijdag 6 juli 2012

Argentijnse Avonden - Van de Zwart Janstraat naar de pampa / Carolijn Visser


 

Carolijn Visser presenteerde haar nieuwe boek Argentijnse Avonden op 7 juni in boekhandel De Drvkkery in Middelburg. Zij werd geïnterviewd door PZC-journalist Jan van Damme. ‘Wat een fantastische plek, deze boekhandel, wat een zegen dat wij deze plek in Middelburg hebben’, aldus de ‘welkom thuis’ woorden van Jan voor de schrijfster die in Middelburg opgroeide.
Argentijnse Avonden is een familiekroniek die een groot deel van de 20ste eeuw omvat, de periode van 1937 tot 2006. Het is geen reisverhaal zoals we eerder van Carolijn Visser gewend waren. Ze verrast de lezer nu met literaire non-fictie: volgens haar een soort roman, met vaart geschreven, met hoogtepunten en dieptepunten waarin alles is samengebald. Een roman die gebaseerd is op feiten. Zo meeslepend, zo veel omvattend, fascinerend, triest, troostrijk en hoopgevend tegelijk. De soms laconieke schrijfstijl van Carolijn draagt bij aan een prettige leeservaring. Een samenvatting geven is niet eenvoudig , ik citeer vrij de tekst op het boekomslag:
De Hollandse consul Ida van Mastrigt bereidt zich in 2006 voor op het bezoek van koningin Beatrix, kroonprins Willem-Alexander en Máxima aan de Hollandse kolonie van Tres Arroyos, vijfhonderd kilometer ten zuiden van Buenos Aires. Zesenvijftig jaar geleden, als meisje van tien, belandde Ida hier met haar zusje Miep. Het ontbrak vader Rinus echter aan tijd om voor zijn dochters te zorgen, ze werden liefdevol opgevangen door christelijke nazaten van Hollandse en Friese landverhuizers. Ida trouwt met één van hen en wordt boerin. Vanaf haar 38ste vervult zij de functie van honorair consul.
Hieraan vooraf gaat een wonderlijk avontuur van haar vader. In het jaar 1937 besloot Rinus van Mastrigt naar Nederlands-Indië te fietsen om daar werk te zoeken. Hij trouwde in Batavia, en kort daarna werd Ida geboren. De oorlog sloeg het gezin uiteen. Na de jappenkampen zocht Rinus zijn geluk in booming Argentinië en liet zijn dochters nakomen.
Argentijnse Avonden is het verhaal van een vader en zijn twee dochters, emigranten in Argentinië, en hun gespannen verhouding - het verhaal van een gezin op drift, maar ook een ode aan generaties Nederlanders die een nieuw bestaan opbouwden in een onbekend land.
Naar aanleiding van de vraag naar het ontstaan van deze roman vertelde Carolijn in Middelburg over haar bezoek aan Argentinië in 2005 waar ze de Nederlandse gemeenschap in Tres Arroyos, een stoffig slaperig stadje op de pampa, bezocht. Hier ontmoette zij de honorair consul Ida van Mastrigt, het consulaat was eenvoudig een kantoortje aan huis. Altijd op zoek naar materiaal raakte Carolijn gefascineerd door de verhalen over de geschiedenis van het dorp, de familieverhalen van de immigranten. Ida van Mastrigt kreeg begrip voor haar zoektocht en overhandigde haar een grote tas vol brieven, schriften, notities, foto’s en paperassen van haar vader die vijf jaar eerder was overleden. Alsof ze al jaren had gewacht op iemand die er belangstelling voor had. Bij het lezen van de eerste brief, 's avonds in haar hotelkamer, wist Carolijn al dat dit haar 21ste boek zou worden. De roman is op de inhoud van deze tas gebaseerd alsmede op een koffer vol brieven die later in een fabriek van Ida’s vader gevonden is. De brieven bevatten veel details, ze brengen je dicht bij de gedachten en geschiedenis van de hoofdpersonen, bij de problemen waar ze tegenaan liepen. De familie van Mastrigt correspondeerde veelvuldig, elk snippertje papier werd ook nog eens bewaard, aldus Carolijn Visser.
In het eerste deel van de roman worden de wonderlijke avonturen van Rinus van Mastrigt beschreven. Hij is de zoon van een Rotterdamse kruidenier, leerde op de lts voor timmerman en volgde in de avonduren mts bouwkunde. Vanwege de crisistijd ziet hij geen toekomst in Nederland. Hij besluit om werk in de bouw te gaan zoeken in Nederlands-Indië. Omdat hij geen geld heeft om de boottocht te betalen (derdeklas naar Batavia kost ruim vijfhonderd gulden) besluit hij de reis op zijn oude stadsfiets te maken. Hij bindt zijn koffer achterop de bagagedrager en vertrekt in november, net voor in Europa de winter invalt. Alleen al dit gegeven zegt iets over zijn onwrikbare wil om ergens ‘voor te gaan’. Werken wil hij en werk vinden zal hij. Tot zijn zesentachtigste zal hij uiteindelijk blijven werken wanneer hij in Argentinië nog eigenhandig het dak van zijn fabriek repareert. Bij zijn vertrek uit Rotterdam neemt hij afscheid van zijn vriendin Ida, bij haar thuis eet hij nog vijftien boterhammen met beleg en drinkt hij twee glazen melk…
Tijdens zijn wonderbaarlijke reis post Rinus vanaf het begin uitvoerige brieven of haastig gekrabbelde verslagjes. ‘Houd allen moed. Het gaat me goed. Vandaag tot Keulen’. Die middag inspecteerde een Nederlandse douanier zijn fietslood – het bewijs dat de verplichte fietsbelasting was betaald, lezen we vervolgens. Na bizarre avonturen in Europa en Azië arriveert hij in Singapore waar hij door een levensgevaarlijke trombose in zijn bovenbeen in het ziekenhuis belandt. Ida, 23 jaar jong, nog nooit buiten Nederland geweest, wordt dringend gevraagd over te komen, ’Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven’. Ze zal een maand onderweg zijn, ze moet wel, zonder geld voor een eventuele terugreis en geen idee wat haar te wachten staat. Het loopt goed af, Rinus geneest. In Batavia gaat hij bouwprojecten begeleiden. In 1938 treden ze in het huwelijk, kort daarna wordt dochter Ida geboren, vervolgens Miep. De oorlog betekent het einde van hun gezinsleven. Het verblijf in de jappenkampen zal de toch al opvliegende Rinus voor zijn verdere leven tekenen. Wanneer hij na de oorlog op zoek gaat naar Ida vindt hij haar in een kamp waar ze als verpleegster werkt voor het Rode Kruis. Maar hij treft haar aan in een veldbed, in gezelschap van een Amerikaanse militair. Na de onmiddellijke scheiding 'neemt' hij de voogdij over de meisjes en stuurt hij Ida en Miep naar zijn ouders in Rotterdam. Hij volgt later maar kan in Nederland niet aarden. Rinus raakt geboeid door een artikel waarin het vijfjarenplan van de Argentijnse president Perón uiteen gezet wordt. Dit belooft volop werk voor bouwkundigen. Daar wilde Rinus heen! ‘Het moet een best land zijn,’ reageerde vriend Kees vanuit Borneo op het plan. ‘Alles vrij van de bon en je kan er zoveel cornedbeef eten als je wilt… Het wemelt er alleen van de moffen en de fascisten, maar daar kun je wel wat tegen innemen’.
Cor, de jongste broer van Rinus, (tot op de dag van vandaag nog steeds winkelier in de Zwart Janstraat) begreep dat Rinus niet in Nederland kon blijven. Hij zou later over dit vertrek en over de fietstocht naar Indië zeggen: ‘Rinus was een genie. Dat was eigenlijk het probleem. Hij kon alles, maar hier kon hij zijn ei niet kwijt. Nederland was gewoon te klein voor hem’.
In Argentinië vindt de buitengewoon technische Rinus werk in de betonbouw. Talent voor het vaderschap heeft hij absoluut niet: de relatie met zijn dochters is altijd gespannen en grenst zelfs aan mishandeling. De mooiste tijd beleven de meisjes in Tres Arroyos waar ze in het internaat van de Hollandse school mogen verblijven. Vooral meester Cees Slebos bracht rust in hun leven, ‘Voor ouders en leerlingen was het van begin af aan of meester Slebos een warme gloed verspreidde. Leren werd iets heerlijks. Moeilijke sommen bleken ineens oplosbaar… Alle kinderen hingen aan zijn lippen! En zingen dat hij kon. Eerst in het Nederlands, algauw ook in het Spaans’.  Slebos was als een vader voor de meisjes. Verder vonden ze ‘troost’ in de kracht van de gemeenschap, de hartelijke gezinnen en een kalender aan vaste gebeurtenissen en feesten.
In dit tweede deel van de roman komt de Argentijnse periode uitvoerig aan bod. Parallel aan de politieke verwikkelingen in dit land wordt het turbulente leven van Ida, Miep en Rinus beschreven. Ida trouwt, wordt boerin, brengt vier kinderen groot, wordt verlaten door haar man en vindt een nieuwe levenspartner. Het thema trouw en ontrouw is op allerlei niveaus verweven in de gecompliceerde familierelaties. De vrouw van Rinus verspeelde haar rechten al als moeder omdat haar reputatie aan scherven lag. Pas aan het eind van de roman komen Ida en Miep, en dus ook de lezer, iets meer over haar en over hun halfzusje Len te weten.
Carolijn Visser vertelde in Middelburg hoe bijzonder het was dat Ida van Mastrigt zeer recent aanwezig kon zijn bij de officiële boekpresentatie in Amsterdam. (Op de site van uitgeverij Augustus kunt u hier meer informatie over vinden). Volgens mij kan de roman gezien worden als een ontroerende ode aan een veerkrachtige vrouw: het is onvoorstelbaar wat Ida heeft meegemaakt. Maar ook de onmacht van andere vrouwen dwingt respect af en wordt integer beschreven.
Veel Nederlanders vertrokken naar Argentinië. Vanuit Argentinië is een omgekeerde emigratiestroom op gang gekomen. In Aalten is een Argentijns-Nederlandse gemeenschap ontstaan waar bij de Argentijnse barbecues verhalen verteld worden voor wellicht nieuwe familiekronieken. Velen beschikken over een dubbele nationaliteit en over twee paspoorten. ’Niks mis mee’, besluit Carolijn Visser de avond in Middelburg. ‘Je kunt beter twee vaderlanden hebben dan slechts één. Het is een rijkdom om twee plaatsen te hebben waar je van houdt’. Op de vraag van Jan van Damme waar Carolijn Visser oud zou willen worden, Estland, Amsterdam of Middelburg, bleef zij het antwoord schuldig. Maar, zei ze, wanneer ze nu in Middelburg arriveert en over de Stationsbrug de stad inloopt valt het haar op dat de fietsenwinkel van Piet Voskamp, die voorheen aan de Breeweg was gevestigd, nu direct aan de Blauwedijk de aandacht trekt.
Mijn slotopmerking is: het is een rijkdom om te kunnen reizen, het land van bestemming is niet het belangrijkste. Wèl het weten dat  je in Middelburg, om te beginnen, altijd een spiksplinternieuwe of tweedehands stadsfiets kunt kopen! Buen viaje. Goede reis!

Carolijn Visser op de pampa, foto boekomslag

woensdag 21 september 2011

Kiek noe toch wat mooi! Schoonheid aan de Oosterschelde: ode aan de perkoenpaaltjes / Juliette Timmerman


Motto: “Bij de ware ontdekkingsreis gaat het niet om het verkennen van nieuw terrein, maar om het zien, met andere ogen.” (Marcel Proust)

In Schoonheid langs de Oosterschelde: ode aan de perkoenpaaltjes neemt fotografe Juliette Timmerman ons mee naar een uniek stukje verdwijnend Zeeuws erfgoed en "openbaar kunstbezit": de perkoenpaaltjes die al meer dan 250 jaar beeldbepalend zijn voor veel Zeeuwse dijken, die behoren bij de identiteit van de Provincie Zeeland, maar nu, in het kader van de dijkverbeteringswerken op Schouwen-Duiveland, voor 2015 als landschapselement grotendeels zullen verdwijnen. De paaltjes zijn karakteristieke elementen of monumentjes binnen het Nationaal Park Oosterschelde.
Perkoenpalen zijn ronde paaltjes van dennen- of eikenhout, gemaakt om dijkhellingen te beschermen. Ze dienden als golfbrekers en als afsluiting of steun van een vak van een dijkglooiing. Ze zijn 1,2 of 1,6 meter lang en 20 centimeter in doorsnede. Ze moeten onderscheiden worden van de alom bekende paalhoofden op bv. het strand van Walcheren. Deze 'monumenten' zijn door Pauline van Lynden in 2007 vastgelegd in Donkere palissaden, zij won hiermee in 2008 de Zeeuwse Boekenprijs.
In dit nieuwe prachtige boek, een lofdicht in bijna 200 beelden, toont Juliette ons sfeerfoto’s en close-ups van de verweerde perkoenpaaltjes en de kleine ecosystemen die op de palen te zien zijn. Door het oog van de camera laat zij zien hoe ze gefascineerd raakte door de diversiteit aan kleuren, erosievormen, mossen. De foto’s zijn een lust voor het oog: de ruwe schoonheid van de paaltjes zelf, de knoesten en jaarringen, de flora en fauna op de palen, maar ook de kleuren van een roestige spijker, een bierdopje en van echt beschilderde paaltjes. Over het fotograferen zelf zegt Juliette: "Iedereen kan het, je hoeft het alleen maar te zien! Ik zet mijn Canon Ixus compactcamera op macro stand, dat is alles".
Deze publicatie is echter veel meer dan een fotoboek. Verschillende deskundigen hebben vanuit hun eigen expertise een bijdrage geleverd over de Oosterscheldedijken en de perkoenpaaltjes. In haar inleiding verwoordt Juliette onder het kopje Kijkplezier hoe het begon: "Toen ik in 2005 thuis kwam met de eerste close-ups van de paalhoofdjes ontvouwde zich op het beeldscherm een schoonheid die mij met het blote oog nog nooit was opgevallen. Al gauw kwam me ter ore dat 'ze er allemaal aan zouden gaan' vanwege het vernieuwen van de dijkbekleding. Dit maakte iets in mij los: ik wilde deze kunstwerkjes van Moeder Natuur zoveel mogelijk vastleggen". ‘Verbeeldster’ Yvon Lievense verkent het begrip ku(n)stwerkjes verder: in deze context is een kunstwerk dat wat de mens bouwt om de natuur te ‘beteugelen’, maar ook dat waarin een kunstenaar als Juliette haar ziel blootlegt om te delen met de wereld: de wondere wereld van verbazing, de schoonheid die met microfotografie aan het licht wordt gebracht. Katinka Canters-Peters doet verslag van gesprekken met de mannen van de dijk: kantonnier Ben Schot en dijkwerker Kees Struijk. Waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt voor verschillende nieuwe dijkbekledingen wordt verteld door Silvester Vermunt, dit vanuit zijn betrokkenheid bij het Project Zeeweringen.
Bijzonder informatief zijn de bijdragen van Frans Beekman (historisch geograaf) en Rita de Ligt-van der Zee (programmaleider Natuur en Milieu Educatie IVN Consulentschap Zeeland). Frans Beekman, oud-leraar aardrijkskunde, houdt de lezer uitstekend bij de les met zijn geschiedenisvertelling. Hij gaat terug naar de tijd van de eerste dammen, kades, ringdijken en zeedijken op Schouwen-Duiveland en schetst de ‘bescherming’ die vanaf de stormvloeden in 1014 en 1134 tot nu toe voortdurend verbeterd wordt door andere materialen en technieken te gebruiken. Hout in zout water leek onverslijtbaar tot in het midden van de achttiende eeuw een paalworminvasie onder de waterlijn enorme schade toebracht. Vervolgens tastte de paalpissebed de middelste paalrijen laag op de steenglooiing aan en werd de heipaalkever onverdeeld heerser in de hoogste paalrijen. Tenslotte werd ook nog een zeer klein larfje borend in het eikenhout gevonden die het met kleine gaatjes ‘vermieterde’. Om deze rampen te voorkomen is er zelfs een poging gedaan perkoenpaaltjes van beton te maken. Dit werd geen succes, ze werden aangetast door betonrot: het ijzer van de wapening ging roesten (zie de grappige foto op p. 31). Opmerkelijk is dat de perkoenpaaltjes vrijwel niet in ‘de boeken’ zijn vermeld. Ze staan wel buiten in het landschap, ze zijn te zien op foto’s en ansichtkaarten en alom bekend bij de lokale bevolking. Waterbouwkundigen zagen de perkoenpaaltjes als dijkbekleding, er is nooit onderzoek naar de historie gedaan. Op een enkele bladzijde in het rapport Cultuurhistorie aan de Oosterscheldedijk (2008) worden de palenrijen getoond, maar ze zijn niet in de waardering van de dijkelementen opgenomen. Dankzij Frans Beekman (en zijn onderzoek in de Koninklijke Bibliotheek) weten we nu weer opnieuw dat ‘alles van waarde weerloos is’ en, historisch gezien, gekoesterd had moeten worden.
Rita de Ligt-van der Zee beschrijft het leven op en rond de perkoenpaaltjes, de kleine ecosystemen die in hun eenvoud zo onwaarschijnlijk mooi kunnen zijn. Ook over de paal zelf valt veel te vertellen, de verschillen tussen de houtsoorten den en eik, het proces van verweren, de jaarringen, de gepolijste vormen. De korstmossen zijn vanwege de vaak heldere kleuren de meest opvallende bewoners. Allerlei planten, dieren, korstmossen en wieren worden besproken. Zijn de foto’s al een lust voor het oog, de namen binnen flora- en faunawereld strelen de tong of zijn mooi om te horen. Wat te denken van groot dooiermos, oranje dooiermos (en hun vruchtlichamen), groene schotelkorst. Gewone zoutmelde, spiesmelde, strandbiet, zeekool, melkkruid. Blaaswier en knotswier. Fluweelmijt, zeealsem en paardenanemoon. Alikruik of krukel, Japanse oester en gewone schaalhoren. Daarnaast natuurlijk informatie over boorders en knagers: de paalpissebed, paalworm, havenpissebed en heipaalkever. Kijk nog eens naar de cover: een lieveheersbeestje, ofwel een kapoentje, op een perkoenpaaltje! Het Nederlandse woord perkoen of perkoenpaal wordt in het dialect van Schouwen-Duiveland vaak ‘kerpoenpaele’ of ‘perpoenpaele’ genoemd.
Geen enkel paaltje is hetzelfde, sommige paaltjes zijn echte monumentjes. De afbeelding van de medaillon met Moeder Maria (p. 92) hoort bij de foto van het crucifix van Jezus (p. 71) en is op het allerlaatste moment vastgelegd. Volgens Juliette een gedenkteken voor 'iemand die graag aan de dijk was'. Project Zeeweringen heeft dit monument aan de nabestaanden teruggegeven, een bijbehorende basaltsteen met inscriptie zal teruggeplaatst worden.
‘Is er toekomst voor de perkoenpaaltjes?’ was een vraag tijdens de boekpresentatie in Zierikzee, op vrijdag 16 september. Jawel, er is een oude zeedijk bij Ouwerkerk en er is een Plan Buitengebied. En het toeval wil dat Ria Geluk, de drijvende kracht achter de totstandkoming van het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, naar eigen zeggen, nog een stapel paaltjes in de schuur heeft liggen… Mijn voorstel zou zijn: verzamel wat er nog over is, blijf in gesprek met de dijkmannen en dijkgravinnen en ontwerp een Timmerman-dijkje. Een micro Regionaal Parkje waar Moeder Natuur haar gang mag gaan... mijn zegen heeft het!
‘Kiek, dat paeltje an de diek waekt nog’. De aanwezigheid van de palen leidde tot deze uitspraak in Burghsluis, waarmee de palen dus dienden als een soort meetinstrument voor de waterstand op elk moment in de Oosterschelde. Wij Zeeuwen mogen blij zijn dat Juliette Timmerman een wakend camera-oog op de perkoenpaaltjes heeft gericht, door haar prachtige foto’s zal dit Zeeuwse erfgoed zichtbaar blijven. Kiek noe toch wat mooi!

Verdere informatie:
video fragment en luister fragment op Omroep Zeeland. http://www.omroepzeeland.nl/nieuws/fotoboek-over-perkoenpaaltjes-oosterschelde
Bespreking door Jan van Damme (en Joeri Wisse) op Zeeland Geboekt, 19-09-2011
Over paalhoofden: Donkere palissaden, door Pauline van Lynden, 2007. Bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs in 2008
Schoonheid langs de Oosterschelde: ode aan de perkoenpaaltjes is uitgegeven door Uitgeverij den Boer / de Ruiter, Vlissingen. Prijs: 19,90 euro
U kunt dit boek (en andere Zeeuwse boeken) kopen bij de boekhandel of direct bestellen via http://www.zeelandboeken.nl/index.php/mbhbooksheet?task=bookview&query=9789079875245


donderdag 15 september 2011

Ben Joppe : schilder van het onmogelijke

“Zo mooi, zo kleurrijk, zo afwisselend, hier worden wij gewoon blij van.” Zomaar een reactie van bezoekers tijdens de opening van de tentoonstelling Ben Joppe : schilder van het onmogelijke. Een verrassend veelzijdige tentoonstelling over de Zeeuwse kunstenaar Ben Joppe (1915-2007), een expositie die met veel plezier, liefde en toewijding is samengesteld door de Stichting Ben Joppe en de Zeeuwse Bibliotheek. Met deze eerste officiële overzichtstentoonstelling in Nederland ging een wens van Ben Joppe in vervulling: hij wilde zijn werk onder de mensen brengen. Wie er voor open staat kan nu t/m 22 oktober 2011 kennis maken met zijn werk en een antwoord vinden op vragen als: wat is de grondslag, welke ideeën liggen er achter, wat is de sfeer, de aard van het materiaal, hoe maakt hij de achtergrond zichtbaar en voelbaar, wat laat hij na, wat is de invloed van zijn langdurig verblijf in Japan, hoe betekenisvol is zijn werk?
De expositie omvat circa 25 schilderijen en 20 werken op papier. Interessant zijn ook de twaalf vitrines waarin allerlei persoonlijke documenten te zien zijn, waaronder brieven van Graham Greene en Karel Appel. Mooi is het traditioneel Japanse materialenkistje met inhoud, de barens, stempels in steen en hout waarmee hij zijn werken van een zelf ontworpen monogram voorzag. Ook te zien zijn basismaterialen voor de vervaardiging van sumi-e (sumi-e betekent letterlijk "zwarte inktschildering", het is een oude oosterse kunstvorm waarbij met weinig penseelstreken maximale expressie bereikt wordt). Verder notitieblokken, penseeltekeningen, paletmessen, inktstok & inktsteen, foto's. Zelfs een presse-papier met het logo van het Nederlandse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Osaka (1970).
Na deze expositie in Middelburg zal vanaf eind januari 2012 een vervolgtentoonstelling worden gehouden in de galerie van Steendrukkerij te Amsterdam.
Tijdens de opening op 3 september werd het gelijknamige boek Ben Joppe : schilder van het onmogelijke gepresenteerd en - ook al om blij mee te zijn - uitgedeeld aan alle bezoekers. Een mooi, kleurrijk en afwisselend retrospectief van het leven en werk van Ben Joppe. Het was de uitdrukkelijke wens van Ben Joppe dat historicus Marty Bax zijn leven en werk ooit zou beschrijven. Uit haar nawoord (p. 100) citeer ik: “Het is een bijzondere ervaring om te merken dat iemand zo lang, verborgen, zo vasthoudend is geweest in zijn zoektocht. Het typeert Ben ook wel, zoals ik hem nu, postuum, heb leren kennen: subtiel en intuïtief zijn weg vindend, sociaal actief maar gevoelsmatig zeer privé, buitengewoon eigenzinnig en trouw aan zijn opvattingen”.
Op basis van vele documenten schetst Marty Bax het buitengewoon avontuurlijke leven van Ben Joppe. Geboren in Zierikzee in 1915 en, als jongen al zoekend naar een creatief en uitdagend bestaan. Hij koos voor een studie bouwkunde maar na een jaar werd het letterkunde. Hij had belangstelling voor kunst en de werking van de menselijke psyche, las boeken van Sigmund Freud, Carl Jung en Alfred Adler. Na zijn diensttijd vertrok hij in 1940 als handelsman en reserve-officier naar Nederlands-Indië, waar hij in een Jappenkamp terecht kwam. Ben was “aldoor bezig weg te gaan” schreef hij ooit aan zijn broer Daan. Hij verbleef in Singapore, Maleisië, Osaka en Tokio en raakte gefascineerd door de inheemse kunst en het zenboeddhisme. In Japan, waar hij in 1954 arriveerde, maakte hij kennis met Shikõ Munakata, die een nieuwe expressionistische vorm van houtsnijkunst ontwikkelde, sosaku hanga geheten, en Suetso Yanagi, de voorman van de Mingei-beweging. Mingei stond voor pottenbakkerskunst volgens het motto ‘terugkeer naar de eenvoudige vormen van het dagelijks leven’. Ben haalde in 1957 de Nederlandse en Zeeuwse kranten door als eerste niet-Japanner voor zijn houtsnijkunst een ereprijs te krijgen van de Japanse Hanga-Association. Een Europees talent, dat in zijn artisticiteit meer Japans leek te zijn dan menig Japanner. Met dit talent werd zijn roem in Japan in 1957/1958 definitief gevestigd. Veel houtsnedes heeft hij niet gemaakt, hij koos uiteindelijk voor de monoprints : één enkele druk met verf op een kale plaat. In Japan ging Ben Joppe in zijn vrije tijd ook schilderen en tekenen, meestal met olieverf of pastel op papier. Opvallend is de techniek die hij ook gedurende de rest van zijn leven regelmatig zal gebruiken: het direct op doek werken met paletmes. Een techniek die geen correcties toelaat, behalve het aanbrengen van een nieuwe, direct opgebrachte verfstreek. Er ontstaan series met ritmische patronen in heldere kleuren, expressief van lijnvorming met invloeden van de Japanse kalligrafie maar ook van het werk van Piet Mondriaan (compositorisch en kleurgebruik). Eind 1958 keert Ben Joppe terug naar Nederland om vervolgens via Italië en Canada in de jaren ’70 weer in Japan terecht te komen. Voor het platenlabel Phonogram, dat in die tijd deel uitmaakte van het Philips concern, mocht Ben de nieuwe markten in het Verre Oosten helpen ontsluiten voor de muziek van klassieke orkesten, solomusici en popartiesten. In 1970 is hij als zakelijk directeur van het Nederlandse Paviljoen betrokken bij de Wereldtentoonstelling in Osaka. Vanaf 1971 tot 1991 volgt een Nederlandse periode, twintig jaar lang is hij persoonlijk secretaris van Bernard Haitink, destijd o.a. (vaste) dirigent van het Amsterdamse Concertgebouworkest. Tijdens deze periode kwam hij aan schilderen nauwelijks toe. Vanaf 1993 verbleef Ben Joppe afwisselend in Frankrijk en Zierikzee. Door de oprechte vriendschap met de kunstenaar Guido Pera, die hij als zijn geestelijke en artistieke erfgenaam beschouwde, kwam zijn schilderkunst volledig tot bloei. In Ben Joppe : schilder van het onmogelijke schetst Marty Bax uitvoerig hoe de invloeden van muziek steeds sterker worden. Mahler, Debussy, Bruckner, Sjostakovitsj. Maar ook werd hij geïnspireerd door de muziek van Joeri Egorov en Murray Perahia, gepassioneerde musici met individualistische interpretaties van klassieke muziek. Hij voelde verwantschap want klankkleur en kleurklank komen overeen, of je nu schildert met noten of met verf. Na een rijk en dynamisch leven keerde Ben Joppe in 1993 terug naar zijn geboortestad Zierikzee. Hij overleed in 2007 op 92-jarige leeftijd.

Schilder van het onmogelijke… “Wat een onmogelijke titel voor een tentoonstelling” verzucht een andere Zeeuwse kunstenaar tijdens de opening van de tentoonstelling. Verschil in opvatting is echter mogelijk. Schilderen is een onmogelijk vak, in die zin dat schilderen wat je ‘voor ogen hebt’ niet altijd mogelijk is. Dat geldt voor alle kunstvormen, ook voor het schrijverschap. Marty Bax laat in haar publicatie (p.71) zien wat Ben Joppe, die als schilder streng in de leer was, zelf bedoelt: hij vindt het niet eerlijk om een 2-dimensionaal oppervlak het uiterlijk (gefingeerd) van een 3-dimensionaliteit te geven. Hij wil bewijzen dat het anders kan: abstract. “Laat mij dan maar die peintre impossible zijn - ik vind dat best (goed) en ik zou het een eer vinden zo genoemd te worden’’, aldus Ben Joppe in een brief aan Guido Pera.
Tot slot: deze tentoonstelling maakt het mogelijk kennis te maken met een veelzijdig Zeeuws kunstenaar. Schilderijen die als een universum volledig op zichzelf staan, blij maken, omdat je ziet dat ze gedragen worden door innerlijke kracht, expressie en harmonie, muzikaliteit en stijl.
Zo mooi, zo kleurrijk, zo afwisselend. Ik werd aangenaam verrast, ook door het zomaar gekregen boek, een cadeautje!
Ben Joppe was altijd onderweg. Deze tentoonstelling heeft na Middelburg en Amsterdam genoeg "kracht" om ook op reis te gaan.

Zie ook: het Montefeltro online museum van Ben Joppe. Dit 3D museum bevat enkele van zijn kunstwerken en een foyer met achtergrondinformatie over leven en werk.
Voor meer informatie, foto's, documenten over en van het werk van Ben Joppe kunt u terecht op de website www.stichtingbenjoppe.nl, waar u zich tevens kunt inschrijven voor de nieuwsbrief van de stichting Ben Joppe.

Artikel: Muzikale composities van kleur en streek : de neerslag van Ben Joppes oosterse inspiratie. Tekst: Marty Bax in het Zeeuws Tijdschrift, 2011, 3/4, p. 45
Afbeeldingen: Zonder titel, 2002, acrylverf op linnen, Zonder titel, 1999, 2004, acrylverf op linnen.
Catalogus: Ben Joppe : schilder van het onmogelijke / samengesteld door Guido Pera, auteur Marty Bax, uitgegeven door de Stichting Ben Joppe (info@stichtingbenjoppe.nl)

donderdag 21 juli 2011

Vakantie: zul je voorzichtig zijn?


Vakantie. Afscheid, voor eventjes dan… Altijd weer de vraag of zelfs een bede, ook aan de thuisblijvers: zul je voorzichtig zijn? Je weet maar nooit…

Steeds weer denk ik aan het gedicht Afscheid van Adriaan Morriën.

Afscheid

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis

je kus is licht
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet

Maar achter deze hoek
een werelddeel
achter dit ogenblik
een zee van tijd

Zul je voorzichtig zijn?

Boodschappen doen in de buurt of toch letterlijk een verre reis maken, een ander werelddeel verkennen? In eigen tuin luieren in de kleurrijke hangmat uit Costa Rica en couscous of pizza eten aan de picknicktafel? Een strandhuisje aan zee huren of een blokhut in Friesland? Kranten en tijdschriften voorzien ons van amusante en nuttige adviezen, hoe overleef je een vakantie ook alweer? Stressvrij op vakantie gaan lukt lang niet iedereen. In de NRC Weekend editie van 25 & 26 juni gaf Ellen de Bruin de ‘twijfelaars’ zeven tips voor een zorgeloos vertrek, wetenschappelijk verantwoord ook nog eens.
1: ga toch maar wel op vakantie, dat is goed voor je, het ontstresst. Bovendien, waar zou je je vakantiegeld anders aan willen besteden? “Lots of fun, quickly gone?”, dit zou kunnen, maar onderzoek toont aan dat men over het algemeen meer geniet van ‘ervaringen’ dan van materieel bezit.
2: zet tijdens het zoeken & boeken de computer niet uit: als je voor het definitief boeken nog een nachtje over de mogelijkheden wilt slapen zet dan de computer in de slaapstand anders kun je, volgens Ellen de Bruin, weer van vooraf aan beginnen met zoeken.
3: zie verwachtingsvol naar de vakantie uit. Dit is zeer belangrijk want onderzoek heeft aangetoond dat de verwachtingen die mensen van hun vakantie hebben, vaak mooier en beter zijn dan de vakantie zelf, het ‘rosy view' verschijnsel noemden ze dat. Dus verheug je, neem er uitgebreid de tijd voor, door de roze bril is de vakantie vooraf al erg de moeite waard.
4: pak je koffers in zoals je zelf wilt. Nou ja, hier is eigenlijk geen onderzoek naar gedaan, je doet maar wat je prettig vindt. Alles door elkaar of in nette stapeltjes, maakt niet uit. En zelfs een hele dag inpakken, weer uitpakken, opnieuw ordenen, leeg kieperen en weer inpakken kan ook. Kies ook een tijd die bij je past, dat ontspant in hoge mate. Bij het ochtendgloren of midden in de nacht, het maakt echt niet uit.
5: neem uw geliefde mee. Ga op reis met degene die van u houdt. Wilt u vooraf zeker weten of diegene ook van u houdt, pak dan eerst een keer op proef samen koffers in.
6: kies het juiste vervoer. Vliegen is niet ieders hobby, autorijden, varen en fietsen trouwens ook niet. Wanneer je gemene dingen wilt gaan zeggen wanneer andere passagiers een deel van jouw persoonlijk ruimte innemen zou je een ander vervoermiddel kunnen overwegen.
7: droom na afloop veel over je vakantie na. Dat kan best want achteraf denken we dat het leuker was dan we ter plekke vonden; binnen enkele dagen na thuiskomst vinden mensen hun vakantie alweer fantastisch. Dit mechanisme is, volgens de onderzoekers, één van de redenen waarom ervaringen gelukkiger maken dan materieel bezit.
Andere adviezen zijn: geniet van het moment. Eet je een vers croissantje, zeg dan gewoon hardop: oh, wat is dit croissantje heerlijk! Mmm... Of: volg je hart, ook als het stormt!

Gewoon gaan en voorzichtig zijn? Je weet maar nooit. Ga ik een dagje naar Antwerpen, besluit zoonlief een Aziatisch gerecht te wokken en doet hij dat met een spetterende Franse slag. Resultaat: eerstegraads brandwonden all over his face and neck. Gepokt en gemazeld à la minute. Achteraf nog mazzel ook, na een week was het alweer grotendeels genezen. Een ervaring die niet zozeer gelukkiger maakt maar wel wijzer. Een week later met vrienden naar Dour, een popfestival in Zuid-België. Regen, loodrecht & met bakken, weerwaarschuwingen, kleine tentjes en soms heel veel wind. Is het te doen of te nat? vraag ik hem. Binnen dertig seconden krijg ik antwoord: Nat is relatief, plezier een gedeeld begrip. Terwijl de realiteit verder en verder achter de horizon verdwijnt deert de kou ons niet. Prima naar ons zin. Twee dagen later: Het weer is niet perfect maar modderglijbanen geven wel een leuke sfeer. Dochterlief mag proefdraaien in de bediening bij Koffie- en Theeschenkerij St. John. Voorzichtig zijn, meisje! Die dag laat ze slechts één dienblad met ijscoupes over de vloer kletteren. En yes, zonder verdere proeftijd wordt ze aangenomen, vertrouwen geschonken, niet verkeerd. Er zal een wereld voor haar opengaan.

Of ik dit jaar met vakantie ga? Jawel, ik ben van plan om op pad te gaan. Een solo-reis die, na jaren samen, voorzichtig gepland gaat worden en veel voorbereiding vergt. Vooralsnog geen kaart en geen gebied, geen stip, geen horizon. Ook geen reisgids: some ways you have to walk alone on this lonely planet. 1. Het is spannend maar ik ben vast voornemens te gaan. 2. Tijdens het zoeken naar mijn bestemming staat de computer aan, over alle mogelijkheden wil ik wel een nachtje slapen. Misschien huren, misschien kopen. 3. Verwachtingsvol zie ik naar deze vakantie uit, de rose bril heb ik dag en nacht op, multifocaal ook nog. Toch blijven mist en bewolking overdag lang hangen en lees ik misschien over de kleine lettertjes heen. 4. De koffers en dozen pak ik in zodra & zoals ik dat wil, de afweging tussen bagage & ballast zal niet licht wegen. 5. Een geliefde neem ik niet mee, solo-reizen doe je immers alleen. Lieve reispartners zullen mijn pad kruisen en mij vergezellen, hoop ik. Van zolder graai ik de grootste knuffelbeer mee, snurkt niet, altijd zacht en aaibaar. 6. Het juiste vervoer kies ik later, vliegangst valt niet te onderschatten. Vooral turbulentie in hart & hoofd. De hoge duikplank, zo voelt het ongeveer, het kan maanden duren voor je in het diepe durft te springen, altijd bang alsnog te verzuipen. 7. Dromen na afloop is nog niet aan de orde, slapeloze nachten tijdens de voorbereiding een realiteit, een rusteloze waakstand lijkt het wel.
Zul je voorzichtig zijn? Ja. Zul je voorzichtig afscheid nemen? Ja. Blijf je schrijven? Jazeker, maar nu volgt even een periode van resetten, gewoon thuis mooie boeken lezen, van de zon genieten, stilte voor de storm:

achter deze hoek
een werelddeel,
achter dit ogenblik

een zee van tijd.

Ansichtkaart zee: foto H. Hellmich
Ansichtkaart Japan, 1998: foto Christophe Boisvieux

Gedicht Afscheid: uit Verzamelde gedichten / Adriaan Morriën. Amsterdam : Uitgeverij G. A. van Oorschot, 1993. p. 251