zondag 19 september 2010

Bout en Moertje: samen sterk in Zeeland

Vorige week, tijdens mijn ontbijt, onder het genot van een koffie verkeerd, viel mijn oog op een berichtje in de PZC. Goeiemorgen, lees ik dit nou goed, dacht ik, en ik was meteen klaarwakker. Scoop trekt in bij bibliotheek. Ton Brandenbarg en Dick van den Bout presenteren een mooi plan voor intensieve samenwerking. Geweldig, toch een samenwerkingspartner gevonden, bij een vorige optie ging de film niet door. Ik heb gelijk een visioen van een schitterend gebouw van Beeld en Geluid, ik zie grote kleur- en raakvlakken en een toekomstig samenspel met steeds wisselend zonlicht. En ik heb ook direct de titel van een prentenboek in beeld…

In de plannen die gisteren naar buiten kwamen, worden de medewerkers van Scoop volgend jaar gehuisvest op de tweede verdieping van het pand aan de Kousteensedijk, vermeldt de krant. En nog wel met 65 fte! Dat is nog mooier, het lijkt me gezellig want toevallig woon ik daar ook al. Ik heb een sleutel van mijn kantoor met daarbinnen een bureaustoel, een prullenbak, mijn pc, post-its, een snoepjespot, perforator en puntenslijper. Een werkplek met een groene oase aan planten en vanuit dit kantoor exploreer ik mijn resultaatgebiedje. Een kamer met uitzicht op daken vol kiezels en regenplassen, mooie heldere luchten en op dit moment de prachtig kleurende bomen van de Blauwedijk. Mijn vitale platteland en stedelijk gebied ineen. A room with a view of zou deze plek ineens een krimpregio zijn geworden? Wat wordt het vooruitzicht?

Inmiddels heb ik de notitie met het motto Samen sterk in Zeeland gelezen en, oh, wat staan daar mooie woorden in voor een ontluikende relatie. Ik ben er diep door geroerd. Verkenning van mogelijkheden, verbinden, dwarsverbanden, verrassende perspectieven, meerwaarde, stimuleren van leefbaarheid en ontmoeting, vruchtbare wisselwerking, kennisoverdracht, synergie, evenwicht top-down/bottum-up, nieuw elan. En dat allemaal samen, samen, samen!

Ik voel nu al vlinders in mijn buik en waarom niet gelijk beginnen met, wat zal ik kiezen, kennisoverdracht. Want weet je, samenwerken moet je al vroeg leren, dat echte vrienden alles voor elkaar doen is een mooi streven. In het prentenboek Bout en Moertje van Nicole de Cock komt dit thema aan de orde en ik citeer hier een gedeelte uit een recensie van NBD/Biblion:

Ezel Bout en muis Moertje horen bij elkaar, zoals hun namen al aangeven. En, zoals het echte vrienden betaamt, doen zij alles voor elkaar. Op de royale illustraties over steeds twee pagina’s van dit oblong prentenboek is te zien wat Moertje allemaal voor Bout doet. Onvermijdelijk volgt tenslotte de vraag wat Bout eigenlijk voor Moertje doet. Dat laat de laatste, tekstloze pagina zien, die de vriendschap tussen die twee onderstreept. Een echte vriendschap zonder ‘voor wat, hoort wat’. De mooi verzorgde uitgave met eenvoudige tekst en fijne pentekeningen, ingekleurd met zacht aquarel, heeft een grote zeggingskracht...
Wie dit verhaaltje wil lezen kan het kopen, lenen of reserveren want ik vertel hier verder niets over de inhoud, bij prille relaties is het prikkelen van de nieuwsgierigheid een 'must' en 'part of the game'.
Ja, het kan heel mooi gaan worden met Scoop en de Zeeuwse Bibliotheek. Met bouten, moeren, liefde voor het vak en vriendschap kan een hechte constructie gesmeed worden met een mooi kleurenpalet want echte vrienden doen alles voor elkaar!

dinsdag 14 september 2010

Don Quichot, de Man van La Mancha in Middelburg


Vorige week in Middelburg de prachtige musical De Man van La Mancha gezien. Het thema van deze voorstelling geeft stof tot nadenken. Wie was Don Quichot (of Quixote), wie was Cervantes? Waarom deze voorstelling bij de nieuwe toerit van aquaduct Dampoort van de N57? En waarom is juist deze musical zo goed gekozen?

De roman Don Quichot verscheen in 1605 in Madrid en behoort tot de beroemdste verhalen uit de wereldliteratuur. Want wie kent hem niet, de dolende ridder Don Quichot die met zijn paard Rossinant en zijn schildknaap Sancho Panza, met zijn muilezel, allerlei bizarre avonturen beleeft. Hij wil tot ridder geslagen worden en hij besluit verliefd te worden op jonkvrouwe Dulcinea van Tobosa, een boerenmeisje en kroeghoertje.

Door het lezen van te veel ridderromans is de fantasie van Don Quichot volledig op hol geslagen en wil hij de roemrijke daden van vroeger ridders evenaren, hij beleeft de werkelijkheid als avonturen die hij in zijn boeken heeft gelezen. Een dromerige idealist in een al te realistische omgeving. Hij wil de reuzen verslaan maar in werkelijkheid vecht hij tegen windmolens. In een ander verhaal zijn de reuzen grote wijnzakken die hij aardig lek steekt. Bij het zien van een processie wil hij de voorname dame (het Maria-beeld), die volgens hem zeer tegen haar zin wordt ontvoerd, bevrijden. Hij gaat het gevecht aan met kuddes schapen die hij voor vijandelijke legers houdt, zou zelfs met leeuwen willen strijden. Don Dwazerik alias de Ridder van de Leeuw, een gekke dwaas of een dwaze gek?

Altijd leuk om de verhalen te herlezen dus mijn oude exemplaar (zie boven) van zolder gehaald en herlezen. Tip: voor de jeugd vanaf 10 jaar is in de bibliotheek te leen De heldendaden van Don Quichot, het meest uitgebreid echter is De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, de mooie vertaling van Barber van de Pol.

Miguel de Cervantes Saavedra (1547) was 58 jaar toen Don Quichot in druk verscheen, hij is er niet rijk van geworden. Aan het begin van zijn loopbaan reisde hij, in dienst van een kardinaal, naar Rome. Later werd hij gewoon soldaat bij de Spaans-Venetiaanse galeienvloot, raakte gewond, werd gevangengenomen en als slaaf naar Algiers gestuurd. Na meer dan vijf jaar kwam hij vrij. Hij werd belastinggaarder en leerde de economie, de armoede en de intimidatie van de rechtlijnige Inquisite goed kennen, de weg naar de brandstapel was in die tijd geen lange weg. Het was niet verwonderlijk dat de lezende bevolking graag de schijnwerkelijkheid van de ridderromans zocht. Cervantes haatte deze verhalen omdat ze aan de werkelijke problemen voorbijgingen. Deze haat gaf hem de kracht om met zijn kennis, vaardigheid en bewogenheid een schitterende roman tegen de ridderromans te schrijven, een roman waarin met subtiele humor de misstanden benoemd werden. Ironisch genoeg schreef hij deze verhalen in de gevangenis waar hij wegens vermeende onrechtmatigheden was beland. Hij verloor de moed nooit. In alle verhalen en dialogen zijn spreekwoorden en gezegden ingevlochten. Geen leed is zo zwaar dat het een heel leven duurt. Of: alle stormen waardoor wij geteisterd worden zijn slechts bewijzen dat het weer spoedig zal opklaren.

Voor iedereen geldt: je kunt niet tegen windmolens vechten, je kunt het asfalt niet verslaan. Je moet gewoon blijven geloven in onmogelijke dromen.

Dit hoopgevende thema heeft de Stichting Vrienden van Theater de Wegwijzer geïnspireerd om de musical De Man van La Mancha naar Middelburg te halen.

Voor het zien van dit lokatietheaterproject was mijn ervaring met de inbedding van de N57 in mijn gedachten niet zo positief. Eerlijk gezegd verkloot het nieuwe tracé de plattegrond van mijn Walcherse Arcadia, het landschap van mijn vader en van mijn jeugd. Het doorkruist een gebied van mooie jeugdherinneringen of komt daar te dicht in de buurt. De sfeer van het binnendoor fietsen naar Veere, rond deze tijd het slik op de weg vanwege de bieten en de mangels. Het Kanaal door Walcheren waar we leerden zwemmen en moesten oppassen voor de stieren op de dijk. Langs het jaagpad bramen plukken met mijn moeder, ware heldendaden werden daar verricht met emmertjes en laddertjes. De volgende dag werden de opgelopen schrammen gekoesterd en getoond. De eerste zoen op de dijk… Ook ben ik realistisch, het verkeer in Middelburg wordt steeds drukker en het natuurgebied bij Veere compenseert veel; een prachtig vogelgebied langs het kanaal. En weer volop bramen!

Op de avond van de voorsteling werden mijn buurvrouw en ik begeleid door twee dolende ridders die ook al geen beeld van de werkelijkheid bleken te hebben, we kwamen aan de Veerse kant van de tunnel terecht want zij wisten zeker dat het daar moest zijn!

Als een verdwaalde jonkvrouw kwam ik toch nog precies op tijd aan en werd ik welkom geheten door Peter Faber. Hierna beleefde ik een zeldzame avond die voor mij een beetje berusting in de situatie bracht. Met zo’n vierhonderd toeschouwers kijken naar het mooi belichte toneel aan de voet van de tunnelingang van het nieuwe aquaduct is al heel bijzonder. Elementen uit de wegenbouw als decorstukken, brandende fakkels, een uitzicht op de stad met hiervoor passerende treinen. Vervreemdend maar ook zo vertrouwd: de hijskraan van Melis en de shovel van Rasenburg die in het stuk een functie hebben. Het weten dat een collega in het koor meezingt en een andere collega technische medewerking verleent. Prachtige muziek, goed verstaanbaar toneel. Wat mij vooral is bijgebleven is het gevoel van saamhorigheid: er met zijn allen iets moois van willen maken maken! Peter Faber als Don Quichot, Ruud Hermans als Sancho Panza, cabaretière Sophie van Hoytema als Aldonza/Dulcinea, de dansers van Stichting Dansz, het orkest ONDA uit Nieuw en St. Joosland o.l.v. ‘de Vrouw van La Mancha’ Cora Dellebeke, het koor Pontifex, de vele amateurtoneelspelers! De rol van pastoor zo goed gespeeld door Ron Lubbersen. De barbier zo leuk vertolkt door Piet de Kam die ook eventjes het Zeeuwse dialect gebruikte, dit werd door het publiek enorm gewaardeerd. Mooie rol ook voor de speler die Don Quichot tot ridder mocht slaan, de hertog/herbergier Jora Möhlman.

Het was een prachtig theaterstuk met als enige minpuntje de m.i. totaal overbodige verkrachtingsscène, dit gedeelte verstoorde de intimiteit van de avond en het was in de teksten al meer dan duidelijk geworden hoe men zich het leven van een kroeghoertje kon voorstellen.

Ook deze Aldonza legt zich trouwens niet neer bij het leven zoals het is en vecht uiteindelijk voor een leven zoals het zou kunnen zijn, ze besluit dat ze echt de edele jonkvrouw Dulcinea wil worden.

Dat de voorstelling in Middelburg grote indruk heeft gemaakt op het publiek is zeker. De waarachtigheid, zuiverheid, eerlijkheid van het stuk draagt bij aan een saamhorig accepteren van het feit dat die tunnel er nu eenmaal komt, we zitten allemaal in dezelfde trein of in hetzelfde bootje, als we onze dromen maar houden komt het wel goed. Het geluk laat bij tegenspoed altijd een deurtje open waardoor je kunt ontsnappen. Laat die deur een tunneltje zijn, aan de andere kant is het licht en nog een lange weg te gaan door nieuwe landschappen.

Trudi Wams en Arnout Schop, dank jullie wel voor deze richtingwijzer.

Meer informatie en foto’s: zie www.demanvanlamancha.nl

zondag 5 september 2010

Superheld, superbroer, superzoon

(verhaaltje, waar gebeurd)

‘Zou je een trainingsbroek op de verwarming willen leggen zodat die warm is als ik thuis kom? En ik wil volle melk’ sms’te mijn zoon Youri. Maandagmiddag, 23 augustus, Lowlands zat er weer op, hij zat in de trein en was, met een natte tent, onderweg naar Middelburg. Al meer dan tien dagen weg van huis… Ik nam me direct voor een pan heerlijke soep (met 1 rood pepertje) te maken.

Op vrijdag de dertiende vertrok hij naar Delft voor het Eerstejaarsweekend van de Studievereniging van de faculteit Industrieel Ontwerpen en aansluitend de OntvangstWeek (OWEE) van de Technische Universiteit. Vol idealen hoe hij zijn eigen toekomst vorm gaat geven. Een koffer, een plunjezak, een rugzak en de kampeerspullen voor Lowlands. Omdat het thema van het weekend iets met superhelden te maken had nam hij een stoer plastic zwaard, een stuiterbal, een waterpistool, ballonnen, permanent markers, een Vikinghelm en nog het een en ander mee. Ook een wit T-shirt met de tekst: Ik ben een held.

Deze tekst had zus Femke met heel veel liefde en toewijding voor hem op het shirt geschreven want hij had gezegd dat zij dat beter kon dan hij. En ja, hij is en blijft haar superbroer & held!

Vrijdag de dertiende. Vanuit de trein kwam al snel het eerste berichtje: ‘Ik ben het kettingslot voor de fiets vergeten.’ Ach, gossie, dacht ik eerst. Maar direct daarna: goed zo, dit mag je nu heldhaftig zelf gaan oplossen. Ik had onlangs de schitterende zee aan fietsen gezien bij het station van Delft, het leek me al een hele toer om überhaupt je fiets terug te vinden. De volgende dag berichtte hij dat de fiets was gepimpt en bijzonder herkenbaar was geworden. En dat het daar supergezellig was. Over een nieuw kettingslot zei hij niets, dat sprak gewoon vanzelf.

Vanavond is hij weer thuis. Voor eventjes dan. Kinderen zijn nooit jouw eigendom, je hebt ze te leen, ik weet het wel, maar toch…

Vanmorgen, tijdens het werk, dwaalden mijn gedachten steeds af naar de mooie aflevering van Zomergasten met Paul Verhoeven. Het was gisteravond laat geworden. Een gedreven filmregisseur, een boeiend verteller en intrigerende filmfragmenten. Daarvoor had ik het interview in de VPRO-gids gelezen waarin hij openhartig over zijn emoties vertelt. Ik citeer: Mijn grote verdriet is eigenlijk een filosofisch verdriet, over dat alles te gronde gaat. En dat niks zin heeft. Dat het eigenlijk allemaal voorbij gaat, dat je iedereen kwijtraakt en uiteindelijk jezelf ook. Het universum zit zo in elkaar, dat wat je ook doet en wat je ook verzint, het gaat één richting uit. Het leven zit buitengewoon onhandig in elkaar. Paul Verhoeven had ter afsluiting een prachtig filmfragment gekozen: de animatiefilm Father and Daughter van Michael Dudok de Wit, bekroond met een Oscar in 2001. Het sfeervolle prentenboek Vader en Dochter ken ik wel, een verstild portret over afscheid nemen. Juist de keuze voor dit fragment trof mij, als niets dan zin heeft dan heb ik toch, in die tussentijd, wel een mooi beroep gekozen, anders had ik dit boek niet herkend.

Paul Verhoeven heeft twintig jaar gewerkt aan een boek over Jezus. Desondanks is zijn grootste angst die voor het onbekende, heeft hij dreigende dromen en nachtmerries over het hierna. Het was interessant om te zien dat ook en groot filmregisseur elke dag stilstaat bij de vraag naar de zin van alles en de vraag wanneer en hoe het doek zal vallen.

Ik denk aan al die prentenboeken die ik heb voorgelezen, hoe zinvol en gezellig dat was. En hoeveel boeken Youri zelf heeft gelezen, tot enkele jaren terug het gamen in beeld kwam.

Na het werk fiets ik even naar de Drukkery. Wanneer zoonlief straks de deur uit is heb ik meer rust en tijd om te lezen, hoop ik stiekem. En waarom jezelf dan niet alvast trakteren op een mooi boek. De nieuwe roman van Dimitri Verhulst reken ik even later af. De laatste liefde van mijn moeder is de titel. Het is wel heel toevallig dat in dit verhaal de nieuwe liefde van de moeder Wannes heet. Mijn vader werd ook zo genoemd (Joh, Jewannes, Wannes Kasse) en de derde naam van mijn zoon is Jowan. Alsof het zo moest zijn! Nee, hij is niet gedoopt, een beetje vernoemen vond ik wel eerbiedig. Ai, ai, denk ik dan, mijn moeder is al acht jaar de weg kwijt, maar hemelen, welnee! Zij kan blijkbaar geen afscheid van haar kinderen nemen of ze wacht ergens anders op, ze kan het niet meer onder woorden brengen. ‘ Ssst…’ hoor ik een stemmetje zeggen, ‘denk bij Dimitri Verhulst eens aan al dat heerlijke Belgische bier, Leffe triple, Grimbergen triple, dan smaakt de dag veel beter’.

Vanavond is Youri weer thuis. Dan zal ik een gezonde maaltijd verzinnen. Nu kan dat nog. Bij Albert Heijn vul ik het mandje overvol met fruit, volle melk, mozzarella, olijven (met piment), verse soepgroenten, tripeltjes, en, nou ja, vooruit dan maar, twee zakken chips! Bij de kassa vraag ik de koopzegels want dan geef ik hem straks, als hij daar zelf een koelkast heeft, een vol zegelboekje mee. Eerlijk gezegd heb ik al een vol boekje klaarliggen en de tweede is bijna vol. En dan gaat het mis, als ik mag afrekenen kan ik nergens, maar dan ook helemaal nergens, mijn portemonnee vinden. En die had ik in de boekhandel nog in mijn handen gehad. Zonder boodschappen, letterlijk met lege handen, verlaat ik de Albert Heijn. Terug naar de boekwinkel. Niets gevonden natuurlijk, helaas! Kwijt, gewoon verloren. Als een grote meid ga ik eerst de betaalpasjes blokkeren, ING en Rabobank. Vervolgens toch maar aangifte doen van vermissing, je weet nooit. Ben ik al meer dan tien dagen bezorgd dat er spullen van mijn zoon verdwijnen, sta ik daar zelf aangifte te doen! Mij wordt gevraagd of ik mijn rijbewijs nu mis. Zou best kunnen, geen enkel probleem, ik ben geen held, ik durf al jaren niet meer te rijden. ‘En uw ID, mevrouw, zat dat in uw portemonnee?’ Ik heb werkelijk geen idee, echt niet. Had ik nou naast mijn paspoort ook een ID? Langzaam begint er echter een stekend, jeukend en pijnlijk besef in en rond mijn hoofd te gonzen en te zoemen, het besef dat ik niet alleen mijn portemonnee kwijt ben maar nog heel veel meer. Ik raak de grip kwijt, er schijnt me iets te ontvallen. Er verdwijnt iets in kleine zwarte gaten en het is buiten zo zonnig en warm, de lucht zo mooi helderblauw! Het lijkt of ik opeens de hoofdrol speel in Eindspel, een theaterstuk in mijn eigen Nazomerfestival. Waar ben ik en hoe lang moet ik nog?

Het vreemde is dat het missen van de inhoud, het geld en al die pasjes mij eigenlijk niet zo veel kan schelen, die bonuskaart kan me gestolen worden. Maar… ik was zo gehecht aan de portemonnee zelf: het vertrouwde zachte, soepele en warme leer met daarbinnen dan een schatkamer aan mogelijkheden… ‘Ssst,’ hoor ik weer dat stemmetje, ‘stil maar meissie, denk aan die tripeltjes, aan die bitterzoete, volronde smaak, die gouden kleur en vooral aan die warme afdronk.’ Ja, denk ik dan, die monniken lazen wel meer dan twintig jaar over Jezus en in de tussentijd brouwden ze er toch iets moois van. Always look on the bright side of life…

Nog een paar uur en dan is Youri thuis. Eerst zelf maar naar huis, even resetten bij een beker sterke koffie. Uit de fietstas haal ik de twee Zeeuwse vlaggetjes die ik voor mijn zoon (en een vriend) heb gekocht, Luctor et Emergo, ik worstel en kom boven. Kunnen de jongens mooi in Delft mee zwaaien. Of achter in een kast proppen in afwachting van een geschikt moment.

Dan gaat de telefoon. Een medewerkster van de boekwinkel, de portemonnee is door een Duitse toeriste gevonden, in het halletje voor in de winkel. Wat een opluchting!

Toch nog snel boodschappen gedaan voor een snelle maaltijd, die pan soep komt er een andere keer wel. Aan het einde van de middag hoor ik het vertrouwde geluid van een thuiskomer bij de achterdeur. Hij gooit de tassen met vuile was in de bijkeuken en aait de poezen die kopjes komen ‘halen’. Vervolgens neemt hij een uitgebreide douche. ‘Ik had eigenlijk niet zo veel zin in soep hoor’, zegt hij even later. En: ‘Wat leuk, die vlaggetjes, ik stond vorige week bijna op het punt zo’n vlaggetje te kopen, mam’. Echte helden kopen nog geen vlaggetjes, denk ik dan, daar moeten eerst veel grotere rampen voor gebeuren.

’s Avonds, met een tripeltje, (nou ja, twee dan) kom ik tot rust. Het had ook anders kunnen aflopen, ik heb geluk gehad besef ik. Verliezen en vinden, hebben en houden, het hoort er allemaal bij. Ik ben zomaar dankbaar voor wat ik heb. Want waar vind je nou een zoon die op een warme augustusdag vraagt of je zijn trainingsbroek op de verwarming wilt leggen zodat die lekker warm is als hij thuis komt? Wie heeft er in de zomer de verwarming aan? Ik niet hoor. Zijn vraag en vertrouwen geven mij echter een warm gevoel van binnen en ook al weet ik dat het herfst wordt, dat gevoel wil ik voorlopig niet kwijt. En hij mag dan met volle teugen van het studentenleven gaan genieten, ik koester mijn glas triple-bier, jawel, vanwege de goede afloop en de warme afdronk.

dinsdag 17 augustus 2010

Sprekende gevels: 'De zee' en 'Kabbelend'

Zaterdag 14 augustus 2010 werden er in de binnenstad van Middelburg door de wethouder van Cultuur Ed de Graaf twee gedichten onthuld: ‘De Zee’ van Johanna Kruit en ‘Kabbelend’ van Ron de Jonge. De gedichten maken onderdeel uit van het poëzieproject 'Sprekende gevels', een onderdeel van de Kunst en Cultuurroute te Middelburg. Het doel van dit project is om blinde muren en gevels en andere verrassende plaatsen in Middelburg te verfraaien met gedichten. Het streven is om over vijf jaar zo’n twintig à vijfentwintig gedichten geplaatst te hebben zodat er dan een poëziewandeling mogelijk is langs plekjes in Middelburg waar je niet elke dag komt.
Draaiorgelklanken in de Gortstraat kondigden de presentatie aan van het gedicht ‘De Zee’ van Johanna Kruit, het is geschreven op de zijgevel van Galery Maritime (hoek Gortstraat en Kerspel). Schildersbedrijf Marquant heeft dit karwei geklaard. Thea Everaers sprak namens de organiserende werkgroep van Sprekende Gevels een welkomstwoord. Vervolgens verzorgde onze wethouder van Cultuur Ed de Graaf een waardig openingswoord. Als geen ander wist hij deze onthulling in historisch perspectief te plaatsen. In 2005 schreef hij de tekst voor Het woord aan de gevel De gevel aan het woord : huisnamen en opschriften in Zeeland, een uitgave van de gezamenlijke Zeeuwse boekhandels in het kader van de Week van het Zeeuwse Boek. Volgens Ed de Graaf wordt het stadsbeeld van Middelburg met dit project blijvend verrijkt en in feite is het een in ere herstellen van de oude traditie van namen en teksten op gevels, maar dan op een andere manier. Ook de relatie van de gedichten t.o.v. de geschiedenis van de straatnaam lichtte hij toe. Johanna Kruit las het gedicht voor en wat een mooie stem heeft zij! Onder begeleiding van een doedelzakspeler wandelden we naar de tweede locatie.

Op de hoek van de Lombardstraat en de Blindenhoek is op de zijgevel van het huis ‘De Koningin van Lombardije’ het gedicht ‘Kabbelend’ van Ron de Jonge onthuld. Ook hier een welkomstwoord van Thea, een toelichting van de wethouder en het voorlezen van het gedicht door Ron de Jonge. En daarna natuurlijk champagne! En Thea: dank je wel!

Er zijn al plannen om dit jaar nog twee gedichten toe te voegen. Op Open Monumentendag (11 september) zal het gedicht ‘Ostrea’ van de vorige stadsdichter Jan J.B. Kuipers onthuld worden op de hoek van de Sint Jorisstraat en de Wagenaarsstraat. Verder hoopt men voor het einde van dit jaar het gedicht ‘Poseidon’ van Hans Warren te plaatsen op de gevel van Nummer Zeven, hoek Brakstraat en Rotterdamsekaai.

Uiteindelijk zou er een poëziebundel + wandelroute kunnen verschijnen. Zover is het voorlopig nog niet. Thea opperde de mogelijkheid om samen met de Zeeuwse Bibliotheek ‘iets’ te gaan doen. Dat zou mooi zijn, ik heb collega’s die veel ervaring hebben met poëzieprojecten, denk bv. aan de Poem Express. Kinderen zijn verrassende dichters, het thema Zee en Land zal hen aanspreken. Daarnaast vinden ze het boeiend om met kleuren te werken. Gedichten presenteren met een vorm van beeldende kunst, denk aan de posters van de Stichting Plint, zou ik persoonlijk wel zien zitten. Het mag dan wat kleurrijker! En misschien kunnen alle Zeeuwen eens uitgenodigd worden een gedicht te schrijven? Achter gevels kunnen zomaar allerlei talenten huizen.

In de PZC (16 augustus) stonden foto’s van de vier gedichten die tot nu toe onthuld zijn. Het gedicht ‘Posters’ is van onze huidige stadsdichter Johannes Herman (Joop) Buma. Geplaatst op de blinde muur van galerie ‘De Vier Gemeten’ in de Lange Noordstraat en onthuld op 4 juli 2009. Het gedicht ‘Altijd de zee’ van Anneke Schenk is te vinden op een monumentaal pand op de hoek van de Herenstraat en de Turfkaai en onthuld op 8 mei 2010.

Ik ben zo vrij om de volledige teksten ook hier weer te geven in de voor de gevels gekozen lay-out.

POSTERS

Veel
postende mensen
in de straat
zij hebben geschreven

gedachten, een vraag
een wens, een groet
in woorden in zinnen

waar moet
dat naartoe
over land over zee
door de lucht

of blijft het hier
in de straat

Johannes Herman Buma

ALTIJD DE ZEE

Altijd
de reep zijde
achter de glooiing van het duin
steeds breder en blauwer
bij het stijgen
Altijd een zeil aan de einder.

Altijd
het ruisen, het donkere grommen,
het beuken en breken van golven
tegen de palen,
het verwaaien van schuim.

Altijd
de stuwing,
de terugval,
de stilte

Altijd de zee

Anneke Schenk

KABBELEND

Genegen en met gevoel
bevinden wij ons samen
op het strand
streel jij mijn voeten

rollend water
sprankelend
als de golftoppen
groen als de zee

neem je altijd weer
met het zand
de mijmering mee

Ron de Jonge

DE ZEE

De zachte, de zoete, de zoute zee.
Zachtmoedige, zekere, zilveren zee.

De zwiepende, zwoegende, zwoele zee.
De zeegaande, zilte en zoele zee.

De zeezieke zee en de zeldzame zee.
De zeesterrenzee en de zeilende zee.

De zalige, zappende, zedige zee.
Zeegroene, zingende zeepaardjeszee.

De zinkende, zuchtende, zilverzandzee.
De zwemmende, zwevende, zuigende zee.

De zwepende, zwervende, zwalpende zee.
De zwaaiende, zwierige, zompige zee.

De zoemende, zondige, zotte zee.
Met het wiegende, wassende water.

Johanna Kruit

Maggi Hambling Summer wave tunnel Oil on canvas, 2010 Was te zien op een tentoonstelling in The Fitzwilliam Museum, Cambridge

zaterdag 14 augustus 2010

Leestip: De hemel van Heivisj / Benny Lindelauf

Motto:

Bless the beasts and the children
light their way when darkness
surrounds them (Shirley Bassey)

Op een regenachtige dag moest ik naar de Hemel’ is de intrigerende openingszin van de onlangs verschenen jeugdroman De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf. Vanaf de eerste bladzijde was ik volledig in de ban van dit verhaal en ik zal maar meteen zeggen dat ik dit een prachtig jeugdboek vind. Zeldzaam mooi!

De hemel van Heivisj is het zelfstandig te lezen vervolg op Negen Open Armen (2004), bekroond met de Thea Beckmanprijs 2004 en de Gouden Zoen 2005. Dit boek werd door verscheidene recensenten destijds al tot het beste van het afgelopen decennium gerekend.

Limburg, 1938-1943. Het verhaal speelt zich af in Sittard, althans de stad in het boek vertoont overeenkomsten met Sittard, maar het is volgens de schrijver niet precies dezelfde stad. Een groot en arm gezin, de familie Boon, bestaande uit: de Pap, de meisjes Fing, Muulke en Jes en de vier broers Sjeer, Pie, Eet en Krit. Sinds de dood van de moeder verzorgt Oma Mei het hele gezin. Fing (de ik-figuur) wil doorleren voor onderwijzeres, zou een beurs kunnen krijgen maar Oma Mei weigert geld van anderen aan te nemen. Ze moet gaan werken bij de Sigarenkeizer. Ze wordt de oppas (het ‘vriendinnetje’) van Liesl, het eigenaardige nichtje van de vrouw van haar baas, de Pruusin (‘de Duitse’). Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en Liesl in gevaar komt is Fing de enige die haar kan helpen. Fing wordt daarbij op wonderbaarlijke wijze geholpen door het Belgisch trekpaard Heivisj, het ‘moordenaarspaard’ dat vroeger de weg in de mijnen blindelings kon vinden tot het ineens in paniek raakte in het donker en iemand onder de voet liep.

Een verhaal over de Tweede Wereldoorlog waarin de spanning indirect, haast terloops, wordt opgebouwd. De oorlog sijpelt bijna ongemerkt het boek binnen. Als je je ogen een beetje dicht knijpt kun je zo langs een oorlog heen kijken’ denkt Fing eerst nog. ‘Wat is luchtgevaar?’ vroeg Jes. ‘Luchtgevaar, dat is als de wolken te zwaar worden en alle regen op onze kop laten vallen’ zegt Muulke. De beleving van de kinderen wordt mooi beschreven, de dialogen zijn meesterstukjes. In werkelijkheid was het echter een hel in Sittard, de oorlog eiste in deze stad procentueel de meeste Joodse slachtoffers van Nederland, slechts één procent overleefde de oorlog. In deze ‘omgeving’ krijgt Fing verkering met een Zwartjas, een NSB’er en leert zij het verraad kennen. Eerst de dreiging en het pesten, vervolgens de Jodenvervolging en het eerste transport. Ook haar vader en de broers worden wegens ‘gewapend verzet’ opgepakt en tewerkgesteld in de kampen in Duitsland. Maar ondanks de wurggreep van de oorlog en de trieste gebeurtenissen slaagt Benny Lindelauf erin om de Hoop als centraal thema in het verhaal te verweven. Als haar vader in Duitsland is realiseert Fing zich dat de Pap heel zijn leven met zijn hoofd in de wolken had gelopen. Keer op keer had hij het gezin in grote problemen gebracht met zijn hopeloze ondernemingen. Overal zag hij ‘het tegendeel van zorgen’ in. Wanneer Oma Mei en de meisjes aan het eind van het verhaal het beschadigde huis moeten verlaten biedt Benny Lindelauf ook de lezer hoop dat de Pap en de broers terug zullen komen. Op een stuk hout schildert Fing zo groot mogelijk:

Pap, Pie, Eet, Sjeer en Krit
We zijn ongedeerd en bij Fie.
Kom gauw!

Opvallend in het verhaal is hoe warm en liefdevol over de personages wordt geschreven. Een voorbeeld daarvan is het moment waarop Muulke de 'rode vloed' krijgt. Ze had gemerkt dat de Pap en de broers een heilig ontzag hadden voor ‘vrouwenkwalen’. Ze eigent zich de sofa toe en vraagt om een dekentje en om thee. De jongens brengen de thee, ‘en toen die volgens Muulke zo heet was ‘dat het echt niet goed kan zijn voor… nou ja, je weet wel’, lieten ze de kop rondgaan en bliezen er om beurten in. Ik vind deze beschrijving zo ontroerend en typerend voor de stijl van het boek.

De Hemel van Heivisj is een schatkamer van verhalen over crisis en oorlog, over oude geheimen, fatale liefdes, huisgeesten en bevat een bijna magisch-realistische sfeer. Een magistraal boek, indrukwekkend, ingetogen, indringend, oorspronkelijk en boeiend. Vergelijken met andere Nederlandstalige jeugdboeken zou kunnen maar ik denk (en hoop) dat deze titel met stip binnenkomt in de hemel van de Europese jeugdliteratuur. Een boek om te omarmen!

vrijdag 9 juli 2010

Barbecuen in blote kont op een kloteberg

Zuid-Afrika, nog steeds…
Enkele jaren terug kocht ik de dichtbundel Het is onnatuurlijk om te leven (Eenvoudige spoorwegverhalen. Gedichten) van liedjesschrijver, zanger en dichter Gert Vlok Nel. Met slechts één poëziebundel en één bijzondere cd uitgebracht in 1998, verwierf hij een bijna mythische cultstatus. De dubbelcd Beaufort-Wes se Beautiful Woorde bevat de lyrics maar ook de bekroonde documentaire Beautiful in Beaufort-Wes over het gewone leven in het dorp in de Zuid-Afrikaanse Karoo en was bij de VPRO diverse keren te zien.
Citaat omslag dichtbundel: Gert Vlok Nel, bekend van zijn wonderschone ingetogen liedjes, schildert in zijn gedichten een beklemmend en betoverend portret van zijn jeugd in Beaufort-West, op het desolate Zuid-Afrikaanse platteland, waar voornamelijk arme blanken woonden.
Het is onnatuurlijk om te leven is de enige bundel die hij schreef - hij ontving er de Ingrid Jonker-prijs voor. De tweetalige editie is voorzien van een voorwoord van Antje Krog.
Citaat Volkskrant: Zinnen als zoenen. Nel is een zachte natuurkracht die heelt door zijn eigen hopeloosheid als troost aan te bieden, (…) In zijn eigen woorden: mooi mooi mooi.
De originaliteit in het werk van Gert Vlok Nel zie je ook in zijn stijl. Met een soort telegram- oftewel sms-stijl was hij meteen hip, bevrijdde hij zich van zuiver, correct Afrikaans en van officiële spelregels. Het gebruik van ‘í’ voor ‘n’ en ‘&’ voor ‘en’ behoort tot zijn handelsmerk en is overgenomen door jongere dichters.
Bij het luisteren naar de liedjes of het lezen van de gedichten voel je de heimwee naar de illusies hoe het had kunnen zijn, de onmacht en verwarring van de arbeidersklasse en natuurlijk de onmacht van heel Zuid-Afrika. Maar niet alle gedichten zijn somber, zeker niet!

Vanwege de warmte kies ik het volgende gedicht:

oproep

Goegie was veraf vandag
vandag toe ek hom bel
en vanuit die kruik vertel
heel godse dag gesit en paint sê hy
toe in die kar geklim, toe berg toe gefokkenry
kaalgat vleis gebraai hoog bo iewers oers
by galopping van einders, toringing (w(o(l(k(e
toe in die kar geklim en teruggery
toe veraf geklink vir my

oproep

Goegie klonk ver weg vandaag
vandaag toen ik hem belde
en hij voor de vuist vertelde
hele godganse dag zitten schilderen zei hij
toen in de auto gestapt, toen naar de kloteberg gereden
in blote kont vlees gebarbecued hoog boven iets oerachtigs
bij galopperende einders, torenhoge (w(o(l(k(e(n
toen in de auto gestapt en teruggereden
toen ver weg geklonken voor mij

de vertaling is van Robert Dorsman
Het is me wat! Dit gaat in veel opzichten een warm weekend worden, onze jongens moeten met de billen bloot en het is nog mooi barbecue-weer ook!

woensdag 7 juli 2010

De Schepping & Het Paradijs

Op één dag twee keer het scheppingsverhaal horen vertellen gebeurt mij niet vaak! Tijdens het Muziekfestival Middelburg heb ik in de Drvkkery en in de Concertzaal (26-06) mogen genieten van de mooie en warme stem van Bart Moeyaert. Wat een verteller en wat een schitterend muziektheaterprogramma!
IN HET BEGIN was er niets. Het is moeilijk om je dat voor te stellen. Je moet alles wat er nu is nog niet laten zijn. Je moet het licht uitdoen, en er zelf niet zijn, en dan ook nog eens al het donker vergeten, want in het begin was er niets, ook het donker niet. Als je het begin van alles wilt zien moet je erg veel weglaten. Ook je moeder.
Zo begint het mooie prentenboek voor alle leeftijden De Schepping, geschreven door Bart Moeyaert, geïllustreerd door Wolf Erlbruch, uitgegeven door Querido (2004), bekroond met een Zilveren Griffel & Zilveren Penseel en met De Gouden Uil Prijs van de Jonge Lezer. Inmiddels in vele talen vertaald.
De bijgevoegde cd is een opname van de muziektheaterproductie De Schepping van Bart Moeyaert met het Nederlands Blazers Ensemble. Dit ensemble speelt het oratorium Die Schöpfung van Franz Josef Haydn in een bewerking voor blazers.
Moeyaerts scheppingsverhaal is met eenvoud, zachte humor en een sprankelende filosofie geschreven.
Ook in Het Paradijs schildert hij met woorden. Dit verhaal begint waar De Schepping eindigt en Bart Moeyaert heeft zijn eigen poëtische verhaal bij het oratorium Die Jahreszeiten geschreven. De muziek is dan weer speciaal bewerkt voor het Nederlands Blazers Ensemble: hobo’s, klarinetten, fagotten, hoorns, trompet, trombone, contrabas en slagwerk. Artistiek leider is de geweldige hoboïst Bart Schneeman. De muzikanten betreden het podium blootvoets en onder elke stoel op het podium zien we een appeltje liggen, deze gegevens intrigeren meteen. De verteller Bart Moeyaert zit op een hoge kruk (met daar bovenop nog een stoeltje) en torent zo boven de muzikanten uit. De voorstelling is eigentijds met allerlei leuke vondsten, bv. het legen van twee gieters in een zinken kuip geeft het regengeluid. De belichting is prachtig en je komt ogen tekort. Literatuur en muziek wisselen elkaar af, versterken elkaar. Mooie solo's en tijdens het Spinlied wordt er ook nog even gezongen...
In september komt het prentenboek Het Paradijs uit bij Querido, met tekeningen van Wolf Erlbruch. En met cd. Ik ben heel benieuwd naar de illustraties...
Uit het programmaboekje van het Nederlands Blazers Ensemble citeer ik: De tuin van Eden is er een van overdaad. Niets krijg rust. De taal van Moeyaert zindert. In een paar pennenstreken beschrijft hij de exuberante natuur en prikkelt alle zintuigen. Hij maakt tussen de regels voelbaar dat er te midden van alle harmonie maar twee dissonanten rondlopen: de man die het verhaal vertelt en de vrouw die bij hem is. Ze kunnen dicht naast elkaar liggen maar toch ver van elkaar verwijderd zijn.
Citaat uit Het Paradijs:
Als je niet weet wat een pit is, laat staan dat je ooit een pit hebt zien kiemen, dan ken je niks van schieten, groeien, botten, bloeien. Dan is een bonenstruik een bonenstruik. Een vijgenboom is een vijgenboom en een zwart kippetje is een zwart kippetje. Zelf ben je ook al groot, maar dat besef je niet. De vrouw die bij me was zei: ‘Lekker,’ en ze slachtte de kip. Ze maakte jam van vijgen. De bonenstruik plukte ze kaal. En als we weer eens klaar waren met eten, keken we naar wat er om ons heen stond en het enige wat er in ons opkwam was: ‘Er is nog veel.’

Het Paradijs is een geweldige muziektheaterproductie, als je de kans krijg deze te zien, ga dan!
Koop of leen in het najaar het boek, dan heb je een paradijs in huis! Als alles meezit komt over drie jaar De Hemel uit. Dat is een heel prettig vooruitzicht want allemaal willen we de hemel, toch?