maandag 19 november 2012

Slik op de weg - De Zeeuw achter de suikerbiet


'Slik op de weg, loof op ’t land, ’t is peetied in Zuud-Beveland'*. Bestonden er al liedjes die een ode aan de suikerbiet ‘bezongen’, nu is er sinds kort ook een aardig boekje aan gewijd. De suikerbietenteelt in Zeeland is dit jaar het onderwerp van het boekenweekgeschenkje van De Week van het Zeeuwse Boek. In Slik op de weg - De Zeeuw achter de suikerbiet geven Tiny Polderman (tekst) en Karin den Boer (fotografie) in woord & beeld een mooi inkijkje in de wereld van de bietenoogst. In de inleiding komt de geschiedenis van de Zeeuwse suikerbietenteelt aan de orde, vervolgens vertellen vijf landbouwers, een loonwerker en een vrachtrijder over allerlei aspecten van de bietenteelt, van zaaien tot aan de oogst. Omdat vrijwel iedere Zeeuw vroeg of laat in het seizoen met eigen ogen de groei van dit landbouwgewas kan volgen en in het najaar de slik op de weg kan tegenkomen is het voor velen interessant om kennis te nemen van allerlei wetenswaardigheden. Weet je dat Noord-Beveland ook wel Peeland wordt genoemd? Of dat elke suikerbiet goed is voor 17 suikerklontjes? En neem bijvoorbeeld het verschil tussen de biologische bietenteelt op het bedrijf Loverendale-Ter Linde in Oostkapelle en de teelt op andere bedrijven. Waar de eerste zonder kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en gewasbescherming een mooie oogst binnenhaalt gaat het er bij andere bedrijven vaak anders aan toe. Bietentelers kunnen nu gebruik maken van GPS-systemen, hiermee zijn ze in staat kaarsrecht in te zaaien en te oogsten, ook ’s nachts. Ook berekent de computer tevens nauwkeurig de hoeveelheid chemische gewasbescherming. Sommige sproeidoppen van de sproeiarm, die ca. 33 meter lang is, worden automatisch afgesloten om overlap (dubbel sproeien) te voorkomen, bijvoorbeeld bij onregelmatig gevormde percelen.
Over de geschiedenis van de bietenteelt valt veel te vertellen. In feite hebben we de bietenteelt te danken aan de afschaffing van de slavernij. Na de afschaffing van de slavernij steeg de prijs van suikerriet waardoor bietsuiker uitgroeide tot een aantrekkelijk alternatief. Na de Franse Revolutie werd door Napoleon van 1806 tot 1814 alle handel tussen het Europese continent en Groot-Brittannië verboden; de invoer van suikerriet werd vrijwel onmogelijk gemaakt en de prijs steeg enorm. Napoleon kreeg interesse in nieuwe landbouwproducten en nam maatregelen om de bietsuikerindustrie te bevorderen. Volgens een decreet uitgevaardigd in 1811 moest een bepaald oppervlak aan landbouwgronden met suikerbieten worden beplant. Aan het departement Monden van de Schelde werd 1000 ha opgelegd. Er ontstonden fabriekjes voor de verwerking van de suikerbieten. In Zeeland werden er in 1812 twee opgericht, te weten in Zierikzee en in Middelburg. Ze waren maar korte tijd in bedrijf, de fabriek in Zierikzee ging failliet en in Middelburg kwam de eigenaar Emmery vroegtijdig te overlijden. In Zeeland kreeg de suikerbietenteelt een grote impuls na de terugval van de meekrapteelt in 1870.
Het vervoer van suikerbieten in Zeeland is een onderwerp op zich. Naast het vervoer over land en via de vele bietenhaventjes verliep het transport ook per tram. De oudste Zeeuwse tramlijn, Middelburg-Vlissingen  werd in 1881 opengesteld. In 1906 kwam de verbinding Middelburg-Koudekerke-Domburg tot stand. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen brachten de beroemde bietentransporten veel geld in het laatje. Het transport is natuurlijk veranderd, de vrachtrijders anno nu werken tijdens de bietencampagne dag en nacht. Er zit geen druk achter, de peefabriek in Dinteloord die 30.000 ton bieten per dag verwerkt, is altijd open. Maar, zegt de vrachtrijder, het is jammer dat er een mentaliteitsverandering optreedt. Vroeger was het voor de boer een feestje. Dan kreeg je koffie en koeken, zelfs midden in de nacht.
Mangel oftewel voederbiet
Uit mijn jeugd herinner ik me de bijzondere sfeer rondom de bietenoogst heel goed, al heel vroeg leerden wij wat aanpakken was. Het begon al voor de zomer wanneer we vader moesten helpen met ‘peejen verdunnen’. Op onze knieën kropen we over het land om overtollige plantjes weg te halen, er moest om de  ± 30 cm een gezond en sterk plantje of een klein bosje plantjes blijven staan. Soms hielpen we bij het onkruid wieden: vuulte kappen. Bij de oogst werden wij wederom ingezet, de jongens hielpen bij het zwaardere werk, ook het opruimen van slik op de weg. Leerzaam was wel, wie eenmaal met een peeriek door zijn laars had gestoken liep zijn verdere leven rond met een litteken van deze eerste levensles: er bestaan gevoelige tenen en rubberen laarzen zijn zachter dan klompen. De transportjes van koffie, boterhammen en koek waren meer een vrouwentaak, hoewel wij ook op het land moesten meehelpen. Het was een gezellige maar ook spannende tijd. Het weer was onvoorspelbaar: novemberstormen, regen en zonnige dagen, het wisselde per dag en met dichte mist zag je geen biet. Je werd er ook winterhard van. Zelf vond ik de voederbietenoogst veel leuker! Mangels waren kleurrijker om te zien en de oogst werd bewaard voor veevoer in de winter. In de mangelmeulen werden deze fraaie bieten dan tot hapklare brokken gemalen. Wat het vervoer betreft herinner ik mij dat de bieten met tractor en wagen naar de Loskade in Middelburg werden gebracht, de vracht werd daar bemonsterd en gewogen op de weegbrug. Voor 1963 was de haven van Veere het vertrekpunt van de transporten per binnenschip.
Jammer dat in Slik op de weg - De Zeeuws achter de suikerbiet de Zeeuwse dialectwoorden weinig aandacht krijgen, juist in deze woorden liggen mijn zoete herinneringen. De bekendste woorden zijn: sukerpeejen, peeriek, peeland, peefabriek, peeloof, peekoppen, peemes, mangelmeulen, peespae, peetied. Ook peeborden is een woord uit mijn jeugd: de verhogingen van planken aan de wagen voor het vervoer van de bieten.
Slik op de weg – De Zeeuw achter de suikerbiet is voor mij een feestje van herkenning. Een aanrader voor wie meer wil lezen over bietenoogst & bietenpulp, suikergehalte & tarra, schuimaarde & zware klei, bietenrassen & bietencampagne, bietenzaad & vroege of late bieten, bietentransporten & de suikerfabriek. De foto’s van Karin de Boer geven een prima beeld van de mens achter de suikerbiet. Mijn vader was ook zo’n Zeeuw achter de suikerbiet. Een hardwerkende man die later, bij zijn kinderen op feestjes of ‘op de koffie’ altijd moeite bleef houden met de klontjes van rietsuiker. Als eerbetoon aan hem wil ik deze foto van mijn vader met mijn lezers delen.

Jo Kasse levert zijn bieten aan voor inscheping naar de peefabriek. Veere, ca. 1960
  Copyright foto: Jonkheer W.L. den Beer Poortugael, Veere
*tekst liedje is van Du Driefstang

donderdag 8 november 2012

Gevelgedicht 'Mensen' van Hans Verhagen

Middelburg & Mensen
Middelburgers en buitenlui, kom en lees. De stad Middelburg wordt meer en meer een poëtische stad. Op de zonnige zondagmiddag van 28 oktober werden twee nieuwe gevelgedichten gepresenteerd, nummer 13 en 14 op rij, dit in het kader van het poëzieproject Sprekende Gevels. Als bindend element voor de poëzie-route geldt het thema Zee & Land & Mensen. Beide gedichten, aan weerszijden van de gracht spelen daar mooi op in.
De gedichten zijn ditmaal van Juul Kortekaas en Hans Verhagen. De Middelburgse Juul verrast de inwoners van de stad met een fragment uit haar nog niet gepubliceerde gedicht ‘Middelburg’, het fragment heeft als titel ‘Avond’.
Het gedicht ‘Mensen’ van Hans Verhagen is te vinden in zijn vroege bundel Rozen & Motoren (1963). Het is een fragment uit de gedichtencyclus Hans Verhagen & Zn. In deze bundel is ook een reeks over Zeeland te vinden, daarover straks meer. Met alle respect voor beeldend kunstenaar Juul, die aan het prille begin staat van een veelbelovend dichterschap, wil ik hier verder aandacht vestigen op Hans Verhagen, een markant dichter die al bijna een halve eeuw (!) woorden zoekt en vindt voor wat hem beweegt en verwondert.
Maar eerst dit: vast onderdeel bij de presentatie van de gevelgedichten is een toelichting door de wethouder van Cultuur op de locatiekeuze, nu aan de gracht  tussen Kromme Weele en Seisstraat, en het plaatsen van de gedichten in het historisch perspectief van Middelburg. Of in de poëtische woorden van Juul Kortekaas:
als herinnering aan de tijd
waarin Middelburg oprees
en geen zee te hoog was (citaat gevelgedicht)
In dit gedeelte van Middelburg, ter hoogte van de straten Penninghoeksingel en Molenberg bevond zich de voormalige Middeleeuwse verdedigingswal. De wal was aangelegd in de 13de eeuw onder het bewind van Rooms-Koning Willem II, koning van Holland en Zeeland. De loop van de huidige Singel herinnert nog aan de oude verdedigingsgracht uit de 13de eeuw.
De Seisstraat en in het verlengde daarvan de Seisweg, behoren samen met de Noordweg en de Segeersweg tot de oudste invalswegen van Middelburg. Ter hoogte van de brug over de Singel bevond zich één van de acht middeleeuwse stadspoorten, te weten de Seispoort. Het was hier een komen en gaan van mensen. Mensen te voet, boeren, burgers en buitenlui. Pelgrims en kerkgangers, handelaren en zeelui, seizoenarbeiders, sjouwers. Mensen te paard, koeriers en koetsiers, geestelijken en kooplieden. De Gildebroeders van de Schutterij van Sint Sebastiaan. Buitengaanders en lediggangers. En aan de stadspoort posteerden zich bedelaars en minderbedeelden, chronisch zieken en geesteszieken, in de hoop een aalmoes te mogen ontvangen van passanten. Eeuwen geleden was het hier een drukte van belang. Een mensenmenigte die zich ophield voor de nauwe Seispoort, om de stad in te mogen. En in tegengestelde richting, de mensen die de stad wensten te verlaten. Of in de poëtische woorden van Hans Verhagen:

Mensen
De 1e m² emotie met gedachten als met voeten         
tredend betreden
zij hun schoeisel, een mooie tijd tegemoet              

Mensen manoeuvrerend, elkaar
ontwijkend, omhelzend,
ontvallend

Mensen

De in Vlissingen geboren Hans Verhagen (1939) ontving in 2009 de P.C. Hooft-prijs voor zijn oeuvre dat gekenmerkt wordt door poëtische durf en eigenzinnigheid, humor en engagement. Volgens het juryrapport een dubbel en dwars verdiende prijs, alleen al omdat hij als dichter niet één maar twee keer een bloeiperiode heeft gekend. Zowel tijdens de jaren zestig, de periode van zijn 'totale poëzie', als in de eenentwintigste eeuw schreef Verhagen verbluffend goede poëzie, voor een groot deel na te lezen in de prachtige verzamelbundels Eeuwige vlam - Verzamelde gedichten 1958-2003 (2003) en Automatische profeet (2009). In 2011 verscheen Dit is de wereld niet - Keuze uit eigen werk. 
Schilderij: Hans Verhagen Fleures Nouveau
Hans Verhagen is een dichter van paradoxen en tegenstellingen, een dichter die zich niets van trends aantrekt. Zijn poëzie is toegankelijk en weerbarstig, romantisch en verontwaardigd, euforisch en geniaal. Soms zijn de verbanden die hij legt bijna onnavolgbaar en lijken het flarden van hallucinaties of visioenen. De liefdesgedichten, waarvan vele voor zijn te jong overleden vrouw Conny, getuigen van het onvermogen om te beschrijven wat deze liefde voor hem heeft betekend. ‘Zij was alles wat.’
Een van de vele redenen om Hans Verhagen de P.C. Hooft-prijs toe te kennen was, volgens de jury, het feit dat Hans continu het actuele leven met gedrevenheid, woede en verontwaardiging een plek geeft in zijn poëzie. Over dit verontwaardigd idealisme zegt de dichter: ‘…als ik klaag over wat ik om me heen zie, is dat omdat ik denk aan hoe goed de wereld zou kunnen zijn. Ik ben daar wel realistisch over: zulke dromen worden voortdurend verstoord'. Tegelijkertijd is Hans Verhagen ook een romanticus met lyrische gedichten waarin tederheid botst op brutaliteit, waarheid wandelt naast verlorenheid.
Hans Verhagen is behalve een prominent dichter ook een geprezen schilder, journalist en legendarisch televisiemaker. Verder geldt hij als de ontdekker van de Zeeuwse band Dragonfly die in de jaren zestig korte tijd furore maakte en in het voorprogramma van Pink Floyd stond. In zijn meest recente bundel schreef hij: ‘Mijn vurige wens is verzwegen te worden’. Dat gaat in Middelburg mooi niet lukken. Wij Zeeuwen weten onze dichter te eren. Het is de wereld niet, maar Zeeland speelde natuurlijk wel een rol in zijn poëzie. In de debuutbundel Rozen & Motoren (1963) is de reeks Het nieuwe Zeeland het (her)lezen waard. Hieruit het volgende gedicht dat mooi aansluit bij het thema Zee & Land & Mensen:

Zeeuwse reportage

Zeeuwse reportage: actueel is de branding,
en natuurlijk het basalt,
en geen teken van leven geeft de passerende voetstap.

Het zand heeft veel mensenkennis opgedaan,
en 30.000 jaar herinneringen vastgelegd:
geen lamp die deze wiskunde wil lezen.

Ornithologisch of lyrisch klapwiekt de mens voorbij,
schijngestalte v.d. maan uit zijn agenda;
hem gaat geen licht op.


(Fotografie op locaties in Middelburg in eigen beheer)

Zie ook: www.literatuurinzeeland.nl voor biografie Hans Verhagen en meer informatie over het Poëzieproject Sprekende Gevels.

woensdag 24 oktober 2012

Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat & Middelburg



Welke band hebben Teigetje en Woelrat met Zeeland of Middelburg? Deze vraag stelde ik mezelf op vrijdag 14 september 2012 naar aanleiding van het feit dat zij in Middelburg, in de raadzaal van ons oude stadhuis, te gast waren bij de presentatie van het eerste deel van de Geschiedenis van Zeeland. Daarna signeerden zij in boekhandel de Drvkkery het recent verschenen Ons Leven Met Reve (Uitgeverij Balans, 2012). Twee jaar eerder waren zij daar ook al te gast…
De ontmoeting met de innemende schrijvers Teigetje (Willem Bruno van Albada) en Woelrat (Hendrik Lambertus van Manen) was bijzonder. De foto op de cover van Ons Leven Met Reve vond ik intrigerend maar, besefte ik, het was voor mij  al heel wat jaren geleden dat ik De Avonden, De Taal der Liefde, Ik Had Hem Lief, De Stille Vriend en andere romans las en van een speciale relatie met Zeeland kon ik me niets herinneren, zelfs in de Geheime Dagboeken van Hans Warren kwam ik hem weinig tegen. Laat ik eerlijk zijn, een echte Reve-kenner ben ik niet. Met belangstelling en toenemende bewondering heb ik nu Ons Leven Met Reve, de uitgebreide memoires over de periode dat ze samenleefden met Gerard Kornelis van het Reve gelezen. In deze periode - van 1963 tot 1975- schreef Reve dankzij de jongens zijn beste werken, onder meer Nader tot U, De Taal der Liefde en veel van zijn brieven aan Simon Carmiggelt. Uitgever Johan Polak noemde hen ‘de twee engelbewaarders van het genie van Van het Reve’. ‘Dit waren de jaren dat Reve een spilfiguur werd in de cultuurrevolutie die in Nederland plaatsgreep. In zijn vrijmoedige uitingen was hij een voorbeeld voor velen', aldus Wilfred Takken in zijn recensie in de NRC (7-09-2012). 

Willem Bruno van Albada (Teigetje) en Gerard Reve woonden vanaf 1964 in het Friese plaatsje Greonterp, in 1969 kwam de toen 22-jarige student sociologie Henk van Manen (Woelrat) erbij, wat tot een veel besproken driemanschap leidde. Over de Friese periode is al eerder een bijzonder fotoboek verschenen: Huize Het Gras (Uitgeverij Balans, 2010). Evenals Teigetje blijkt Woelrat een fervent fotograaf, zij maken tussen 1963 en 1975 duizenden foto’s, van Gerard, van zijn omgeving, van zijn brieven en documenten. Een lachende Reve kom je echter zelden tegen en foto’s met een Zeeuwse connectie al helemaal niet. In Ons Leven Met Reve, een uniek document humain over de ontoereikendheid van de liefde, zijn nooit eerder gepubliceerde foto’s opgenomen, deze verdiepen het indringende beeld dat wordt opgeroepen van hun leven met Reve: de eindeloze verbouwingen, het liefdevolle tuinieren, de aaibare poezen, de gasten die werden ontvangen, de reizen naar Frankrijk.
De beelden zijn mooi, enkele foto’s van de ‘jonge jongens’ vind ik ontroerend: jeugdigheid teder in beeld gebracht. Ach, het zal mijn moederhart wel zijn… Daarachter ontdekt de lezer van deze memoires gaandeweg de soms hilarische en soms schrijnende werkelijkheid. Teigetje en Woelrat schrijven vooral over het huiselijk leven, hoe lastig, het was om met Reve samen te leven. Hij gedraagt zich autoritair, van zichzelf vindt hij dat hij helaas een tiranniek moederinstinct heeft. Hij is wel zorgzaam, maar leidt niet op tot onafhankelijkheid. Hij wil de enige kostwinnaar zijn, eist volstrekte onderdanigheid en weet alles beter. Drankzucht, depressies, hallucinaties, religieuze visioenen, angst- en woedeaanvallen, twijfel en wanhoop wisselen elkaar af, evenals de betere en mooiere periodes. In vele brieven aan de jongens, onder meer vanuit Frankrijk, beschrijft hij evenwel zijn grote liefde voor de twee. Fragmenten uit deze correspondentie zijn echter niet opgenomen omdat de auteursrechten vreemd genoeg in het bezit zijn van de ‘Nieuwe Vriend’ en erfgenaam Joop S., die tot op de dag van vandaag elke snipper papier van Gerard Reve ‘beschermt’.
Naast het gecompliceerde karakter van Gerard Reve vormde zijn verhuisdrift een bedreiging voor hun relatie: van Amsterdam via Greonterp naar Veenendaal en altijd plannen voor een leven op het Geheime Landgoed in Frankrijk. Wanneer Gerard in 1975 naar Weert vertrekt is de breuk een feit, de jongens weigeren mee te gaan. Ze gaan zelfstandig verder, starten een pottenbakkerij (De Eenhoorn) en openen een winkel waar o.a. aardewerk, kunstreproducties, posters, rijstpapieren lampen en breiwol verkocht worden. Er ontstaat volop ruimte voor hun eigen creatieve talenten. Ze kopen veel Tsjechische kralen in, van mooi hout en glas, om los te verkopen en om zelf sieraden te maken: halskettingen, broches, zelfs kralenranden voor lampenkapjes.
Wat opvalt is dat Teigetje en Woelrat, ondanks alles, met bijna onvoorwaardelijke liefde hun periode met Reve hebben beschreven. De toon is mild & sympathiek, geen wrok, geen poging tot afrekening en dit verdient groot respect. Het was wel pijnlijk dat ze niet werden uitgenodigd voor de uitvaartdienst van Gerard Reve in het Vlaamse Machelen-aan-de Leie in 2006.
Teigetje en Woelrat zijn na de breuk met Reve in 1972 samen verdergegaan, ze waren hiervoor al onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanuit Frankrijk schreef Woelrat aan Teigetje: “Als ik terug ben, laat ik bij Geluk een gouden voetboei maken waarmee ik mijzelf aan jou vast maak”.  En: “Ik heb een aantal stenen op een rijtje gelegd, die bij elkaar het aantal nachten zijn, die ons van elkaar scheiden. Iedere ochtend neem ik er eentje weg”.
Modeontwerpers Teigetje en Woelrat zijn hun jaren met Reve blijven koesteren, zij gebruiken nog altijd de koosnamen die hij hen gaf, ook als merknaam voor hun kledinglijn.
Met mijn vraag welke band Teigetje en Woelrat met Zeeland of Middelburg hebben ben ik een klein stapje verder gekomen. Je zou sowieso kunnen zeggen dat ze de Zeeuwse inborst hebben: ze worstelen en komen glansrijk boven. Ook  worden er warme vriendschappen gekoesterd in Middelburg, ze hebben vrienden die de liefde voor literatuur, Friesland en de geschiedenis van Zeeland met elkaar delen. Het is grappig te weten dat de stad Middelburg op haar beurt met respect getuigt van haar verbondenheid met kunstenaars en ‘ruimdenkenden’. Of je nu in Friesland woont, in Frankrijk of in Zeeland, het is overal hetzelfde: als je geluk hebt en de taal van de liefde leert verstaan rijgen de dagen zich als kleurrijke kralen aaneen. Maar je moet in Middelburg soms wel even omhoog kijken om die blauwe lucht te kunnen zien.

Detail Kunstwerk 'Delights' van Thorsten Brinkmann, in het kader van de Kunstmanifestatie Façade,  Middelburg 2012



Middelburg, Regenboogvlag op de Lange Jan, Coming-out-dag, 11-09-2012
(Foto's Kunstwerk 'Delights' en Regenboogvlag op de Lange Jan uit eigen archief).

zondag 7 oktober 2012

Tentoonstelling in de Vleeshal: Architecture without building (Yona Friedman en Jean-Baptiste Decavèle)

Middelburg, De Vleeshal

Neem jouw ideeën, eigen (kunst)werk, foto’s of andere objecten mee naar de Vleeshal. Zo luidt de oproep van architect Yona Friedman aan de Middelburgers (inwoners, kunstenaars, ondernemers, studenten, kinderen en anderen). De oorspronkelijke functie van De Vleeshal komt volgens deze kunstenaars zo weer tot leven: een sociale ontmoetingsplaats waar ideeën ontstaan en gedeeld worden. Dit thema spreekt mij wel aan.
Speciaal voor De Vleeshal heeft Yona Friedman een ‘museum iconastase’ getekend. Jean-Baptiste Decavèle heeft deze tekening vertaald naar een driedimensionale module van 500 metalen ringen, een ruimtelijke structuur waarin kunstwerken gepresenteerd kunnen worden. Wat had ik dit graag opgebouwd zien worden, het is een staaltje creatief vakmanschap. Medewerkers van het Zeeuwse Las- en Constructiebedrijf  J. van Belzen en het team van de Vleeshal hebben een mooie ‘klus’ geklaard bij de realisatie van dit artistieke project. De 500 ringen zijn met ijzervlechtdraad en tape aan elkaar verbonden, de tijdelijkheid van de verbinding is daarmee een belangrijk gegeven. In dit ‘museum iconastase’ is een video geplaatst. We zien Yona Friedman die in zijn Parijse atelier zijn idee over het uit ringen opgebouwd ruimtelijk frame uitlegt.

Yona Friedman:  Architecture without building, 2012
 Een ‘museum iconastase’, wat wordt hiermee bedoeld? Het architectonische begrip iconostase refereert aan de wand van beelden die in een (byzantijnse) kerk de scheiding vormt tussen altaarruimte en het schip. Op deze wand zijn verschillende panelen met verscheidene iconen te vinden. Friedman nodigt nu de Middelburgers uit om hedendaagse iconen zoals ‘beelden’ of kunstwerken in zijn museum - de ruimtelijke structuur van 500 ringen – onder te brengen. Van elk  voorwerp wordt een foto gemaakt, deze foto’s worden wellicht basismateriaal voor een toekomstig film- of fotocollageproject van Jean-Baptiste Decavèle. Inwoners die iets komen brengen kunnen in een boek beschrijven wat ze inbrengen en waarom. Verrassend is dat tijdens de tentoonstelling (tot 16 december) ook Jean-Baptiste Decavèle voorwerpen, zoals kartonnen dozen, aan de structuur toevoegt, een kunstwerk zelf moet gaandeweg veranderen is hun overtuiging.
Met Yona Friedman (Boedapest, 1923) haalt de Stichting Beeldende Kunst Middelburg (SBKM) één van de belangrijkste denkers binnen de architectuurgeschiedenis van de twintigste en eenentwintigste eeuw naar Middelburg. Friedman schreef en illustreerde meer dan vijftig boeken over zijn onderzoek naar architectuur, ecologie en taal. In een tijd waarin kwesties op het gebied van stedelijkheid, mobiliteit, globalisering en migratie steeds belangrijker werden, bedacht hij visionaire concepten als ’mobiele architectuur’, de ‘ruimtelijke stad’ en ‘uitvoerbare Utopia’s’ die nog altijd actueel zijn. Het toeval wil dat momenteel bij de 13de Architectuurbiënnale in Venetië verwante thema's volop in de belangstelling staan; niet de architecten en stedenbouwkundigen maar vooral de gebruikers staan centraal. Friedman is een architect die van mening is dat architecten eigenlijk overbodig zijn. Men bouwt steden (iconen) voor de eeuwigheid, terwijl de werkelijkheid het bestaan van de eeuwigheid steeds tegenspreekt. Zijn concept over Mobiele architectuur gaat uit van constructies die het aardoppervlak op zo weinig mogelijk punten raken, constructies die kunnen worden ontmanteld en verplaatst en altijd aangepast kunnen worden aan de individuele gebruikers. Onderdelen van een huis als bouwpakket bij een bouwmarkt kopen zou ideaal zijn, de individuele gebruiker kan dan inpluggen in een frame. Zijn focus op tijdelijke huisvesting met een maximum aan flexibiliteit komt voort uit zijn compassie met dakloze vluchtelingen waarmee hij werd geconfronteerd in Europa, Israël en Afrika. Friedman’s ideeën beperken zich niet tot de architectuur. Zijn betrokkenheid is veel breder en behelst ook andere vakgebieden zoals sociologie, economie, wiskunde, informatie-technologie, urbanisme, beeldende kunst en film. Hij is daarbij altijd uitgegaan van principes die uiteindelijk leiden tot individuele vrijheid. Zijn opvattingen draagt hij voornamelijk uit d.m.v. manifesten, publicaties, colleges, tekeningen en maquettes..Er zijn slechts weinig ontwerpen van hem gerealiseerd. Sinds enkele jaren werkt Friedman samen met Jean-Baptiste Decavèle (Grenobele, 1961), met wie hij ideeën rondom architectuur, films, archieven, fotografie, voorstelling van ruimtes en landschappen uitwisselt..
De Vleeshal, de kleurrijke vensters
Naast de ingenieuze structuur van de 500 metalen ringen zien we in De Vleeshal dat de vensters zijn bedekt met Yona Friedman’s ‘glas-in-lood’, gemaakt van tussen plexiglas geklemde kleurige plastic tasjes. Ze laten het licht vrolijk gekleurd binnenvallen op de met elkaar verbonden stalen ringen.
Als bezoeker ervaar ik een nieuwe verbinding: het subliem gefilterde kleurrijke licht gaat prachtig samen met de koele en stoere metalen constructie die nagenoeg de gehele ruimte van De Vleeshal vult. Een bijzondere ervaring die fotografisch nauwelijks laat vastleggen.
Het uitgangspunt van Architecture without building is, volgens de tentoonstellingsbrochure, ‘te beginnen bij de inhoud’. Er is een behoefte om iets te laten zien, er is een ruimte, een architectuur voor nodig. Architecture without building wil dienend zijn voor iets anders zonder zich aan te passen aan De Vleeshal. Dienstbaar aan de Middelburgers. De tentoonstelling is tot 16 december te zien, op deze laatste dag zal zichtbaar zijn welke ideeën de inwoners hebben aangeleverd. Zelf wil ik, binnen de architectuur van dit blog, enkel beelden met mijn lezers delen. Beelden van hoe mooi het in de Vleeshal kan zijn.

De Vleeshal: kunsten & nissen

De Vleeshal, 2012


De Vleeshal, beelden

Detail venster Vleeshal, 2012
Detail venster De Vleeshal, 2012